Esperanto in Ootmarsum

“De zelfstandige naamwoorden eindigen op “o” en de bijvoeglijke naamwoorden op “a”. In de tegenwoordige tijd schrijft men “-as” op het eind en in de verleden tijd “-is”. Juffrouw Jeanne Staverman weet nog iets van het Esperanto te vertellen. De lessen van vroeger is ze nog niet helemaal vergeten. “Maar vergeet niet dat het nu al ruim 66 jaar is geleden, dat we de eerste beginselen leerden; ik heb er niet al te veel van onthouden”.

Toch zal juffrouw Staverman in het begin van de 20-er jaren goed hebben opgelet en zal de wijze van lesgeven door juffrouw van Griensven goed zijn geweest.

Esperanto. De laatste tijd wordt er via publikaties weer wat meer aandacht aan gegeven, maar lang, voor sommigen te lang heeft het Esperanto als wereldtaal, wat het immers had moeten worden, in een vergeetboekje gezeten.

Het was in 1886 dat dr. Zamenhof deze kunsttaal samenstelde in de hoop dat deze zou uitgroeien tot een wereldtaal. Die hoop zit opgesloten in het woord Esperanto, waar sperare zoveel als “hoop” betekent.

Zamenhof (gestorven in 1917) kreeg veel volgelingen, die eveneens in de overtuiging verkeerden dat het verstaan van elkaar tevens zou leiden tot een beter begrijpen van elkaar, waardoor vele (wereld-)problemen opgelost en zelfs voorkomen zouden kunnen worden.

Voorvechtster. Een van de zelfs landelijk bekende voorvechtsters van het Esperanto was de schooljuffrouw H. (Dina) van Griensven. Ze was afkomstig uit Den Bosch en kwam vlak na de Eerste Wereldoorlog naar Ootmarsum. Daar werd ze hoofd van de lagere school (van 16-6-1919 tot 1-1-22. Red.) Dat was de toenmalige openbare lagere school aan de Oostwal, waar later de Ned. Herv. school werd gebouwd en waar nu de parkeerplaats ligt.

Juffrouw van Griensven woonde samen met haar zuster in het pand Marktstraat 4, toen in eigendom van de familie Oosterwijk, momenteel van bakker Wientjes. Ze hadden daar enkele kamers op de 1e verdieping in gebruik. Juffrouw Jeanne Staverman weet het zich nog allemaal goed te herinneren.

“In de hoogste klas begon juffrouw van Griensven over het Esperanto te praten en er na een poosje les in te geven. Die lessen waren natuurlijk niet verplicht, maar we kwamen toch aan een groep van 14 leerlingen”, diept ze uit haar geheugen op en bijgaande foto bewijst dat ze gelijk heeft.

Esperanto

“Na enige tijd waren we al zover dat we met leeftijdgenoten in andere landen gingen corresponderen. Ik herinner me dat ik zelf brieven stuurde naar en ook terug ontving uit Leipzig, Praag en Brno”.

De Esperanto-groep die zich JUNA VIVO (= Jong Leven) noemde (op de foto luidt het opschrift op het bord ook zo) had één keer per week les. De lessen vonden in de school aan de Oostwal plaats.

Het was kennelijk een hechte groep, want naast het studeren van die vreemde taal vonden juffrouw van Griensven en de kinderen nog tijd om liedjes, schetsjes en toneelstukjes in te studeren. Deze werden opgevoerd in hotel Beukers, het huidige hotel de la Poste.

“We vonden het echt wel jammer dat juffrouw van Griensven na enige tijd wegging en dat de “cursus” daarmee ook was afgelopen. In totaal hadden de kinderen twee jaar les gehad. De personen op bijgaande foto kan juffrouw Staverman nog zonder haperen opnoemen.

Bovenste rij v.l.n.r.: Jan van den Hout, Sientje Schulten, Jet ten Brink, Karel Hedeman (met bord), Marie Hulsink, Rikie Hulsink, Stien Frowijn, Riek Florijn en Jeanne Staverman.

Onderste rij v.l.n.r.: Wim Bank, Hendrik Geerdink, Wim Beuwer, Huub Wilms, Gerrit Beuwer en juffrouw Dina van Griensven.

B. Morshuis

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1986, pagina 53: Esperanto in Ootmarsum

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1986 →
Esperanto in Ootmarsum
2026-10-25 09:57:55