De Keerweer

Wanneer u dit verhaaltje leest, dan is een groot deel van de herinrichtingswerkzaamheden aan het Kerkplein en omgeving reeds achter de rug.
Die herinrichting was de aanleiding voor deze bijdrage aan het Jaarboekje en het gaat daarbij vooral om de straat met de wat merkwaardige naam Keerweer. Die naam geeft aan dat het hier om een straat gaat, waar je niet verder kunt lopen; waar je genoodzaakt bent om terug, om weer te keren.

Zoals bekend kon men vroeger, toen Ootmarsum nog omringd was door grachten en wallen, de stad slechts op twee plaatsen binnenkomen en verlaten. Dat was bij de houten of Zuiderpoort (bij slager Steinmeijer) en bij de Steenpoort (bij café De Poort).
Voor de rest was het centrum afgesloten door die wallen en grachten. Er liepen echter wel straten en steegjes vanuit het centrum, maar dat waren doodlopende straten. Enkele daarvan waren de Gasthuisstraat, de Schildstraat, de Putstraat en dus ook de Keerweer.
Deze straten waren echter onderling wel weer met elkaar verbonden door de Kapelstraat, Kloosterstraat en Bergstraat. Op een kaart van Jacob van Deventer uit 1560 is die situatie goed te herkennen.
In 1597 gaf Prins Maurits, nadat hij Ootmarsum op de Spanjaarden had veroverd, opdracht om de wallen te slechten en de grachten te dempen. Daar werd gehoor aan gegeven en naarmate de stadsbegrenzing verdween, kwamen er ook meer “doorbraken” naar buiten.
Voor wat de Keerweer betreft, duurde het echter tot in onze eeuw, voordat er een verbinding met het “achterland” tot stand kwam. Tot in 1937 was de situatie, zoals deze op bijgaande foto is aangegeven.

Aankoop

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 24 mei 1937 wordt besloten van de heer B.A. Veldboer c.s. “aan te kopen een perceel plaatselijk gemerkt Keerweer 139, kadastraal bekend Gemeente Ootmarsum sectie A no 739 t/m 742 met een oppervlakte van ca. 190 m² voor de prijs van ƒ 500,- en onder voorwaarde dat het pand binnen 3 maand na aankoop moet worden afgebroken”.

De Keerweer 1937
De Keerweer van vóór 1937 gezien vanaf het Kerkplein. Links staat nu de woning van de fam. Scholten.

Uit de discussie die dan volgt, blijkt dat het de bedoeling is om de straat (Keerweer) door te trekken tot de Oostwal.
Het plan wordt in augustus 1937 door Gedeputeerde Staten goedgekeurd.
Uit verdere vergaderingen blijkt niet, wanneer het pand is afgebroken, maar in juni 1939 informeert het raadslid Weustink naar de toestand rond de verbetering van de Keerweer, waarop de voorzitter, burgemeester E. van Bönninghausen antwoordt dat er prijsopgaven zijn aangevraagd, maar dat die nog niet alle binnen zijn.
In juli 1939 is het raadslid Floot die vraagt naar de voortgang rond de Keerweer.
Dan blijkt uit het antwoord van de burgemeester, dat de opknapbeurt van de Keerweer samen zal vallen met de modernisering van het Kerkplein; dat is namelijk goedkoper.
In augustus 1939 wordt de begroting voor de herinrichting van het Kerkplein en omgeving besproken. Het gaat om een bedrag van ƒ 15.650,- en hierin is voor de modernisering van de Keerweer ƒ 2.450,- opgenomen.
Pas in 1940 komt de herinrichting van het Kerkplein weer aan de orde.
In juni van dat jaar wordt er gesproken over een trage voortgang. In dat jaar werd het werk echter wel afgerond en hoewel de Keerweer dan niet meer ter sprake komt, kan worden aangenomen, dat toen ook het werk aan die straat is klaargekomen.
Nu, in 1991 is de Keerweer dus al ruim 50 jaar geen Keerweer meer.

Ben Morshuis

Radboudstraat
De Keerweer na 1939. Het pad, waar de hond ligt, is nu Radboudstraat
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1990, pagina 41: De Keerweer

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1990 →
De Keerweer
2026-10-24 03:32:48