
Kapelstraat 20
Dit pand stond heel lang bekend als de "Tabaksfabriek van Bloemen". 200 jaar geleden waren het twee panden, links met het kadastrale nummer A591 en rechts A592. Het linkerpand is tot 1915 bewoond door wevers en leek daardoor ook weverij geweest te zijn.
Links: A591
Van Benthem
Dit pand was 2 eeuwen geleden eigendom van de wever Martinus van Benthem (1788-1855), in 1817 getrouwd met de in Lingen geboren Maria Helena Kittel (1789-1858). Het echtpaar kreeg twee kinderen, waarvan de tweede na twee maanden overleed. Hun eerste zoon, Bernardus van Benthem (1817-1873) werd in 1861 de nieuwe eigenaar. Hij was net als zijn vader wever en in 1840 getrouwd met de weefster Joanna Noormeule (1817-1850). Joanna overleed in 1850 op 32-jarige leeftijd en liet vier kinderen na. Bernardus hertrouwde later dat jaar met Anna Kuipers (1825-1863) en met haar kreeg hij nog 5 kinderen.
De tweede dochter Maria van Benthem (1843-1909) was ook weefster en trouwde in 1867 met de wever Gerhardus Gorte (1840-1926) en zij werden de nieuwe eigenaren van de woning. Er werden 8 kinderen geboren, waarvan zoon Hendrikus Bernardus Gorte (1878-1958) in 1912 trouwde met de Amsterdamse Ida Johanna Nisters (1883-1950). Na het overlijden van moeder Maria van Benthem in 1909 verhuisde het gezin in 1915 naar Oldenzaal.
In 1912 werd de woning verkocht aan de slager Hartog Hedeman (1866-1943).
Bloemen
In 1921 werd het pand gekocht door Jan Bloemen (1884-1942), die het in gebruik nam als pakhuis. Bloemen had in dat jaar de winkel aan de Grotestraat 18 (aan de overkant van de Kapelstraat) van zijn kinderloze oom overgenomen. Jan was in dat jaar getrouwd met Anna Kamphuis (1890-1975) en samen runden zij de winkel. In 1940 werd het pand gesloopt en werd het een pakhuis. Het kreeg een nieuw kadastraal nummer: A2653, 9ca. werd door de gemeente Ootmarsum gebruikt als steeg van de Kapelstraat naar de Westwal.
Omdat ook dit echtpaar kinderloos bleef, namen zij in 1940 een nichtje in huis: Truus Heesink (1927-2018), toen 13 jaar oud. Zij kreeg kennis aan Johan Bloemen (1923-1983), de zoon van een broer van Jan en zij trouwde met hem in 1950. Samen met zijn broer Ben Bloemen (1921-1991) (in 1954 getrouwd met Lies Grimberg (1924-2014)) werden zij eigenaar van het pakhuis, waar ze hun tabaksfabriek oprichtten. In 1970 werd de NV JBG Bloemen opgericht en in 1973 omgezet naar een BV. Na het overlijden van Johan in 1983, werden Ben en Lies de nieuwe eigenaren.
Rechts: A592
Pakhuis
Het rechter pand was in gebruik als pakhuis. Tot 1844 was het eigendom van de winkelier Johan Georg Vaupell (1769-1844), die aan de overkant op Grotestraat 14 woonde. Na zijn overlijden in 1844 werden het pakhuis en de woning aan de Grotestraat verkocht aan de deurwaarder bij het vrede geregt des kantons Ootmarssum Jan Hendrik Selkers (1803-1847).
Na het overlijden van zijn vrouw Anna Louisa Wallberg (1810-1886) in 1886 wordt het pakhuis verkocht aan de houtdraaier Johannes Martinus Tenniglo (1846-1918) en zijn schoonvader Berend Jan Heupink (1816-1886). Het perceel wordt gesplitst. De drie achterliggende tuinen worden samengevoegd tot het nieuwe kadastrale nummer A1917 en het pakhuis wordt een woning met het perceelnummer A1918. De woning werd verhuurd aan diverse huurders (zie bevolkingsregister) waaronder Gerhardus Johannes Oude Weernink (1846-1914) en zijn vrouw Gezina Beijerink (1833-1907).
Keupink
In 1898 wordt de woning aangekocht door de fabrieksarbeider/wever Gerard Keupink (1859-1926). Hij ging daar wonen met zijn moeder, de weduwe Johanna Heesink (1830-1909) en zijn zuster Geertruida Francisca Keupink (1865-1941). Na het overlijden van Gerard werd de RK kerk in 1928 eigenaar van de woning.
Bloemen
In 1932 wordt de woning verkocht aan Jan Bloemen (1884-1942). In 1940 wordt de woning gesloopt en deels betrokken bij ook afgebroken woning links hiervan ten gunste van de bouw van de tabaksfabriek. Het grootste deel wordt als bouwland verkocht aan Dirk Jan Frowijn (1860-1945) onder het kadastrale nummer A2654.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


