Het licht in Agelo
Van 1 mei 1930 tot 1 juli 1950 stond er in Groot Agelo westelijk van de weg Ootmarsum-Weerselo, dus aan de Heggelkampsweg, een lichtmast, officieel genoemd „Routelicht Denekamp-Ootmarsum”. Deze benaming werd in overleg met de belanghebbende burgemeesters vastgesteld. Het waren bakens, die op zekere afstand van elkaar stonden om met hun zwaaiende lichtbundels de vliegtuigen in het donker de weg te wijzen. Bedoelde lichtmast stond op de route Schiphol – Berlijn. Zo liep er ook een naar Parijs (zie kaartje). Tussen Schiphol en de Duitse grens bevonden zich routelichten bij Amstelveen, Muiderberg, Harderwijk, Oldebroek, Hellendoorn en Ootmarsum.
De ijzeren lichtmast stond op een betonnen voetstuk. Het Rijk had de hiertoe benodigde meters grond van de gemeente Denekamp gehuurd voor ƒ 1,— per jaar. In de overeenkomst tussen het Ministerie van Waterstaat en B. en W. van Denekamp stond o.a. dat niet in de nabijheid van het licht opgravingen mochten geschieden, die gevaar opleverden t.a.v. de bedrijfszekerheid van ’t licht. De gemeente Denekamp moest zorgen voor de aansluiting aan het G.E.B.-net. Voor de uitbreiding van het net zou het Rijk maximaal ƒ 350,— betalen aan de gemeente, verminderd met de te maken bedrijfswinst. De stroom kostte 5 cent per k.w. in die tijd.

Electricien Rose in Denekamp werd aangesteld om te zorgen voor onderhoud, opheffen storingen, verwisselen van de gloeilampen, enz. en ontving daarvoor jaarlijks ƒ 50,— van het Departement. Als het licht niet brandde werd Rose vanuit Hotel ’t Bosch door de heer J. Blokhuis gewaarschuwd en hij kon op de fiets klimmen en even naar Agelo peddelen, soms midden in de nacht bij mooi en lelijk weer, zomer en winter.
Toen de radar kwam waren de routelichten niet meer nodig. Op 15 juni 1950 werd B. en W. van Denekamp door de Minister van Verkeer en Waterstaat verzocht de stroomlevering per 1 juli te beëindigen. Aan de Rijksgebouwendienst is op 19 februari 1951 door de Rijksluchtvaartdienst opdracht gegeven de ijzerconstructie van de lichtmast te demonteren en de betonnen fundering te verwijderen.
Dat laatste heeft echter nog lang op zich laten wachten. Zo eindigde het verhaal van een lichtmast en niet veel mensen in Agelo en Ootmarsum treurden er om, want je werd soms goed tureluurs van dat geflikker ’s avonds.
G.F. Klaas

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1987, pagina 51: Het licht in AgeloDit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1987 →

