Brievenposterij

Gustaaf Klaas 1983Van een oud-inwoner van Ootmarsum de heer M.W. Oosterwijk ontvingen we een schrijven met bijgesloten een gedicht, rijmelarij, noemt hij het zelf en een veel betere betiteling verdient het ook eigenlijk niet. Desondanks volgt het hier letterlijk zoals we het ontvingen, dus met fouten en eigentijdse schrijfwijze.

Aandachtig lezen is echter wel nodig, want de Heer Oosterwijk wilde graag weten in welke periode het geschreven kon zijn. Hij tastte daarover volkomen in het duister. Via wat omwegen kwam hij bij ondergetekende terecht.

Hier volgt het dan:

“Te Ootmarsum gaan wij staag ter kerk
Eén uur gaans dat is Christen werk.
Doch het stadje is de weg wel waard
Er woont een volk van goeden aard
Het is zeer gul, goed en op regt
Men heeft er een kanton geregt
De Regter is een snugre Vent
Maar aller schraalst zijn tractement
‘k Wensch daar hij goed het regt bestierd
zijn tractement verbeterd wierdt
Deurwaarders ja die zijn er ook
Maar liever ziet de boer een spook
Dan deze Heeren met hun lint
Dat hen aan zoo veel kosten bindt
Dan moet er worden bij verhaald
Dat men slechts naar de wet betaald
De Notaris daar en de Advocaat
zien graag dat men wat met hen praat
Hun raad en werk hoe ook gesteld
Kost tevens U niet weinig geld
Vier Docters in de medicijn
Dus kunst om ras ontzield te zijn
Doch kunnen zij U goed genezen
Als g’ hunne artzenij maar niet wilt vreezen

De Burgemeester is een man
Die ’t stadje goed regeren kan
Hij is een man van goed gemoed
En staat met zijne reden goed
De Rector met drie Secondanten
Dat zijn nier zeer geleerde klanten
De jeugd betaald de lessen zwaar
Maar worden ook van zessen klaar
Stads school staat onder G. van Goor
Een goede Meester door en door
Hij onderwijst met lust de jeugd
Tot zijne en der Oudren vreugd
Hij is hier bijkans 50 jaar
En maakt ze ook van zessen klaar
d’Ontvanger is zwak van gezicht
Maar doet daarom volmaakt zijn pligt
Is op betaling naauw gezet
Doch houdt zich steeds aan regt en wet
Gij wordt door Hem niet achterhaald
Als ge op tijd Uw last betaald
Zoo niet dan gaat verstaat dit wel
Door heel de stad de aanmaningsschel
Maakt gij dan spoedig schoone lei

Zoo komt gij nog van kosten vrij
De Fabrikanten dat zijn Heeren
Die thans weer goed hun beurzen smeeren
Den wever geeft men vol op werk
Maakt hij het goed maar digt en sterk
De kooplien zijn in goeden staat
En geven goede El en maat
Men hoort dus minder van bankroet
Als men wel op andre plaatsjes doet
De Winkeliers zijn goed in stand
Op tijd betalen zijn contant
’t Fak tappers is er legio
Dat hoort op zulke steedjes zoo
Veel bakkers bakken heerlijk brood
Voor honger sterven dus geen nood
Daar heb ik echter iets vergeten
Er is een Waard met een goed geweten
Dat is een vrolijke patroon
Zijn uithangbord de Keizerskroon
Zijn tafel word zeer wel bezet
Zeer zindelijk zijn logies en bed
Hem vindt beleefd een ieder Gast
Het paard wordt deeglijk opgepast
Hebt gij een muzikaal gehoor
Hij zingt U schoone liedjes voor
Zijn wijn is goed zoo rins als rood

Zeer smaaklijk boter kaas en brood
Zondags heeft hij societeit
Maar die was laatst de man haast kwijt
Omdat het in de kamer rookte
Als twintig heeren daar wat smookte
Dan daadlijk was Sinjeur gevat
Hij maakte in de muur een gat
Een blikken rad van avontuur
Tien duizendmaal draait het in ’t uur
Het loopt in een vierkante ruit
En draait alzoo dan rook er uit
Dit gaf de goede man weer klem
En ’t heeren volkje bleef bij hem
Een lantaarn staat er voor de deur
Maar die brand meestal zonder fleur
Doch dit is des opstekers schuld
Die deze lampen schraaltjes vuld
Maar dat heb ik nog niet verteld
Zijn naam is G. van Koningsveld
Ik kom er wel van tijd tot tijd
‘k Hoor niet dat hij zijn klanten snijd
‘k Durf dus hem dezen waard aan prijzen
Die naar Ootmarsum stad wil rijzen.”

We zijn er met onze speurneus in gedoken en vonden diverse aanknopingspunten:

1. Rechter en advocaat
Waar hiervan sprake is, is ook een gerecht en dat klopt, want er was hier een kantongerecht van 1811-1877. Zie Jaart.boekje. gedicht na 1811

2. Fabrikanten
Fabrikanten hadden het goed. Dat stemt met historische gegevens. Jaart.boekje b.68. ” na 1813

3. Burgemeester
De eerste burgemeester hier was J.W. Essink 1820-1831, daarna kwam P. Dannenbargh. ” na 1820

4. Notaris
J.A. ten Pol was vermoedelijk de eerste notaris hier 1826-1906 ” na 1826

5. Kantongerecht
Was hier ten stadhuize gevestigd 1811-1877 ” vóór 1877

6. Stadsschool
Dat is de Nederduitse school geweest en die was hier van 1684 tot 1876 ” vóór 1876

7. Rector met drie secondanten
Ongetwijfeld waren die aan de Latijnse School verbonden. De periode met vier leerkrachten duurde tot 1862, daarna waren er geen vier meer. De school bestond tot 1869 ” vóór 1862

8. Ontvanger zwak van gezicht
Hieromtrent geen nadere gegevens te vinden.

9. De Keizerskroon
Hotel De Keizerskroon is het huidige winkelpand G. Bekhuis, Grotestraat 13.

10. G. v. Koningsveld
Dat was de sympathieke waard op de Keizerskroon. Zo rond het jaar 1850 gaf een dochter van hem les aan kinderen.

11. “Eén uur gaans”
Kan de dichter(es) op ’t Springendal hebben gewoond, een Cramer misschien? ’t Is wel familie van inzender. Doet ook niet ter zake. In elk geval: we worden warm: nog even doorzetten.

12. G. van Goor
Was hoofd van de Nederduitse school midden en begin vorige eeuw.

De Latijnse School werd beroemd onder rector Moquette, 1841-1862. Deze huwde op 3 juli 1845 met Johanna Theodora van Goor. Haar broer G. van Goor jr. werd in 1841 leraar wiskunde aan de Latijnse School. Hun vader was hoofd van de Nederduitse school: G. van Goor sr.

Vóór hem was C. Aeyelts hoofd der school. Die ging in 1811 met pensioen. Dat was in die tijd op 70-jarige leeftijd. G. van Goor sr. heeft er in het vers bijna 50 jaren diensttijd op zitten.

Conclusie

Samen met bovenstaande punten, die ons steeds nader tot het doel brachten stap voor stap en gezien de diensttijd van G. van Goor sr., aannemende dat hij in 1811 werd benoemd, komen we terecht in de buurt van 1860 of iets eerder of iets later dat het vers is geschreven. Het kan niet erg veel later zijn geweest, want zie punt 7.

Hartelijk dank dat U deze studie met mij op de voet hebt gevolgd. Hebt U nog een oude brief of verhaal of vers waarin wat staat met betrekking tot de historie van Ootmarsum?

Gustaaf Klaas.

Expositie Bibliotheek 1983

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1983: Brievenposterij, pagina 42

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast.

Ga naar de inhoudsopgave van 1983
Brievenposterij
2026-09-09 03:42:54