
Ganzenmarkt 27-29
Oosterwijk
In 1832 waren de erven van de winkelier Gerrit Oosterwijck (*1734) eigenaar van dit perceel met het kadastrale nummer A864. Gerrit was tweemaal getrouwd. In 1760 met Geertruid Spijkers waarmee hij drie kinderen kreeg. Geertruid overleed waarschijnlijk in 1769 na de geboorte van hun derde kind. Hij hertrouwde eind 1769 met Jakemina Nierbanden (1742-1830) waarmee hij nog acht kinderen kreeg. Van vier is geen overlijden bekend, waarschijnlijk dus voor 1811 overleden. Van de andere 4 waren er drie dochters, waarvan er twee ongehuwd overleden op dit adres. De jongste was zoon Hendrik Oosterwijk (1783-1848) die zijn vader als winkelier opvolgde. Hij trouwde in 1821 met Maria Elizabeth Meijer (1792-1866).
Na het overlijden van Hendrik Oosterwijk in 1848 en zijn vrouw in 1866, verhuizen twee kleinzoons naar Kampen. Kleindochter Martha Maria Elisabeth Oosterwijk (1851-1929) en kleinzoon Coenraad Daniel Oosterwijk (1853-1926) verhuisden naar de woning van hun grootvader Johannes Kornelis van Ferneij (1790-1867), waar nu de Ganzenmarkt 3b is.
De woning wordt daarna verhuurd in twee delen. Rechts komen in 1867 de rijksveldwachter Hendrik Lucas van den Belt (1828-1900) en zijn vrouw Geertje Vinke (1827-1922), zeven kinderen en de ouders van Hendrik Lucas te wonen. Rechts komen vanuit Utrecht de sigarenmaker Johannes Philipus van der Sluis (*1831) en zijn vrouw Hendrina Oostrum (1830-1894) te wonen, zij hadden 4 kinderen. In 1873 verhuist het gezin weer naar Utrecht.
De woningen worden daarna kortdurend verhuurd aan verschillende gezinnen. Zie het bevolkingsregister voor de namen.
Via zoon Gerrit Oosterwijk (1821-1854) wordt kleinzoon Johannes Kornelis Oosterwijk (1847-1909) in 1883 de eigenaar. Hij was al sinds 1873 eigenaar van de winkel aan de Marktstraat 4 waar hij in 1871 vanuit Apeldoorn naartoe was verhuisd. Zijn gezin verhuisde pas mee in 1873.
Hervormde Gemeente
In 1884 wordt de dubbele woning verkocht aan de Hervormde Gemeente van Ootmarssum. In 1886 worden de woningen bij het kadaster officieel geregistreerd als twee woningen. Na een verbouwing in 1920 worden dit perceel en de achterliggende tuin met het nummer A863 verenigd tot het nieuwe perceelnummer A2337.
In de nacht van 29 op 30 januari 1945 vielen op deze plaats de bommen die geallieerde vliegtuigen lieten vallen. Dat gebeurde per abuis, omdat de piloot van een Engelse bommenwerper in een luchtgevecht met een Duitse jachtvlieger zijn bommenlast kwijt wilde en dacht dat hij boven Duits grondgebied vloog. De gevolgen voor Ootmarsum waren rampzalig. Eén van de bommen kwam terecht bij de put in de Bergstraat en explodeerde. Hierbij worden ook deze woningen vernield en in 1950 weer herbouwd. Een deel van de grond gaat naar de gemeente en het overblijvende perceel krijgt het nummer A2815.
De rechter woning wordt sindsdien de woning van de koster. Achtereenvolgens zijn dat geweest:
- Carel Florijn (1962-1985)
- Bert Langman (1985-1995)
- Lucas Lohuis (1995-2018)
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


