Opmerking

Markt 10

Het stadscafé In Den Guldene Crone is gebouwd in 1963 door Herman Luttikhuis (1900-1975). Daarvoor zijn het twee percelen geweest, met elk hun eigen geschiedenis.

Links (De Stad 92)

In 1832 was het linkerpand (kadastraal A714) eigendom van de zadelmaker Otto Volgenant (1775-1841). Hij woonde hier waarschijnlijk tot zijn huwelijk in 1817 met de bijna 10 jaar jongere Catharina Onink (1784-1834). Het echtpaar verhuisde waarschijnlijk naar Enschede. De woning werd daarna bewoond door zijn zuster Maria Volgenand (1764-1841) en haar dochter Johanna Gezina Wigmannik (1798-1873). Anna Maria was in 1797 in Amsterdam getrouwd met Jan Wigmannik (1760-1811). Zeer waarschijnlijk is hij daar overleden voordat zijn zuster en nicht naar Ootmarsum verhuisden.

Nadat Otto en Maria in 1841 een maand na elkaar overleden, werd zijn nicht Johanna Gezina Wigmannik de eigenaresse tot haar overlijden in 1873. Het kadaster vermeldde als beroep renteniersche, dus zij is niet onbemiddeld achtergelaten.

Cramer-Staverman

Na het overlijden van Johanna in 1873 werd de calicot fabrikant en gemeenteontvanger Jan Fredrik Staverman (1814-1899) de nieuwe eigenaar. Op zich nog niet opvallend, totdat de geboorteakte erbij gehaald wordt. Jan Frederik was geboren in het huis van zijn grootouders aan de Grotestraat (het Burgemeestershuis). Hij was de zoon van de op dat moment ongehuwde dochter Geertruijda Staverman (1785-1832). Zijn geboorteakte brengt duidelijkheid: hij had bij zijn geboorte nog een derde voornaam: Volgenant. Bij zijn 18e verjaardag heeft Jan Fredrik deze derde voornaam bij koninklijk besluit laten verwijderen. Otto Volgenant was dus vader van Jan Fredrik Volgenant Staverman en zijn nalatenschap is uiteindelijk terechtgekomen bij zijn zoon waarvan hij nooit de vader kon zijn.

Jan Fredrik Staverman ging hier niet zelf wonen, maar gaf het door aan zijn dochter Fredrika Hermina Johanna Staverman (1850-1922) die in 1878 trouwde met de sigarenfabrikant Bernard Cramer (1840-1892). In 1889 verhuisde het echtpaar naar Amsterdam. Volgens de registratie in het bevolkingsregister zouden ze ook nog even hebben gewoond aan de Ganzenmarkt 23 voordat ze vertrokken naar Amsterdam.

In 1900 is de woning verkocht aan Hermannus Hendrikus Essink (1858-1929), een nazaat van docter Bernardus Wilhelmus Essink (1813-1869) die aan de Ganzenmarkt woonde. Hermannus Hendrikus Essink woonde met zijn vrouw Maria Anna Buter (1858-1923) in Enschede en liet de woning in 1901 herbouwen. Er is in het bevolkingsregister geen registratie te vinden van de bewoning van de woning.

Kleinschmit

In 1910 kocht Petrus Jacobus Henricus Joséphus Kleinschmit (1873-1946) het pand. Hij was in 1909 vanuit Amsterdam naar Ootmarsum verhuisd en ging wonen in de Marktstraat 2, samen met zijn vrouw Jantje van der Zee (1886-1973) en hun pasgeboren zoontje Piet Kleinschmit (1908-1953), die later bekend werd als landschapsschilder. Het gezin heeft vanaf 1910 enkele jaren in deze woning gewoond, maar in het bevolkingsregister is dat slechts geregistreerd door het bijschrijven van het huisnummer destijds: K77/K69.

In 1905 was zijn broer Franciscus Jacobus Johannes Kleinschmit (1866-1929) vanuit Roosendaal en Nispen naar Ootmarsum verhuisd. Hij was notaris en nam zijn intrek in het failliete hotel Teusse, direct grenzend aan deze woning. Na kort aan de Oldenzaalsestraat te hebben gewoond, bouwde hij in 1912 de villa aan de Westwal, die bekend werd onder de naam Huize Vredeoord of ook wel de “Witte Villa”.

Petrus Jacobus Henricus Joséphus Kleinschmit (1873-1946) werd notarisklerk bij zijn broer Franciscus Jacobus Johannes Kleinschmit (1866-1929). Het gezin heeft hier tot ca. 1920 gewoond en verhuisde daarna naar de villa van zijn broer aan de Westwal.

De woning is daarna bewoond door diverse kleine gezinnen. Vanaf 1930 Hendrik Frowijn (1862-1943) en zijn vrouw Gesina Carolina Hartkoorn (1862-1947) en sinds 1936 Johannes Antonius Temmink (1907-1982) en zijn vrouw Rijkje Peternella van Ooijik (1908-1989). Rond 1950 woonde hier J. Smit.

In 1952 werd de woning verkocht aan de gepensioneerd hoofd uitvoerder Ben Stroot (1891-1961), getrouwd met Anna Bodde (1893-1968). In 1959 verruilt hij dit pand met de gemeente voor een perceel bouwgrond op de hoek van het Oldenzaalsvoetpad en de Oostwal.

In 1963 werd dit pand, samen met het pand rechts, gesloopt ten gunste van de nieuwbouw van In de Guldene Crone.

Rechts (De Stad 91)

Het rechter pand was in 1832 eigendom van burgemeester Willem Berends (1769-1825). In 1845 werd het pand verkocht aan Jan Borghorst (1783-1867), in 1813 getrouwd met Anna Berends (1771-1847). Jan was debitant in tabak en rentenier, het echtpaar bleef kinderloos. Hier woonde ook een zuster van Anna bij in: Janna Berendts (1776-1853).

In 1869 werden de broers en timmerlieden Petrus Brugman (*1816) en Reinier Johannes Brugman (*1814) de nieuwe eigenaren. Het waren neven van Jan Borghorst en waarschijnlijk hebben ze het pand geërfd van hun oom. Het pand had inmiddels als adres De Stad 99.

Ter Horst

In 1872 werd het pand (De Stad K150) gekocht door de winkelierster Aleida ter Horst (1816-1894). Na het overlijden van Aleida in 1894, werd haar ongetrouwde neef Johannes Joseph ter Horst (1860-1934) de eigenaar van de winkel.

In 1928 werd een nicht Johanna Maria Aleida Veldman (1870-1944) de nieuwe eigenaresse. Zij was ongehuwd en heeft de winkel voorgezet. Haar broer, schoenmaker Bernard Veldman (1878-1956) erfde de winkel.

Olde Daalhuis

In 1947 betrok Jan Olde Daalhuis (*1916) het winkelpand van Borghorst Maria op de hoek van Markt en Kerkplein, nadat zijn winkel aan de Grotestraat was afgebrand. Het was een winkel waar je groente, fruit en vis kon kopen. Zijn zuurkool werd geroemd! De ingang van de winkel was aan de kant van het Kerkplein.

In de Guldene Crone

Het pand werd in 1963 gekocht door de gemeente en daarna gesloopt. Hierdoor kon Herman Luttikhuis (1900-1975) hier zijn café-restaurant In de Guldene Crone bouwen, waarmee naast het gemeentehuis ruimte vrijkwam voor nieuwbouw.

Na de sloop is het pand Olde Daalhuis herbouwd bij het Los Hoes, zonder de bovenste verdieping, die anders het zicht op het Los Hoes zou ontnemen.

In dit nieuwe pand hebben Herman en zijn dochter Helma tot 1971 de zaak groot gebracht: vrijwel alle klanten uit het oude café gingen mee met Luttikhuis. In 1971 kocht brouwerij Grolsch het stadscafé en werd het echtpaar Gerard (1921-1976) en Marietje Ekelhof-Brinkers de beheerder. Gerard heeft lang bij de Twentsche Damast gewerkt, in zijn vrije tijd was hij een populaire ober.

Na het overlijden van Gerard in 1976, heeft zijn vrouw Marietje de zaak samen met dochter Giny nog tot 1980 voortgezet.

In juni nam het echtpaar Ton en Christ’l Kouwenberg de zaak over. De biljarts werden verwijderd en de zaak kreeg meer restaurant uitstraling. In 1993 vertrok het echtpaar naar Hengelo, waar zij hun restaurant Mondriaan openden.

Sinds 1993 is Richard Nijhuis de nieuwe uitbater van In de Guldene Crone. In 1998 trouwde hij met Susan Boswerger. Het interieur verbouwde hij tot een mix van stads- en bruin café. Het is bij jong en oud een Stadscafé dat zeer in trek is. Het is o.a. de vaste residentie van de Siepeljonkers. Het staat hoog in de top-100 van beste cafés van Nederland!

Meer over dit stadscafé is te lezen in het boek "Te Gast in Ootmarsum", uitgegeven door de BMS.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020


2026-04-20 04:07:25