
Putstraat 9
Op deze plaats lagen 200 jaar geleden drie percelen, waar nu de rechtervleugel van het zorgcentrum Den Oostenborgh. Links en rechts lagen de percelen A704 en A705. Aan de Putstraat zelf lag het perceel A703.
A703
Berghuis
Dit pand dat dus aan de Putstraat lag, was eigendom van de RK kerk. In 1917 werd het aangekocht door de landbouwer Albertus Gerardus Berghuis (1861-1937). Hij was in 1884 getrouwd met Dina Postel (1849-1926). Het werd gedeeltelijk herbouwd en ging daarna over op hun zoon Johannes Hermannus Berghuis (1896-1971) en dochter Elisabeth Wilhelmina Berghuis (*1885).
Johannes was brievenbesteller en trouwde in 1921 met Gezina Steggink (1891-1954). Na het overlijden van moeder Dina in 1926 werd het pand in 1928 verkocht. Zowel het gezin, dat op dat moment een zoon en dochter had, als Elisabeth en vader Albertus Gerardus verhuisden rond 1923 naar de Schiltstraat 4. Elisabeth is in 1925 verhuisd naar Gheel in België.
Steinmeijer
De slager Bernhard Steinmeijer (1897-1994) werd de nieuwe eigenaar voor 5/6e deel, samen met Elisabeth Wilhelmina Berghuis voor 1/6e deel. Steinmeijer woonde zelf aan de Grotestraat 19 waar ook de slagerij was.
In 1962 wordt het pand verkocht aan de Onze Lieve Vrouwen Stichting te Amersfoort . In 1963 wordt het gesloopt en krijgt het nieuwe kadastrale nummer A3360, waarna hier begonnen wordt met de bouw van de Radboud paviljoens.
A704
Droste
Dit was tot 1865 in gebruik als schuur van het Gasthuis. In 1865 wordt het pand verkocht aan de logementhouder Clemens Justinus Teusse (1836-1910) die het in 1868 verbouwt tot woning.
De woning werd vanaf ongeveer 1860 bewoond door de wever Jan Hendrik Droste (1825-1860), in 1846 getrouwd met Carolina Pisans (*1824). Ook woonde hier het gezin van de landbouwer en wever Hermannus Berre (1825-1886), in 1861 getrouwd met Helena Sophia Sanders (1823-1880).
In 1930 wordt de woning kennelijk niet meer bewoond en wordt de bestemming schuur en erf en in 1934 ook aan de kerk verkocht. In 1963 wordt het pand gesloopt ten behoeve van de bouw van de Radboud paviljoens.
A705
Lievendag
Dit pand was tot 1850 eigendom van Geertruida Cramer. Het is niet duidelijk wat de familieband van haar was. Het zou een zorgfunctie gehad kunnen hebben, want hier waren drie overlijdens van mensen die geen familieband meer hadden. In 1850 wordt het pand verkocht aan de akkerbouwer Gerrit Sluiter (1813-1885), in 1851 getrouwd met Hendrikjen Onstede (1819-1888). De woning werd al geruime tijd bewoond door de koopman in oud ijzer Salomon Lievendag (1820-1872) en zijn vrouw Martha Schwabe (1824-1861), die daar in 1861 overleed. Salomon hertrouwde later dat jaar met Anna van der Vegt (*1827). Salomon kreeg drie kinderen uit zijn eerste huwelijk en vijf uit zijn tweede huwelijk. Na zijn overlijden kocht de oudste dochter Ester (1853-1938) in 1873 deze woning en de woning op de hoek met de Putstraat, samen met haar nog minderjarige halfbroer Herman Salomon Lievendag (1868-1943). In datzelfde jaar vertrok zij naar Amsterdam. De woning wordt wisselend bewoond door de diverse (half)broers.
In 1934 wordt ook deze woning verkocht aan de kerk en in 1936 gesloopt. Vier percelen (A702, A704, A705, A1621 en A3360) worden in 1968 samengevoegd tot één nieuw perceel: A3453 waarop in 1967 al met de bouw van de Radboud paviljoens werd begonnen. In 1969 zijn de beide paviljoens opgeleverd. Later zijn de beide paviljoens samengevoegd tot het verzorgingshuis Den Oostenborgh met Putstraat 7 als hoofdadres.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020



