
Kerkplein 3
Pastorie R.K. kerk. In 1832 waren dit twee afzonderlijke percelen. Het pand links had het kadastrale nummer A716 en was eigendom van Hendrika Teusse (1785-1830) ("& mede eigenaren") en rechts het kadastrale nummer A720 en was eigendom van "erven Gerhardus Heupink (winkelier)". Toen hier in 1959 de pastorie werd gebouwd, werden de twee percelen kadastraal samengevoegd tot één perceel A3562.
Links: De Stad 180
Teusse
Tot hun overlijden in 1830 en 1835 woonden hier de winkeliers-zussen Joanna Margaretha Teusse (1779-1835) en Hendrika Teusse (1785-1830). Zij waren de ongehuwde dochters van wijnhandelaar Adolf Teusse (*1743).
Moquette
In 1847 werd het pand gekocht door Pierre Antoine Moquette (1812-1877), die rector aan de latijnsche school was. Hij was getrouwd met Johanna Theodora van Goor (1824-1851). Hij was ook eigenaar van het pand aan de Markt, dat daarvoor eigendom was van burgemeester Pieter Hendrik Dannenbargh (1794-1873)
Na het overlijden van zijn vrouw en enig kind, verhuisde hij rond 1855 naar Meppel. Het pand aan het Kerkplein zal waarschijnlijk al die tijd zijn bewoond door de familie Teusse.
Teusse
Een neef van Adolf Teusse (*1743), Jan Teusse (1796-1847) heeft hierna op dit adres gewoond. Hij was winkelier net als zijn vrouw Adriana Francisca Kirch (1800-1864), waarmee hij in 1826 was getrouwd. Zij waren beide winkeliers op het adres Marktstraat 4. Het echtpaar kreeg 8 kinderen. Hun zoon Clemens Justinus Teusse (1836-1910) werd in 1863 de eigenaar. Clemens Teusse was steenfabrikant en had zijn huis/werf/fabriek aan de Binnenes, aan de rand van wat nu het Villapark is, daar staat nu nog steeds een schuur. Hij realiseerde hier zijn Hotel Teusse en werd zo logementhouder. Ook werd in 1863 het pand aan de Markt erbij betrokken, het hotel had dus twee ingangen: aan de Markt en het Kerkplein.
Teusse trouwde in 1877 met de huishoudster Joanna Josepha Fuisting (1848-1917).
In 1891 werden de vier percelen A712 t/m A718 samengevoegd tot één kadastraal nummer: A2077. Het pand aan de Markt werd aan de kant van de binnentuin verbonden met een korte corridor, waardoor het aanzicht vanaf de binnentuin één groot gebouw werd.
In 1901 kwam het hotel in zwaar weer en op 26 februari 1902 raakte Teusse failliet. Rond die tijd verhuist een tiental personeelsleden (knecht, meid, kelner, koetsier) uit het hotel naar elders. In 1909 worden de panden verkocht aan Josephus Jacobus van den Bosch (1844-1922). Teusse overleed in 1910.
Raatgerink
In 1910 werd het hotel overgenomen door de timmerman Albertus Johannes Raatgerink (1875-1920) en zijn vrouw Johanna Gezina Snijders (1875-1927). Raatgerink noemde zich vanaf 1903 beurtelings logementhouder, koffiehuishouder, kastelein en tapper noemt. Vanaf 1909 is hij hotelhouder, cafehouder en stalhouder. Waarschijnlijk is hij dus vanaf 1903, na het faillissement, betrokken geweest bij het hotel.
Na het overlijden van Raatgerink werd het hotel in 1920 verkocht aan de R.K. Kerk die het liet ombouwen tot bejaardenhuis en ziekenopvang. Ook dokter Wortelboer (1891-1956) begon er in de twintiger jaren zijn praktijk. De zusters Franciscanessen namen hun intrek in het gedeelte aan het Kerkplein (zustershuis).
In 1958 werd het Gasthuis afgebroken en in 1959 werd de pastorie hier gebouwd.
In 1999 is de pastorie verbouwd tot Parochiecentrum
Rechts: De Stad 198
Heupink
Dit pand was lange tijd eigendom van de familie Heupink. Logementhouder en weverGerhardus Joannes Höepinck (*1728) was de oudst bekende bewoner van dit pand. Hij was in 1756 getrouwd met Christina Cremers en met haar kreeg hij vier kinderen. Na haar overlijden in 1764 hertrouwde hij in 1765 met Bernardina Leuvinck waarmee hij nog vijf kinderen kreeg.
De jongste zoon uit zijn eerste huwelijk, Gerhardus Joannes Hoepink (1764-1830), was ook brouwer, logementhouder en kastelein. Hij was in 1793 getrouwd met Maria Gesina ten Velde (1773-1828) en het echtpaar kreeg hier maar liefst 13 kinderen.
Twee van hun kinderen hebben het logement hier voortgezet, maar beide werden niet oud. Dochter Maria Joanna Heupink (1797-1831) was winkeliersche en logementhoudersche en zoon Gerardus Joannes Josephus Heupink (1799-1836) was horologie en klokken schoonmaker en hersteller, logementhouder.
Ensink
In 1840 werd het pand verkocht door de erven van de familie aan de huisschilder Gerhardus Lucas Franciscus Kistemaker (1798-1868). Hij was in 1829 getrouwd met Margarita Ensink (1806-1860). Zij was de dochter van uit een herbergierfamilie uit Hengelo. Het is dus waarschijnlijk dat Margarita verantwoordelijk was voor de herberg.
In 1848 werd het pand verkocht aan de broer van Margarita, Johannes Ensink (1810-1866), die hier waarschijnlijk een winkel dreef: zowel Johannes als zijn vrouw Alberta Lourentia Gelink (1829-1909) waren winkelier. Johannes was daarnaast ook glazenwasser en blaauwverver. Johannes overleed in 1866, waarna zijn weduwe in 1867 hertrouwde met de veearts Antonius Johannes Cornelius Alink (1835-1904). Het echtpaar bleef hier wonen tot hun overlijden in 1904 en 1909.
In 1910 wordt het pand verkocht aan bakker Lambertus Brandehof (1855-1927), die zijn bakkerij had aan de Marktstraat 7.
Buijvoets
In 1923 werd het pand verkocht aan Harry Buijvoets (1885-1967). Harry was in 1921 getrouwd met Trui Brandehof (1887-1960). Harry had hier een elektriciteitszaak en een verkoop- en reparatiepunt voor rijwielen. Hier werden hun vier zonen geboren: Jan (1922-2011), Harry (1924-2010), Gerrit (1925-2001) en Toon (1927-1991). Van hen zette Harry de zaak voort. Harry trouwde in 1954 met Marietje Morsink (1927-2017) uit Denekamp.
Omdat op deze plaats de nieuwe pastorie zou worden gebouwd, verhuisde het echtpaar uiteindelijk in 1956 naar de Schiltstraat 3, waar de zaak werd voortgezet.
In 1958 werd ook dit pand afgebroken en werd hier in 1959 de pastorie gebouwd.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


