Uit de eerste jaren

Piet van der Maas 1983Bij de uitgifte van een jaarboek door de Stichting tot Bevordering van de Heemkunde van Ootmarsum en Omstreken werd me gevraagd iets over mijn bevinding als bestuurslid en groepsleider mee te delen. Mijn ervaring als zodanig heeft natuurlijk te maken met die van de bestuursleden en werkgroepen, waarvan ik deel uitmaakte.

Bij de oprichting van de Stichting zijn een aantal werkgroepen ingesteld, die ten doel hebben het heem, dus je omgeving, meer grondig te leren kennen. Je wordt dan betrokken bij de geschiedenis van je omgeving, de natuur waarin je leeft, de taal die je spreekt en de publicatie betreffende deze zaken.

Voor de Werkgroep Geschiedenis gaven zich ruim een tiental belangstellenden op. Daar een werkgroep niet te groot moet zijn om effectief te kunnen werken, werd het maximum aantal deelnemers op acht gesteld. Er moest dus al gauw een tweede geschiedenisgroep komen. In de eerste geschiedenisgroep, waartoe ondergetekende behoorde, werd begonnen met het opsporen van veldnamen in de omgeving en deze in kaart te brengen. Naderhand heeft de cultuurraad van de provincie dit onderwerp voor alle plaatsen in ons gewest aan de orde gesteld.

Een volgend onderzoek betrof het vaststellen van de namen der inwoners van Ootmarsum binnen de wallen aan de hand van een kadastrale kaart van 1829.

Vervolgens werd het stadsrecht van Ootmarsum in verstaanbaar Nederlands omgezet. Op dezelfde wijze werd ook het “Landrecht der Thwente declareert” door Melchior Winhoff toegankelijk gemaakt. Nadien is nog het Jaartallenboekje Ootmarsum verschenen en thans wordt wat in de afgelopen eeuw vermelding verdient aan de vergetelheid ontrukt.

Maandelijks komt de groep bijeen en al gauw ontstaat er een gezellige sfeer, wat leidt tot een goede opkomst, maar waardoor wel eens de eigenlijke taak op de achtergrond geraakt. Toch wijzen de resultaten op geregeld onderzoek en al zijn we ons bewust dat het amateurwerk is, het geeft een zekere voldoening dat er iets goeds uit naar voren komt.

Bij de Dialectgroep hielden we ons o.a. bezig met het beantwoorden van de vragen, die door het P.J. Meertens-Instituut worden gesteld. Om ook hier naar de maatstaf van amateurisme goed werk te leveren, werd professor Entjes uit Groningen uitgenodigd ons richtlijnen te geven. Hij was het trouwens met onze opzet eens.

Voor de Natuurstudiegroep was en is veel belangstelling, zodat ook hier twee groepen werden gevormd. Hierbij ging de belangstelling uit naar vogels, bloemen en planten, mossen en paddestoelen, in één woord naar alles wat tot het milieu behoort, waarin we leven en ons bewegen.

Enkele jaren mocht ik de leiding hebben bij het zoeken en determineren van de zwammen en mogen enkele lezingen over dit onderdeel en over de landschappen in Twente vermeld worden.

Bij het opsporen en uitzoeken van alles wat op het heem betrekking heeft, is de literatuur een zeer belangrijk gegeven. Vanaf het begin is dan ook begonnen aan de tot standkoming van een eigen bibliotheek, waarin voornamelijk werken worden opgenomen, die ons kunnen inlichten omtrent alles waarnaar onze belangstelling voor het heem uitgaat.

In de afgelopen jaren is dan ook het boekenbezit flink uitgebreid en is dit voor alle donateurs toegankelijk.

In dit vluchtig overzicht komt het belang en de invloed van de Stichting niet geheel tot zijn recht. Wat deze op gebied van voorlichting heeft gedaan moet dan zeker worden vermeld. Hiertoe behoren dan ook de tentoonstellingen, die gehouden zijn en waar het aan belangstelling gelukkig niet ontbrak. Verder de lezingen die ’s zomers worden gehouden in hotel “Het Wapen van Ootmarsum” over geschiedenis en omgeving. Ook de rondleidingen door de stad en de uitleg van bezienswaardigheden aan zusterverenigingen mogen dan niet ontbreken.

Wanneer we dan nu een terugblik werpen op alles wat inmiddels tot stand is gebracht, dan mogen we ons verheugen in de opzet en bloei van onze Stichting Heemkunde. Begonnen met enkele enthousiastelingen is de Stichting uitgegroeid tot enige honderden donateurs, die geleid door ’n bekwaam bestuur en middels de vermelde werkgroepen in de afgelopen jaren veel heeft bereikt.

Moge dan deze belangstelling en geestdrift blijven, ja toenemen, immers de eigen omgeving – ons heem – heeft invloed op ons doen en laten en de liefde tot eigen volk en land is eenieder aangeboren en dus onuitroeibaar.

P. van der Maas.

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1983: Uit de eerste jaren, pagina 33

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast.

Ga naar de inhoudsopgave van 1983
Uit de eerste jaren
2026-09-09 03:47:47