Bij ons in de familie
Genealogie, een boeiende hobby.
Dit opschrift is bedoeld om Uw nieuwsgierigheid te prikkelen en Uw belangstelling te wekken voor het doen en laten van Uw voorouders. Vooral echter om de familiegegevens en -gebeurtenissen te verzamelen en vast te leggen en daarmede een basis te leggen voor ’n compleet familiearchief.
Men kan op eenvoudige wijze beginnen door persoonsgegevens zoals plaatsen en data op te schrijven van geboorte, huwelijk en overlijden betreffende ouders, grootouders etc. in alleen de mannelijke lijn. Men noemt dit een stamreeks. Doet U dit in zowel de mannelijke als vrouwelijke lijn – dus ook van moederskant – dan ontstaat een kwartierstaat.
Weet U deze gegevens niet te achterhalen uit nagelaten familiepapieren, trouwboekjes e.d., dan kan de burgerlijke stand van Uw woon- resp. geboorteplaats deze wel verschaffen. Deze gaan terug tot ca. 1812. Hiervoor dient wel een kleine vergoeding te worden betaald. Vanaf ca. 1911 kunt U, teruggaande in de tijd, de gegevens ook zelf opzoeken in het Rijksarchief, gevestigd in de hoofdplaats van Uw provincie. Voor Overijssel is dit het Rijksarchief te Zwolle, Eikenstraat 20, postbus 1227, 8001 BE, tel. 038-540722.
Deze archieven zijn openbaar en vrij toegankelijk. Sommige grote plaatsen hebben een eigen gemeentearchief, waar deze gegevens liggen b.v. Deventer, Zwolle, Utrecht enz.
Bent U er in geslaagd de verlangde gegevens tot 1812 boven water te halen, hoop ik dat U dusdanig enthousiast bent geworden, dat hieruit voldoende moed kan worden geput om verder terug te gaan. Nu wordt het n.l. wat moeilijker, omdat de familiegegevens niet altijd en overal volledig zijn opgeschreven; soms zelfs helemaal niet. U raakt nu allereerst verzeild in de z.g. doop-, trouw- en begraafregisters, die aangelegd en bijgehouden zijn door dominees en pastoors; ook soms door de koster, die vaak tegelijkertijd schoolmeester was. Deze dokumenten bevinden zich eveneens in de Rijksarchieven; de inhoud is vaak reeds door de betrokken ambtenaren gerangschikt op alfabet, waardoor het vinden wordt bespoedigd. Andere bronnen van waaruit kan worden gewerkt zijn volkstellingen, markeboeken, belastingkohieren, boeken der rechterlijke macht, etc. ook daar aanwezig.
Is men eenmaal op de goede weg, dan gaat men het als een uitdaging beschouwen nog meer te weten te komen, b.v. om de mogelijke oorzaken van bepaalde gebeurtenissen te ontsluieren. Dan begint het detectivewerk te worden en groot is de voldoening als het gezochte na veel inspanning is ontdekt. Ontdekkingsreizen in het verleden, soms leuk, soms verdrietig, schandalig of onbegrijpelijk, maar in elk geval mateloos boeiend.
Mocht U zich geïnspireerd voelen bij het lezen van bovenstaande regels en een begin willen maken met een speurtocht in het verleden, dan kunt U zich wenden tot een der bestuursleden van onze Stichting. Bij voldoende belangstelling komt er dan een Werkgroep Genealogie.
Tenslotte geef ik U enkele resultaten van mijn eigen speurwerk. Mijn moeder, genaamd Schurink en geboren te Wijhe aan de IJssel, bleek haar wortels te hebben bij de zandboeren uit Salland. In het register der volkstelling van 1748 vond ik bij Ommen onder de buurtschap Lemele een gezin op het Erve Schurink bestaande uit: vader Wiegqert Schurink, moeder Swaentje Berents, kinderen Jan, boven de tien jaar en Beerent, Geertje, Hendrik en Peter onder de tien jaar. Om niet te achterhalen redenen wordt Hendrik opvolger van zijn vader op het erf; dus niet Jan of Beerent. Hendrik trouwt in 1771 met Geesje Velthuys, de jongste dochter van de schoolmeester. Zij krijgen vijf kinderen, waarvan er tien jaar later bij het overlijden van hun moeder, alleen de oudste zoon Wichert en de jongste, de pasgeboren Swaantje nog in leven zijn. Dit bleek toen vader Hendrik in 1782 opnieuw trouwde met Geertje Ootmink, een jonge dochter van een naburig erf. In de huwelijkse voorwaarden werd o.m. opgenomen dat deze kinderen uit hun moeders erfdeel krijgen:
“Aan de zoon Wichert twee hondert guldens, vier schapen, een kiste en een bijbel met silvere krappen (sluitingen). Aan de dochter Swaantjen twee hondert guldens, twee schapen, een kiste, een bijbel met silvere krappen en haar moeders silveren beugel”. Verderop staat: “Verders verklaart Sij Bruid voornoemde kinderen als hare eygen kinderen aan te nemen om met en benevens de kinderen die uit dit huwelijk mogten worden verwekt in een egale portie hare nalatenschap te erven”.
Uit dit tweede huwelijk wordt o.m. een zoon Berend geboren, die later naar Raalte trekt en op 8 juni 1822 in Wijhe huwt met Wilhelmina Hendrika Knaap. Uit hun nakomelingen is ook mijn moeder geboren in 1882. De oudste zoon Wichert is op het erf gebleven; evenzo deden zijn nakomelingen en zo ontdekte ik, dat deze boerderij nog bestaat en dat er nu nog een Hendrik Schurink niet alleen de scepter, maar ook de mestvork zwaait. Het ligt aan het Overijssels kanaal niet ver van Hankate.
D. Nierop
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1983: Bij ons in de familie, pagina 22Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast.
Ga naar de inhoudsopgave van 1983 →

