
Markt 5
Brunninkhuis
Eigenaar van het pand (De Stad 98) was in 1832 volgens het kadaster de timmerman en logementhouder Joannes in Oude Brunninkhuijs (1778-1857). Hij was gehuwd met Euphemia Gesina Scholten (1798-1832). Het echtpaar kreeg hier 5 kinderen. De oudste zoon, Johannes Antonius Brunninkhuis (1827-1906), werd later bekend onder de bijnaam Jan Tik en kocht in 1875 het pand aan wat nu Grotestraat 26 is.
Het pand werd in twee delen bewoond. Tot 1852 hadden de twee helften hetzelfde huisnummer: De Stad 98. Vanaf 1852 hadden de twee woningen hun eigen huisnummer.
Van Olffen
Vanaf ca. 1825 werd het rechter deel van het pand bewoond door de in Duitsland geboren hoedenmaker Hermannus van Olffen (1795-1862) en zijn vrouw Maria Vogel (1801-1863). Het echtpaar kreeg hier 9 kinderen, slechts 3 werden ouder dan 12 jaar.
Het pand werd in 1844 gekocht door medicijne doctor Johannes Gerhardus van Kersbergen (1795-1859) die ook eigenaar was van het pand rechts: Marktstraat 1, waar hij woonde samen met drie nichten van hem. Waarschijnlijk werd dit pand gebruikt als praktijkruimte.
Ten Oever
In 1861 werd het pand gekocht door Hermannus Henricus ten Oever (1800-1885) en ging met zijn vrouw Johanna Hesselink (1820-1878) in het linkerdeel wonen. Het echtpaar kreeg 7 kinderen, waarvan de tweede dochter hier later bleef wonen. Het rechterdeel werd verhuurd aan de familie Tichelaar.
In het linkerdeel van de woning vonden ook een kleermaker en een schoenmaker enkele decennia hun onderdak: Ferdinand Rädeker (1827-1907) en Hendrika Veldscholten (1851-1912). Vanaf 1886 vond hier het gezin van Gerhardus Johannes Steggink (1855-1929) en Johanna Dijkhuis (1861-1905) onderdak.
Kapitein Tichelaar
In 1861 kwam de gepensioneerde kapitein Johan Jans Tichelaar (1807-1870) met zijn gezin in het rechterdeel van het pand wonen. Tichelaar was eerder getrouwd met een vrouw uit Sumatra, waarmee hij een dochter kreeg. Zijn Sumatraanse vrouw is waarschijnlijk op Sumatra overleden, er zijn in Nederland geen overlijdensgegevens van haar bekend. In 1853 hertrouwde hij met Pauline Catharine Bartine ten Breujel (1827-1898) en ging in Denekamp wonen, waar vier kinderen werden geboren. In 1861 verhuisde het gezin naar Ootmarsum, waar nog twee kinderen werden geboren.
Op 9 maart 1870 overleed kapitein Tichelaar en een paar weken later zijn Sumatraanse dochter Hendricka Johanna Rigtje Sijboltina (1844-1870). In 1871 verhuisden de kinderen naar Utrecht en in 1874 vertrok ook de weduwe Pauline naar Utrecht.
Snijders
De tweede dochter van Hermannus Henricus ten Oever en Johanna Hesselink, Hermanna (1847-1907), trouwde in 1874 met de landbouwer Gerardus Snijders (1848-1919). In 1875 werd Gerardus de nieuwe eigenaar.
In 1909 werd het eigendom van het pand verdeeld tussen Gerhardus Snijders (5/8e deel) en de 4 kinderen Johannes Hendrikus (1876-1939), Gerhardus (1880-1926), Bernardus Jozef (1883-1945) en Maria Aleida (1888-1969). Ook schoonzoon Albertus Johannes Raatgerink (1875-1920) werd net als de 4 kinderen eigenaar voor 3/40e deel.
In 1919 werd het pand eigendom van de oudste zoon Johannes Hendrikus, die in 1908 getrouwd was met Johanna Maria Lansink (1876-1949)). In 1929 werd het eigendom verdeeld tussen Johannes (voor 7/12e deel) en zijn vijf kinderen, die elk voor 1/12e deel eigenaar werden.
Maria Snijders
In 1941 worden de oudste zoon Gerard Snijders (1911-1950) en zijn vrouw Maria Krabbe (1917-2007) de nieuwe eigenaar. Gerard was metselaar. Gerard overleed veel te vroeg op 39-jarige leeftijd ten gevolge van een ongeluk en Maria stond er alleen voor met haar drie dochters en twee zonen.
In de eerste jaren na het overlijden van haar man werd de kost verdiend door het verhuren van de voorkamer en het ’s avonds en ’s nachts breien voor anderen met de breimachine die ze de prijs van maar liefst ƒ 1795 had aangeschaft. In de avonduren studeerde ze voor haar Middenstandsdiploma, waarbij het buurmeisje Mieke Reinders op de kinderen paste. Haar eindexamen vond plaats in het Krasnapolsky hotel in Amsterdam, een wereldreis in die tijd! Na het behalen van de noodzakelijke papieren, opende Maria hier de winkel. Er werden sjaals, knopen, ceintuurs en wol verkocht.
In 1961 werd de winkel verbouwd tot "Zelfkeuze-textielzaak", voor die tijd heel modern. In de winkel werden door de klanten beha’s en lingerie zelf gepast, iets wat in grotere plaatsen niet meer gebeurde. Haar 3 dochters: Ria, Ans en Gerrie hielpen mee in de winkel.
Maria Snijders stopte met de winkel in 2001. Haar nicht Babette heeft de leegstaande winkel nog enige tijd gebruikt om haar schilderijen te exposeren, totdat het in 2002 gesloopt werd, om plaats te maken voor nieuwbouw van de Brasserie Rien Schulten, die in 2003 werd geopend.
Lees meer over deze bijzondere winkel in het boek van de BMS: Verdwenen winkels in Ootmarsum.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


