
Westwal 37
Meijer
Hier lag met het kadastrale nummer A225 twee eeuwen geleden een van de tuinen van de winkelier Gerhardus Meijer (1754-1845). In 1842 bouwt hij hier een woning, werf en fabriek en stond daarbij dus als een van de eerste gebouwen buiten de wallen, aan de overkant van de gracht. Het kreeg het kadastrale nummer A1372. Dat het een werf was, is nu nog nauwelijks voor te stellen, maar we moeten ons realiseren dat de werf toen direct aan het water lag en een goede los- en laadplaats was, direct bij de poort van de stad.
Krop
In 1859 wordt het onroerend goed gekocht door de klompenmaker Egbertus Krop uit Oude Ootmarsum. Hij is niet in de stambomen terug te vinden. Een jaar later wordt het pand alweer verkocht aan Clemens Justinus Teusse (1836-1910). Het bevolkingsregister vermeldt dat hij in die jaren fabrijkant in calicots was. De "fabriek" was dus kennelijk een calicotfabriek.
In 1875 wordt de woning verkocht aan de klompenmaker Antonius Krosman (1839-1883), in 1869 getrouwd met Hendrika Wilhelmina Steggink (1839-1878).
Schabos
In 1885 wordt de winkelier Jan Schabos (1831-1907). Hij woonde direct achter dit pand aan de Molenstraat. In 1895 verkoopt hij het aan de sigarenmaker Johann Windmeijer (1850-1928), die in 1886 was getrouwd met Maria Berendina van Benthem (1865-1946) van de Denekamperstraat.
In 1900 wordt de woning gesplitst en is daarmee geen fabriek meer. De nieuwe kadastrale nummers worden A2117 en A2118.
Meijer
In 1913 verhuist het gezin naar Enschede en wordt de woning in 1915 verkocht aan Bernardus Meijer (1876-1963). Hij trouwde in 1920 met Euphemia Bekhuis (1891-1923), die al in 1923 overleed, niet lang na de geboorte van hun derde kind. Bernardus blijft hier wonen met zijn twee dochters, die elk voor een zesde deel eigenaar werden. Bij het aanvaarden van de woning kwamen de ouders van Bernardus mee: Hendrikus Meijer (1839-1920) en zijn tweede vrouw Gezina Blokhuis (1834-1926). Vader Hendrikus Meijer werd in het bevolkingsregister op 76-jarige leeftijd genoteerd als hoofdbewoner.
In 1925 worden de twee woningen weer samengevoegd en herbouwd tot het nieuwe kadastrale nummer A2398. In 1948 wordt het kadastrale nummer A2788 en heeft de inmiddels gedempte gracht de straatnaam Stadsgraven gekregen.
In 1950 worden de percelen gesaneerd. Er ontstaan 3 percelen die eigendom worden van de gemeente Ootmarsum. Aan de Oostkant zijn dat A2831 (Molenstraat) en A2832 (Westwal 37-39) en aan de westkant A2830, waar later de Molendwarsstraat doorheen zou gaan lopen. In 1952 zijn de percelen in delen verkocht aan de latere bewoners van Westwal 33-39 en Molenstraat 9-11.
Veldboer
Vanaf 1950 woonden op dit adres Gerard Veldboer (1898-1964) en zijn vrouw Leida Veldboer-Weierink (1902-1957). Er was woningcrisis en de huizen werden in gedeelten bewoond.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


