
Oldenzaalsestraat 9
Larink
Volgens het kadaster was Aleida Laerinck (1768-1846) tot haar overlijden in 1846 de eigenaresse van de percelen A898 t/m A900. Het perceel met nummer A899 was bekend als huis & erf grutterij, maar Aleida had als beroep bleekster. Haar vader Jan Larinck was hier ook grutter en bleeker.
Rondom de blekerij strekte zich een enorm perceel uit van 9280 m2 (A900: "hooiland") dat doorliep tot aan de Molenbeek, die liep van de Kuiperberg tot aan de watermolen die nu grenst aan het Openluchtmuseum. Aan de achterkant werd het begrensd door een rechthoekig stuk water van 4340 m2 dat uitmondde voor de watermolen. Linksachter werd het hooiland begrensd door het Oldenzaalsvoetpad. Het perceel dat links van de blekerij lag was een grote tuin van 1660 m2 (A898). Het land heeft ongetwijfeld dienst gedaan als land om het in de beek gewassen textiel te drogen te leggen. Tegenwoordig loopt de Palthestraat midden over het toenmalige hooiland.
Eenhuis-Röbken
Hier woonde ook de bleeker en grutter Johannes Gerhardus Georgius Eenhuis (1807-1845), die in 1835 trouwde met Geertrudis Röbken (1810-1844). Het echtpaar kreeg hier drie kinderen, waarvan de eerste levenloos geboren is. De beide ouders overleden kort achter elkaar in 1844 en 1845. Het jaar daarop overleed ook Aleida Laerinck, de eigenaresse van het bedrijf en kwam de broer van Geertrudis Röbken hier wonen om de zaak waar te nemen. Hendrikus Albertus Röbken (1815-1876) is geboren in Albergen komt vanaf 1845 voor in de registers van de burgerlijke stand. Hij was toen lid van de gemeenteraad en grutter.
In 1854 trouwt hij met de fabrikante Johanna Mastebroek (1821-1892) en vanaf 1855 noemt hij zich bleeker.
De twee zeer jonge kinderen zijn waarschijnlijk ondergebracht in Tubbergen. In 1864 komt de oudste zoon, Johannes Hermannus Eenhuis (1838-1894), hier weer wonen en trouwde in 1866 met Maria Francisca van den Bosch (1842-1887) uit Udenhout. Er werden vijf kinderen uit dit huwelijk geboren.
In 1858 koopt Röbken het Drostenhuis, dat gesloopt wordt. In 1866 is het herbouwd en verhuist het gezin daar naartoe. Hij vestigt zich daar als cichorijfabrikant.
De jongste zoon van Johannes Gerhardus Georgius Eenhuis en Geertrudis Röbken, Gerhardus Antonius (1840-1897), bleef in Albergen wonen waar hij ook cichoreifabrikant werd. Hij trouwde in 1886 in Velp met Maria Catharina Joanna Gervers (1858-1912).
De bleekerij is waarschijnlijk rond 1870 gestopt, want sindsdien noemt hij zich grutter.
In 1876 wordt Johannes Hermannus Eenhuis de eigenaar van het pand, waarna het gesloopt wordt en herbouwd als huis, erf en grutterij met het nieuwe nummer A1747. Wie van 1846 tot 1876 eigenaar van het pand is geweest, wordt niet duidelijk uit de gegevens van het kadaster.
In 1891 wordt het eigendom overgezet op twee zoons: Hermannus Johannes Gerhardus Eenhuis (1869-1939) en Gerhardus Josephus Maria Eenhuis (1873-1947). Hermannus vertrok in 1895 als cichorijfabrikant naar Almelo en Gerhardus vertrok in 1899 naar Borne. Hij werd later burgemeester in Lisse.
Kleinschmit
De woning is daarna enkele jaren bewoond door notaris Franciscus Jacobus Johannes Kleinschmit (1866-1929). Hij was in 1905 vanuit Roosendaal en Nispen naar Ootmarsum verhuisd. Hij woonde kort in Hotel Raatgerink aan het Kerkplein. In 1912 kocht hij het woonhuis met fabriek aan de Westwal en liet daar door de gebroeders Velthuis een villa bouwen: Villa Vredeoord.
Tenniglo
Op 30 december 1912 werd de woning verkocht aan de vrachtrijder Bernardus Gerhardus Tenniglo (1875-1957). Hij was in datzelfde jaar getrouwd met Johanna Borgerink (1880-1940).
In 1914 wordt een aantal percelen samengevoegd en ontstaat het nieuwe kadastrale nummer A2296. In 1922 wordt er een bijbouw gemaakt en in 1931 wordt er grond afgestaan aan de gemeente ter verbreding van de Oldenzaalsestraat en krijgt het het kadastrale nummer A2472.
In 1948 worden er een paar percelen afgesplitst voor bebouwing aan de Oostwal. Het "restant" is 9330 m2 en krijgt het kadastrale nummer A2797 en wordt de woning gesplitst in twee bewoningen.
In 1950 wordt de woning gesloopt en herbouwd. Het adres is dan Oostwal, waarschijnlijk omdat aan die kant de voordeur zat. Het kadastrale nummer is dan A2829
In 1956 wordt het perceel gesplitst en komen de nieuwe percelen op naam van twee zoons te staan. Het linkerdeel krijgt nummer A2960 en gaat naar Eef Tenniglo (1923-1988), het rechterdeel krijgt nummer A2961 en wordt eigendom van Gerhardus Bernardus Tenniglo (1918-1969), waarvan vader Bernardus Gerhardus Tenniglo het levenslange vruchtgebruik heeft.
Barenbrug
In 1963 worden de twee percelen herverdeeld. Het grootste deel wordt overgedragen aan de gemeente. Het linker gedeelte van perceel A2960 (Oldenzaalsestraat 5) wordt verkocht aan de huisarts Carel Barenbrug (1919-1997), in 1942 getrouwd met Aad Wigman (1921-2005). Het krijgt het kadastrale nummer A3307 en in 1970 C479.
Het rechterdeel wordt Oldenzaalsestraat 7 en krijgt het kadastrale nummer A3308 en in 1970 C476 en wordt tegenwoordig bewoond door Jan Silderhuis.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


