Brievenposterij: De roof op het Lädderke

Deze keer is het onze donateur de Heer H. Snijders uit Reutum, die ons een leuk verhaaltje deed toekomen, dat hij vond in de Twentse Courant van 1 maart 1856. Leuk is eigenlijk het juiste woord niet, maar interessant wel. We hebben de toenmaals gebruikelijke spelling gehandhaafd.

“Tubbergen, 28 Febr.

In den morgen omstreeks 6 ure van den 26-2 begaf zich B. Oude-Scholten wonende te Vasse gem. Tubbergen met nog 2 andere personen naar het veen. Op het zoogenaamde Knap, tusschen Vasse en Mander gekomen zijnde, zagen zij op eenigen afstand een manspersoon gaan, die hen ziende, staan bleef, en iets bij zich liet nedervallen. B. O. Scholten ging op dien persoon af, en zag toen, dat deze een pak, waarin, zooals het hem voorkwam, zich zilverwerk bevond, achter zich had liggen. Hij riep de personen, met welke hij was uitgegaan tot zich, en gezamenlijk herkenden zij nu den persoon, die het pak had laten vallen of afgeworpen, voor Martinus van der Vliet van het Langeveen gem. Tubbergen.

Zij hielden hem vast, en bevonden nu, dat ’t pak inhield 3 zware, zoo het hun voorkwam zilveren kandelaren; waarom eene misdienaars toge gewonden en met eene koord van rood tapijt vastgebonden was.

Zij brachten M. v. d. Vliet met de kandelaars naar den koster van de kerk te Vasse, denkende dat dezelve uit die kerk ontvreemd waren; Het bleek echter spoedig dat zij niet uit de kerk van Vasse, maar uit die van Ootmarsum afkomstig waren. Op ontvangen berigt van het voorgevallene zond de Heer Burgemeester dezer Gemeente, onverwijld den veldwachter O.J. Meijer om M.v.d.Vliet te arresteren en de kandelaren in beslag te nemen. Na gedaan onderzoek beweerde M. v.d.Vliet, dat zekere Piet Lasaiber uit het graafschap Bentheim, Ambt Neuenhaus, daags tevoren op het Markt te Ootmarssum was bij hem gekomen en hem gezegd had, dat hij hem dezen nacht, op zekere plaats iets zoude te gemoet brengen dat hij verkopen kon, en dat hij hem op de bestemde plaats de drie kandelaren had gegeven. De Heer Burgemeester gehoord hebbende dat uit de kerk te Ootmarssum zes zilveren kandelaren, een busje voor den H.Olie en een zilveren Dooplepel ontvreemd waren, begaf zich daarna onmiddellijk met den onbezoldigden veldwachter A.Wissink naar de hut van M.v.d.Vliet en vond na lang zoeken buiten de hut, onder Aarde verborgen, de andere voorwerpen, die uit de kerk te Ootmarssum ontvreemd waren.

Dank zij der ijverige bemoeiingen van den Heer BUrgemeester ten dezer opzigte in het werk gesteld. Gemelde v.d.Vliet zoude eerst voor 14 dagen, wegens diefstal van schapen, uit de gevangenis zijn ontslagen.”

Dank U wel Heer Snijders.

Wie volgt met een gevonden of gemaakt verhaaltje?

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1985, pagina 42: Brievenposterij: De roof op het Lädderke

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1985 →
Brievenposterij: De roof op het Lädderke
2026-10-24 04:12:52