Opmerking

Oostwal 14

In 1832 lagen op de plaats waar nu Oostwal 14 is 5 percelen: A676, A677, A679, A680 en A681. In 1832 waren dit de huisnummers De Stad 150, 151, 159, 160 en 161. Deze 5 woningen waren alle eigendom van wevers! In de 20e eeuw waren dit de huisnummers Oostwal 14, 16 en 18. In 1972 werden de individuele woningen gesloopt en kwam hier op no 14 de Radboudzaal voor in de plaats. Nu is dit Hot Marks Glasblazerij.

Perceel A676

Dit pand was in 1832 eigendom van de wever Jan Jansen (1776-1844). Jan trouwde in 1804 met Joanna Groothuijs (1778-1817). Na haar overlijden in 1817 hertrouwde Jan met Helena Droste (1785-1850).

Niemeijer

In 1840 werd de woning verkocht aan de wever Gerhard Herman Niemeijer (1800-1877). Johannes en Helena gingen inwonen bij hun zoon, die even verderop woonde (A681). Gerhard Herman Niemeijer was in 1831 getrouwd met Aleida Waanink (1804-1866) en zij kregen 5 kinderen.

In 1873 brandde de woning af en werd ook de woning ernaast gekocht, die ongetwijfeld ook brandschade zal hebben opgelopen. Er werd één nieuwe woning gebouwd op het samengevoegde perceel met nummer A1713 en de woning ging generaties over van vader op zoon.

Fredricus Niemeijer (1832-1911), in 1866 getrouwd met Gezina Wassink (1835-1927), werd in 1879, na het overlijden van zijn vader, eigenaar van de woning. Fredrikus was wever en landbouwer en kreeg met zijn vrouw 6 kinderen.

Hun jongste zoon, timmerman en aannemer Marinus Niemeijer (1878-1958), in 1910 getrouwd met Geziena Rekers (1884-1970), werd vanaf 1912 de nieuwe eigenaar na het overlijden van zijn vader. Het echtpaar bleef kinderloos, maar had wel een pleegzoon, Willem Alink (1912-1984), een neef van Geziena. Willem werd ook timmerman en aannemer in het bedrijf van zijn pleegvader.

In 1948 werd het pand gesloopt en herbouwd. Na het overlijden van zijn pleegmoeder in 1970 werd Willem Alink, getrouwd met Geziena Geertruida Keizer (1921-1992), eigenaar van de woning, waarna het in 1971 aan de RK kerk werd verkocht, ten behoeve van de bouw van de Radboudzalen.

Perceel A677

Kampste

De wever Lambertus Kampste (1765-1835) was de eigenaar van dit pand in 1832. Lambertus was in 1793 getrouwd met Engelina Keppelink (1768-1819). Het echtpaar kreeg twee dochters: Hendrika (1800-1881) en Johanna Hendrika (1806-1871).

Moekotte

De jongste dochter Johanna Hendrika Kampste trouwde in 1829 met de wever Joannes Moekotte (1802-1857) en werden na het overlijden van de ouders de eigenaar van de woning. Het echtpaar kreeg hier 9 kinderen, waarvan er maar 3 de huwbare leeftijd hebben bereikt.

De oudste dochter, Engelina Moekotte (1833-1875), erfde de woning in 1872 na het overlijden van haar moeder in 1871. Zij was in 1861 getrouwd met de landbouwer Gerrit Jan Ribbert (1832-1863). Na het overlijden van Gerrit Jan in 1863, hertrouwde zij in 1864 met de timmerman Hermannus Essenhuis (1826-1893). In 1873 werd de woning na een brand verkocht aan de buurman, de wever Gerhard Herman Niemeijer (1800-1877), weduwnaar van Aleida Waanink (1804-1866). De percelen werden samengevoegd en werden nu samen A1713.

Perceel A679

Evers

Tot zijn overlijden in 1819 was de wever Albert Evers (1764-1819), in 1791 getrouwd met Henrica Hofte (1754-1834), de eigenaar van de woning. Het echtpaar kreeg twee dochters, Eva (1792-1860) en Gezina (1795-1874).

Na het overlijden van Albert in 1819 waren de beide dochters nog ongehuwd (Gezina bleef ongehuwd) en werd broer Geert Evers (1766-1838), borstelmaker en in 1794 getrouwd met Susanna Leferink (1765-1824), de nieuwe eigenaar.

Dochter Eva Evers (1792-1860) trouwde in 1820 met de wever Hermannus Kottink (1791-1863) en zij werden in 1832 de eigenaar van dit pand. De zuster van Eva, Gezina, woonde hier ook en had een eigen huisnummer: tot 1870 De Stad 178a en na 1870 De Stad K123. Eva en Hermannus woonden op het adres De Stad 178.

Kottink

Na het overlijden van de beide ouders, bleef zoon Hermannus Joannes Kottink (1824-1897), in 1864 getrouwd met Gezina Borggreve (1834-1904), hier wonen, samen met zijn broer Albertus (1821-1880). Nicht Hendrika Evers (1797-1861) is tussentijds nog even eigenaar geweest.

Het echtpaar kreeg twee dochters, Berendina Gezina (1865-1941) en Maria (1868-1936) die trouwden met de broers Willem Joseph Weustink (1860-1908) en Johannes Wilhelmus Weustink (1856-1935).

Weustink

De metselaar Willem Joseph en Berendina Gezina namen de uiteindelijk woning over. Berendina Gezina en Willem Joseph kregen 5 kinderen. De oudste dochter, Christina Gezina Weustink (1891-1968), trouwde in 1926 met de landbouwer Hendrik Lohuis (1891-1968) en werden in 1924 eigenaar van de woning. Moeder Berendina Gezina werd vruchtgebruiker tot haar overlijden in 1941. In 1925 is de woning geheel vernieuwd.

Na hun beider overlijden in 1969 werd neef Martinus Andreas Weustink (1921-1980) via een legaat eigenaar van de woning en verkocht het in datzelfde jaar aan bierbottelaar Antoon Heisterkamp (1903-1976), die het op naam van zijn drankenhandel zette. In 1971 werd het eigendom van Harrie Buijvoets (1922-1977) die het in 1972 verkocht aan de RK kerk, waarna het afgebroken werd t.b.v. de bouw van de Radboudzalen.

Perceel A680

Heupink

In 1832 had deze woning als adres De Stad 160. De wever en tuinman Bernardus Joannes Höpink (1768-1841) was de eigenaar. Hij was getrouwd met Joanna Waernink (1770-1836) en het echtpaar kreeg 4 kinderen.

Na het overlijden van de beide echtelieden, is de woning verkocht aan Hermina Kemna (1770-1840), de weduwe van kleermaker Carel Joseph Marcus (1754-1823). Na haar overlijden is de woning in 1871 verkocht aan de landbouwer en koopman Jan Schabos uit Hesingen, die het in 1874 doorverkoopt aan de metselaar Albertus Geerdink (1839-1919), in 1871 getrouwd met Manna van Weersel (1837-1903). Het echtpaar kreeg 5 kinderen, waarvan er twee de volwassen leeftijd hebben bereikt, zij werden de erfgenamen: Hanna (1872-1953) en Bats (1879-1948). Beiden bleven ongehuwd en bleven hier wonen.

In 1954, nadat broer en zus waren overleden, is de woning verkocht aan de postbeambte Johannes Jansen.

Perceel A681

Jansen

In 1832 was dit adres De Stad 161 en de wever Lambertus Jansen (1772-1838) was tot zijn overlijden in 1838 de eigenaar. Lambertus was in 1800 getrouwd met Euphemia Brakink uit 't oude Wiegink (1768-1836). Het echtpaar bleef kinderloos en zo werd zijn neef Hendrikus Jansen (1805-1891), die in 1837 getrouwd was met Gesina Meerbekke (1809-1856) de nieuwe eigenaar. Hierna ging de woning vele generaties over van vader op zoon.

Hun zoon Johannes Jansen (1849-1903) in 1888 getrouwd met Gesina Steggink (1861-1944) werd de volgende eigenaar. Johannes was landbouwer, het echtpaar kreeg 6 kinderen.

In 1929 werd hun zoon, de sigarenmaker Jan Jansen (1895-1989), in 1926 getrouwd met Wilhelmina Theodora Weustink (1893-1934) de nieuwe eigenaar. Na het overlijden van Wilhelmina in 1934 hertrouwde Johannes in 1947 met Mientje Raatgerink (1902-1985). Uit het eerste huwelijk werden 2 kinderen geboren: Siny (1931-2023) en Jan (1932-2022).



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020


2026-04-20 10:42:31