‘n Pröätke met Johan Gerard

Leeftijd: 78 jaar.
Beroep: gepensioneerd politieman. „Dat het Funktioneel Leeftijds Ontslag”
Kenmerk: Hee kom oet Losser en wèt….. haost alles!
„A’j d’r dan per sé op stoat, dan wi’k wa metwark’n, mear veur mie hoof ’t nich. En as ’t dan toch möt, dan doo ’t noe voort mear”.
Dat zijn de weinig bemoedigende woorden van J. Gerard als hem wordt gevraagd een klein pröötke te willen houden voor het Jaarboekje.
J. Gerard  is erg duidelijk in zijn mening.
Toch gaat de deur aan de Hora Siccamastraat open voordat je hebt aangebeld en nog vóór je de kans hebt gekregen om de zonnewijzer in zijn tuin en die aan de gevel van zijn buren te bewonderen.
Later zal blijken, dat je niet te veel belangstelling voor zonnewijzers moet tonen, omdat Gerard dan een zeer ingewikkelde verhandeling begint over hoe zo’n ding geplaatst moet worden, waarom juist op die bepaalde plaats enz. Eén van zijn hobby’s, die zonnewijzers. Eén van de vele hobby’s merk je al gauw.

J.N.A. Gerard werd op 27 oktober 1910 te Losser geboren.
„Jao, Jao, ik kom van Losser en wet van niks”, wil hij je voor zijn, ofschoon het niet in je op was gekomen om dit gevleugelde gezegde op hem te gaan toepassen.

„Vroeger werd Gérard met een accent (schuin streepje op de e) geschreven. Mijn voorouders komen inderdaad uit Frankrijk. Ik heb dat eens uitgezocht (hadden we wel verwacht). In een klein dorpje dicht bij Neufchatel in het huidige Luxemburg is een kerkhof en daar liggen veel mensen met de naam Gérard begraven”.

Johan was de zoon van een politieman.
„Ik wist dus hoe het bij de politie was en besloot dan ook al vroeg nooit hetzelfde beroep als mijn vader te kiezen”.
?????????
Uiteraard kijk je verbaasd de man aan die je net heeft verteld dat hij 32 jaar „bie de politie was”.
J. Gerard studeerde aan het Carmellyceum in Oldenzaal en was daar in die tijd de enige leerling die de B-richting koos: natuur-, wis- en scheikunde.

„Later heb ik daar nogal wat profijt van gehad”, vertelt hij.

Zo vond Gerard, toen hij politieagent in Borne was (1948-1959) de eerste half-elektronische snelheidsmeter uit en kreeg daar zelfs octrooi op. „Dat soort zaken had altijd mijn interesse en ik kon daar uren mee bezig zijn. Ook heb ik als politieman al inbrekers kunnen arresteren met behulp van wat men het stil alarm noemt”.

Hij vertelt dit soort opmerkelijke dingen zonder opsmuk, schijnbaar zonder er trots op te gaan. Relativerend zonder zich daarbij op de borst te kloppen. Integendeel, bepaalde dingen die hij heeft gedaan, heeft bereikt, in elkaar heeft gezet, of heeft uitgezocht, worden haast verontschuldigend verteld; alsof iemand anders dat net zo goed had gekund.
We weten wel beter.

Zonnewijzer
J.N.A. Gerard bij zijn zonnewijzer.
Foto: Caspar Kouijzer

In 1931 ging Johan in militaire dienst en een jaar later was hij evenals zovelen in die tijd het slachtoffer van de crisisjaren.

„Tot juli 1933 liep ik bij huis, een rottijd“, herinnert Gerard zich. In arren moede ging hij toen bij de Losserse steenfabriek van Osse werken.

„Werklust” heette die fabriek, een naam die op geen enkel wijze van toepassing was op de stemming die er bij de werknemers heerste”, lacht Gerard.

Hij werd er als boekhouder aangesteld, maar omdat hij daar geen dagtaak aan had, fungeerde hij er als manusje van alles.

„Toen er een opdracht binnenkwam voor een partij gele stenen voor de kerk in Beckum, ben ik aan het experimenteren gegaan en op het laatst had ik een gele steen. Had die scheikunde-opleiding z’n nut ook nog bewezen”, voegt hij er aan toe.

En ineens naar buiten wijzend: „Die stenen onder de zonnewijzer zijn van de eerste partij gele stenen afkomstig”.

 POLITIE

Johan Gerard gebruikte zijn „vrije tijd” op de steenfabriek ook nog om wat politieboeken van zijn vader te bestuderen en behaalde en passant twee politiediploma’s. „Ik mos toch wat te doon hebbe’n”, zegt hij bijna verontschuldigend.
En op 1 januari 1939 werd J. Gerard dan toch datgene wat hij nooit had willen worden: politieman.

„Ik was 28 jaar en wilde wat meer verdienen”, verklaart hij.

En dat verdienen kwam in die tijd neer op ƒ 1.350,— per jaar met nog wat toelages erbij.
Gerard bleef niet lang bij het Korps Veldwachter, want in 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd het korps opgeheven.
Vanwege zijn opleiding wilde men (lees: de bezetter) hem toen naar de officiersschool in Apeldoorn sturen, „mear dat wo’k nich”.

Hij solliciteerde bij de parketwacht in Almelo en werd aangenomen. Dit werk bij de rechtbank zou verstrekkende gevolgen hebben die ook nog na de oorlog zouden doorwerken.
Toen in 1945 de oorlog namelijk was beëindigd, werd Gerard uit hoofde van zijn functie naar Duitsland gestuurd.

„Daar zaten de kampen toen vol met Duitsers en ‘verkeerde Nederlanders’. Die laatste groepering moesten wij terugbrengen naar Nederland, waar ze berecht konden worden”.

En wat voorgesteld was als een klusje van zo’n 3 maanden, werd een karwei van ruim 2 jaar. Hij hield zich daar namelijk ook bezig met het opsporen van die „verkeerde Nederlanders” en vanuit zijn standplaats Berlijn, reisde Gerard heel Duitsland door.

STANDPLAATSEN

Intussen had hij zijn huidige echtgenote leren kennen en in 1946 trouwden ze. Ze gingen in Almelo wonen, want J. Gerard was immers nog steeds als parketwacht werkzaam in die plaats.
Zijn werk in Duitsland was echter nog niet klaar en dat hield hem vaak weken, soms maanden van huis.

„Toen ik in 1947 definitief uit Berlijn terugkwam, was het net alsof we opnieuw trouwden”, vertelt hij lachend.

Als parketwacht werden opnieuw de vrije uurtjes intensief gebruikt en door zelfstudie behaalde hij het diploma van Inspecteur van de Bond voor Hoger Politiepersoneel.

„Ach, ik had daar de bibliotheek van de rechtbank tot mijn beschikking en had daarnaast veel contact met de rechters, dus zo moeilijk was het niet”, zegt hij bescheiden.

In 1948 ging de parketwacht op in de Rijkspolitie en werd Gerard overgeplaatst naar Borne, waar hij als Wachtmeester 1e klas begon en het tot Opperwachtmeester bracht.
In 1958 werd J. Gerard voor de keus gesteld: Ootmarsum of Delden als nieuwe standplaats.

„Het werd Ootmarsum. Ik kwam er op 1 november en heb meteen de tweede dag van de Kaole Karmis meegemaakt”, weet hij zich te herinneren.

Vanaf het begin toonde Gerard zich een actief gemeenschapsmens en opvallend was, dat hij zich veel met de jeugd bemoeide.

„Evenals elders, werd er in Ootmarsum door de jeugd ook wel eens wat vernield. Voor hen was er dan ook alleen maar KOSC en de wandelsport. Met zo weinig mogelijkheden wil het dan wel eens uit de hand lopen. Als politieman kun je daar natuurlijk tegen optreden in de vorm van straffen geven en bekeuringen uitdelen. Ik heb echter altijd het standpunt gehuldigd, dat er langs de weg van het overleg meer te bereiken is”, filosofeert hij.

Gerard trachtte de jeugd van Ootmarsum op een andere dan de geijkte politiemanier „te pakken” en dat lukte.
Zo richtte hij in 1960 of 1961 de Judovereniging Ootmarsum op; hier kon de jeugd z’n overtollige agressie kwijt.
Van geheel andere aard was in diezelfde tijd de stichting van de Jeugd-Natuurwacht. Door middel van excursies, lezingen en veel zoeken en verzamelen wist hij tal van Ootmarsumse jongeren voor de natuur te interesseren.
En deze Jeugd-Natuurwacht, die zijn domicilie eerst in het Theehuisje in Engels’ Tuin en later in het museumpje op het Los Hoes-terrein had, kan als de voorloper van de Stichting Heemkunde worden beschouwd.

STICHTING HEEMKUNDE

Om diverse redenen bleef de Jeugd-Natuurwacht niet bestaan. „Maar we zaten intussen wel met een flinke verzameling en samen met Piet van der Maas hebben we toen naar een beheersvorm gezocht. We belegden een bijeenkomst bij hotel Fokkenga en daar bleek meteen veel belangstelling te bestaan voor wat tijdens de vergadering werd uitgeroepen tot ‘Stichting tot bevordering van de Heemkunde van Ootmarsum en omstreken’”, zegt Gerard. Dat was in 1966.

J. Gerard weet zich nog de namen van de bestuursleden van toen te herinneren: voorzitter C. Zuur, secretaris C. Veldhuis, penningmeester J. Weierink, de leden H. Weierink, W. Essink, J. Gerard, H. v. Zuilekom en P. van der Maas.

„Om zo efficiënt en op zo breed mogelijk terrein bezig te zijn, werden werkgroepen gevormd en zelf ging ik bij de Natuurstudiegroep en de groep Geschiedenis II”.

Dat laatste doet wat vreemd aan, want in het begin van het gesprek had Gerard verteld, dat hij op school baalde van geschiedenis.

„Die interesse voor de historie heb ik aan mijn vrouw te danken; zij was er vaak mee bezig en wist mij er ook warm voor te krijgen”, verklaart Gerard nu.

Ze zitten dan ook samen in de Geschiedenis-werkgroep en van die groep, die maandelijks bijeenkomt, zijn al diverse waardevolle publicaties verschenen: *De Franse Tijd in Ootmarsum, de Landweren, de Hof Ootmarsum, de Grens.*

„En momenteel zijn we bezig met de geschiedenis over de parochie Ootmarsum, een zware klus”.

De stapel boeken op tafel bewijst dat hij gelijk heeft.
Zijn leeftijd vooral heeft hem doen besluiten zijn functie als bestuurslid neer te leggen.

„Het was good west en ach, dee 25 jaor hoom ik nich per sé vol te maak’n”.
Bovendien vindt hij dat jongeren de kans moeten krijgen en dat is volgens hem in het huidige Heemkundebestuur het geval.
„We hebben een goed bestuur met jonge, enthousiaste krachten”, is zijn mening.

Gelukkig blijft Gerard wel actief voor de Stichting Heemkunde. Hij zegt dan wel, dat hij het wat rustiger aan wil doen en het wat minder wil maken, maar uit het „pröötke” is wel op te maken dat dit „hêêniger andoon” voor hem niet mee zal vallen.

Als bewijs haalt hij een aantal boeken en tijdschriften over zonnewijzers tevoorschijn. Gerard is (en blijft) lid van de nationale Zonnewijzerskring en hier zit erg veel studie aan vast. Ook over het heelal.

„Gelukkig komt er straks een teleac-cursus over deze materie op de tv; die ga ik volgen”.

Had J. Gerard net niet gezegd, dat hij het wat minder wilde maken en het wat „hêêniger an” wilde doen?

Ben Morshuis

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1988, pagina 40: ‘n Pröätke met Johan Gerard

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1988 →
‘n Pröätke met Johan Gerard
2026-10-24 03:42:58