
Ganzenmarkt 18-20
Deze woning heeft tegenwoordig twee huisnummers: Ganzenmarkt 18 en 20. Het is wel altijd één kadastraal nummer geweest. Bij de reconstructie van de bewoners, blijkt dat vanaf ongeveer 1850 de woning in twee delen bewoond is, elk met hun eigen huisnummer.
Steggink
De eigenaar van dit pand (De Stad 234) waren in 1832 de erven van Jan Steggink. Dit was de landbouwer Joannes Steggink (*1749), in 1777 getrouwd met Gesina Droste (*1743). Hun jongste zoon Bernardus Stegginck (1781-1847) trouwde in 1818 met Anna Eilders (1797-1848) en werd de volgende bewoner. Het echtpaar kreeg 7 kinderen. Bernardus overleed in 1847. In 1848 heerste er cholera, waarschijnlijk zijn zijn vrouw Anna, hun dochter Johanna Gezina (1819-1848) en schoonzoon Jan Harmen Lohman (1805-1848) hieraan binnen enkele weken na elkaar overleden. Ook hun zoon Gerhardus (1837-1848) en kleindochter Jans Lohman (1848-1848) zijn in die tijd overleden, maar verbleven beide op het adres Ganzenmarkt 17. Daar woonde een broer van Bernardus: Gerrit Steggink (1777-1854). Gerrit was het jaar daarvoor weduwnaar geworden en het lijkt er dus op dat de kinderen van de beide gezinnen hier zijn opgevangen.
Vos
In 1848 wordt de woning verkocht aan metselaar Jan Hendrik Vos (1818-1901), in 1841 getrouwd met Gerhardina Pötters (1816-1894). Het gezin vertrok in november 1862 naar Enschede.
Bulters
De deligencerijder Wilhelmus Bulters (1822-1892) kocht dit pand in 1865 van Jan Hendrik Vos. Hij was in 1855 getrouwd met Geziena Johanna van Tubbergh (1831-1907), de dochter van de schoenmaker en klokkenist Gerrit van Tubbergh (1799-1857) en Regina Gewald, die aan de overkant woonden. Het gezin Bulters woonde in het rechterdeel van de woning en verhuisde in 1879 naar Ochtrup.
Van 1868 tot 1875 heeft hier ook het echtpaar Kornelis van Lil (*1835) en Hendrika ten Voorde (1842-1899) gewoond. In 1875 verhuisde het echtpaar naar Oud Ootmarsum (Nutter). In 1888 verhuisde het gezin, dat inmiddels uit 11 personen bestond, naar Nordhorn.
Tot 1892 lijkt de woning onbewoond te zijn, maar bleef wel eigendom van Bulters, die het wellicht gebruikte voor de stalling van zijn wagens.
In 1892 komt de weduwe Geertje Berghuis (1830-1907) met haar dochter Aaltje van Dijk (*1871) te wonen. Het gezin heeft na het overlijden van vader Albert van Dijk (1831-1871) op verschillende adressen in de Kapelstraat gewoond.
Aaltje trouwt in 1894 met de steenbakker Gerrit Horst (*1853). In 1895 wordt de woning bij het kadaster aangemerkt als een dubbel woonhuis.
ter Horst
In de woning links kwam rond 1903 de weduwe Hermina Maria Koken (1850-1919) te wonen. Zij was sinds 1893 weduwe van Hendrikus Gorte (1854-1893). Twee dochters verhuisden mee: Hendrika Johanna Gorte (1883-1933) en Hermina Maria Gorte (1886-1935). Hermina trouwde in 1910 met de gemeenteontvanger Hermannus Hendrikus ter Horst (1878-1956) en bleven op dit adres wonen, waar ze 6 kinderen kregen.
Stroot
In 1909 wordt de woning verkocht aan Bernardus Stroot (1859-1940). De familie Stroot woonde rechts. Bernardus was in 1886 getrouwd met Maria Nijmeijer (1862-1937). Het echtpaar kreeg 8 kinderen.
Na het overlijden van de beide ouders werd hun oudste dochter Maria Stroot (1889-1971) de nieuwe eigenaresse. Zij trouwde in 1947 met Johannes Jan Arends (1881-1965).
Reinders
In 1950 werd de woning verkocht aan tabaksfabrikant Herman Reinders (1916-2003), in 1949 getrouwd met Marietje Borggreve (1919-2011). Het echtpaar heeft hier tot 2003 gewoond.
In 2007 heeft Hans Heupink het pand gekocht, geheel gerestaureerd en daarna verhuurd.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


