Opmerking

Kerkplein 17

Op deze plaats bevonden zich in 1832 twee percelen. Gezien vanuit het Kerkplein was links (De Stad 215) eigendom van de ongehuwde wever Gerrit Jan Braakhuis (1801-1838) en had het kadastrale nummer A803. Rechts (De Stad 216) was eigendom van Gerrit Teves (1782-1859) en had het kadastrale nummer A804. Hij was kuiper/winkelier en had zijn bedrijf in de kuiperij waar nu de bibliotheek zit (Poorten Frederik). Beide panden hadden toen hun voordeur aan de Ganzenmarkt. De beschrijving van de beide panden is gezien vanaf het Kerkplein.

A803

Rond 1827 verkocht Gerrit Jan Braakhuis de woning aan de in Ladbergen (D) geboren onderwijzer Willem Schrörluke (1798-1836). Hij trouwde in dat jaar met Arendina Wolters (1805-1855), die reeds moeder was van dochter Johanna (1824-1833). Haar dochtertje overleed in 1833 en Willem drie jaar daarna in 1836. Arendina werd eigenaar van de woning. In 1839 hertrouwde zij met de onderwijzer Jan Leemkuil (1815-1863). Het gezin verhuisde waarschijnlijk rond 1850 naar Raalte. Er waren inmiddels zes kinderen geboren, waarvan er vier jong zijn overleden.

A804

De kuiper Gerrit Teves (1782-1859) was tot 1840 de eigenaar van de woning. In dat jaar werd de woning gekocht door de rietmaker en winkelier Hendrik Hagedoorn (*1804), in 1835 getrouwd met Maria Sofia Fueller (1806-1850). In 1848 wordt de woning verkocht aan de koopman en winkelier Gerrit ten Bruggencate (1803-1853), in 1827 getrouwd met Christina Johanna Hagedoorn (1808-1864). Niet duidelijk is of zij familie was van Hendrik Hagedoorn.

Oude Weme

Na het overlijden van Gerrit in 1853 worden de beide woningen verkocht aan de grutter Gerrit Oude Weme (1815-1895). Gerrit was in 1847 getrouwd met Hendrika Reinders (1822-1890). Hendrika was de dochter van Hermanus Reinders (1787-1861) en Hermina Westerhof (1791-1854) die aan de Ganzenmarkt 10 woonden, vanuit de Ganzenmarkt gezien de woning direct links hiervan. Hermanus was wever en Hermina naaister. Zeer waarschijnlijk hadden ze hun werkplaats op de hoek van de Ganzenmarkt en de Oude Wemestraat (A804), want daar zijn tussen 1820 en 1840 verscheidene naaisters, spinsters en wevers overleden.

In 1867 wordt het rechter pand verbouwd en krijgt het nieuwe kadastrale nummer A1601 en als bestemming huis, grutterij en erf. Het was nu dus officieel een winkel.

Rond 1875 komt er een neef van Gerrit in de grutterij werken: Johannes Deterink (1854-1898), een zoon van zijn broer Jan Hendrik Oude Weme (1809-1873), die zich later Jan Hendrik Deterink liet noemen.

Johannes trouwde in 1891 met Maria Christina Luttikhuis (1865-1912) die ook in de grutterij werkte. Het echtpaar kreeg vier kinderen, waarvan één levenloos ter wereld kwam.

Deterink

Het echtpaar Oude Weme-Reinders bleef kinderloos, dus er was geen opvolging. In 1892 werden beide panden (A803 en A1601) geschonken aan het echtpaar Deterink-Luttikhuis, dat hier de zaak voortzette.

Johannes Deterink overleed in 1898 en zijn weduwe Maria Christina hertrouwde in 1899 met de molenaar en winkelier Franciscus Theodorus Beukers (1860-1932) (de naam werd later geschreven als Bökkers) met wie zij nog drie kinderen kreeg. Bij de burgerlijke stand trad hij vaak op als getuige en noemde zich afwisselend molenaar en grutter en heeft dus beide beroepen in die tijd uitgeoefend tot zijn overlijden in 1932. Franciscus was de zoon van Johannes Hendrikus Bökkers (1820-1901) die molenaar was op de molen aan Molenstraat. Voor zijn huwelijk is hij waarschijnlijk molenaar geweest op verschillende molens in de wijde omtrek. Volgens het bevolkingsregister is hij tussen 1877 en 1891 achtereenvolgens vertrokken naar Hellendoorn, Diepenheim, Triest (Dld), Wijhe en Benshop. In elk van deze plaatsen was een wind- of watermolen.

In 1901 werden de twee panden gesloopt en herbouwd tot één nieuw pand met het kadastrale nummer A2135. In 1903 wordt het pand in drie delen gesplitst: A2159, A2160 en A2161. In 1904 blijft het ingesloten perceel A2160 een apart woonhuis, terwijl A2159 en A2161 weer worden samengevoegd onder nummer A2166. Het pand heeft dan opeens de bestemming huis, molen en erf. Franciscus Theodorus Beukers heeft hier een inpandige grutmolen in gebruik genomen. De molen maalde dus grut, gebroken graan van boekweit. Ben Morshuis kan zich herinneren dat het er in die ruimte altijd stoffig was. Jan ter Borg was later de eigenaar en droeg overdag een stofjas. Aan de kant van de Ganzenmarkt was een lange schutting geplaatst, zodat je de achterzijde van het pand (waarin de maalderij was gevestigd), niet kon zien en er dus ook niet zo kon binnenlopen. We noemden dat ’n toen (= schutting). In 1929 werd gesproken over een malerij.

Na het overlijden van zijn vrouw in 1912 hertrouwde Theodorus in 1913 met Catharina Gezina Wilhelmina Waarnink (1870-1941).

In 1929 wordt het geheel weer gesplitst. Zoon Johannes Franciscus Antonius Bökkers (1902-1972) werd ook molenaar en eigenaar van een deel van de woning: A2441 dat als bestemming nu huis, malerij heeft gekregen. In 1938 verhuist hij naar Olst en in 1939 trouwt hij in Ootmarsum met Maria Josephina Hulsink (*1907). In 1951 krijgt het een nieuwe bestemming: 2 huizen en erf. In 1972 wordt het pand verkocht aan Gerard Peters.

In 1929 gaat het andere deel A2440 naar de handelsreiziger Jan ter Borg (1895-1972). Hij was de schoonzoon van Johannes Deterink en Maria Christina Luttikhuis en in 1927 getrouwd met Johanna Christina Deterink (1896-1972). Vanaf 1962 wordt het pand gebruikt als huis, bergplaats en in 1972 eveneens verkocht aan Gerard Peters.

Koster

In het bevolkingsregister 1922-1938 treffen we op dit adres ook aan de smid Martin Koster (1910-1987). Er is geen datum van inschrijving genoteerd, maar wel van uitschrijving. Op 28 juni 1937 vertrekt hij naar Tubbergen. Hij is dan 27 jaar oud en waarschijnlijk wordt hier Weerselosestraat 2 bedoeld, waar hij zijn eigen smederij oprichtte. Op 18 mei 1931 werd op dit adres ook Rika Droste (1909-1985) ingeschreven. Rika Droste was werkzaam in de huishouding bij Bloemen, drie huizen verderop. Martin en Rika hebben elkaar hier dus ontmoet en trouwden in 1941.

d’Oale Wème

In 1967 kocht de meubelmaker Gerard Peters (1933-2000) de voormalige boerderij van Veldman, waar hij zijn zaak in het maken en restaureren van meubels begon. In 1972 kocht hij ook het pakhuis aan het Kerkplein, dat Jan ter Borg (1895-1972) hier heeft gebouwd en ging daar zelf wonen met zijn vrouw Femie. Er werd ook een showroom in dit gedeelte gerealiseerd, die in 1977 werd geopend door de laatste bewoonster van het pand: Willemien ter Borg (1939-2005).

Gerard noemde zijn zaak d’Oale Wème. Dat had alles te maken met het historische straatje waaraan het pand lag: De Oude Wehmestraat.

In 1986, na verhuizing van het bedrijf naar De Mors, werd het pand verkocht aan Leon van Tongeren en Kees Hoogstede. Zij sloopten de oude panden en bouwden een geheel nieuw pand, dat veel Engelse trekjes had. Zij probeerden via ballonvaart reclame te maken, wat hen goed lukte! Ze verkochten er ook op bestelling vlees van Schotse Hooglanders.

In 1997 vestigde Ton Schulten (1938-2025) hier zijn museum.

Tegenwoordig is dit het Museum Ootmarsum waarin o.a. originele werken van Marius van Dokkum te zien zijn. Vanaf 1 mei 2018 heeft ook galerie Bianca Leusink hier haar intrek genomen.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020


2026-05-26 09:53:33