Onderwijs 1918 – 1921
Het licht klaarde op
De eerste wereldoorlog liep ten einde. De vrede werd gesloten 21-11-1918. De zon brak weer door, invasie of bezetting door Duitsers was uitgebleven, maar de openbare school aan het Schoolplein/Oostwal zat nog in het donker en dat was vooral ’s winters niet zo leuk. Een tijdlang met petroleumlampen prutsen, zo’n half uur voordat de school toch ”uit” ging, lachte niemand toe. Omdat het te vroeg donker was, werden er in augustus 1918 voor de wintermaanden speciale schooltijden ingesteld.
In de maand juli van ditzelfde jaar was al besloten tot het oprichten van een electriciteitsbedrijf. De nodige concessies werden aangevraagd. Oisterwijk en van Wezel vormden een commissie van aankoop en om voorbereidingen te treffen: de boekhouding van het bedrijf zou J.B. Reuwer krijgen en de aanleg geschiedde door de Gebrs. Ellenbroek uit Borne. De straatverlichting kwam er dus en op 23 augustus d.a.v. ontstond het plan tot verlichting van het 1e en 2e lokaal van de school, het huis van het hoofd (Groenland) en het postkantoor (nu hotel Jolanda). De aanbesteding volgde enige maanden later. Dat was dus voor elkaar tot genoegen van het personeel.
Personeel
Wie waren dat in deze periode? Het hoofd was dus G.J. Groenland, die in 1918 een salaris genoot van ƒ 1.450,- per jaar plus ƒ 150,- huishuur. Hij woonde Grotestraat 15, nu Jos Brummelhuis. Verder werkte hier de beslist nog bij vele ouderen in de herinnering levende populaire meester J. van den Hout, salaris ƒ 1.225,- plus ƒ 50,- huishuur. Hij woonde Grotestraat 23. Dan meester B.J. Kromme salaris ƒ 800,-, T.M. Bruens onderwijzeres ƒ 1.041,- en Maria Brons, nuttige handwerken ƒ 38,50. Schoolarts was Leffert Meyboom voor ƒ 100,- per jaar. Een jaar later heeft de gemeente deze salarissen aanmerkelijk opgetrokken en verdienden ze respectievelijk ƒ 1.800,- ƒ 1.600,-, ƒ 1.300,- ƒ 1.558,- en ƒ 50,- per jaar.
Bij de benoeming kreeg juffrouw Bruens uit een voordracht van drie de voorkeur, omdat ze dan bij haar moeder kon wonen!
Met meester Kromme was het kwakkelen, had veel ziekteverlof en kreeg in 1921 eervol ontslag.
Spaanse griep
Op 1 oktober 1918 werd de school gesloten wegens Spaanse griep. Op het internaat waren 58 van de 68 kinderen ziek. Groenland kreeg ook Spaanse griep. Hij ging naar een krankzinnigengesticht in Den Bosch en werd in een dwangbuis weggebracht.
Waarnemend hoofd werd juffr. Bruens. Toch is Groenland geheel genezen, want 1-6-19 neemt hij ontslag, wegens zijn benoeming als leraar aan de Rijksnormaalschool te Oldenzaal.
Het nieuwe door de Raad gekozen hoofd werd H.M. van Griensven uit Den Bosch. Ze ging wonen Marktstraat 4. Tussen 16-6-19 en 1-1-1922 gaf ze ook een esperantocursus in de hoogste klas (zie Jaarboekje 1986).
Uit een voordracht van drie, P. van der Maas, onderwijzer te Tilligte, J. Huls, onderwijzer te Reutum, A. Oude Essink, werd per 1 januari 1920 de eerste benoemd tot onderwijzer aan de Openbare School.
Kinderkopjes
Bij regenachtig weer konden de kinderen haast niet met droge voeten in de school komen. Daarom werd in 1919 besloten de (Oost)-wal te bestraten van de Marktstraat tot de school met veldkeitjes, die op de speelplaats lagen. Ideaal.
Op 17 januari werd voor de ULO-vakken in de 7e en 8e klas nog een leerkracht benoemd, maar eind 1920 zien we dat de ULO-school, ”zoals die op het ogenblik is ingericht, kan, wegens het in werking treden van de Onderwijswet 1920, niet als zodanig blijven voortbestaan. Uitbreiding met Frans, Engels en wiskunde is financieel niet haalbaar”.
Vervolgonderwijs
Op 9-11-1921 vervalt ingevolge de L.O.-wet ook het herhalingsonderwijs t.b.v. het vervolgonderwijs. Dat laatste was een avondschool in de maanden november, december, januari, februari en maart, die twee jaar liep met 168 uren per jaar. De vakken waren: lezen, taal, rekenen, natuurkunde, Duits en nuttige handwerken. Van dit onderwijs was de heer P. van der Maas een tijdlang hoofd en wel van 10 februari tot 1 september 1922. Opgevolgd door J. Huls uit Reutum.
Er was dus een verschil tussen herhalings- en vervolgonderwijs.
Bij herhalingsonderwijs moeten we denken aan een soort VGLO-onderwijs in de 7e en 8e klas.
Vervolgonderwijs was een heel aparte cursus in de avonduren.
Per 1 januari 1922 krijgt mej. Griensven op eigen verzoek ontslag wegens benoeming tot schoolopzienster. Einde cursus esperanto.
Steeds wordt hier gesproken over de Openbare Lagere School. Hier gingen dus jongens en meisjes van alle (lees: in de regel: beide) gezindten naar toe.
Zeer weinig meisjes, want de R.K. meisjes vielen in de St. Jozefschool onder de hoede van de Zusters van Amersfoort, die ook werkzaam waren voor de ”bewaarschool” Fröbelschool. (Zie ook de boekjes ”Jeugdzorg en onderwijs” en ”Het onderwijs in Ootmarsum”).
Gustaaf Klaas
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1989, pagina 36: Onderwijs 1918 - 1921Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1989 →

