Opmerking

Goud, zilver, klokken en Antiek Th. Budde

Welke zaak er ook in het pand nummer 18 aan de Marktstraat wordt gesticht, voor vele inwoners zal het altijd bekend blijven als de winkel van Budde, ’van de Bur’ op z’n Ootmarsums. Dat wordt nog eens extra geaccentueerd door de inscriptie in een steen links van een poortje dat op de Kloosterstraat uitkomt: Th. C. B., maar dan als een monogram samengevlochten.

In 1871 kwam Gerhard Budde (1848-1916) vanuit Nordhorn naar Ootmarsum. Hij was horlogemaker van beroep. In 1875 trad hij in het huwelijk met Johanna Warnink (1847-1908), de dochter van een plaatselijke bakker. Deze woonde en werkte op de plaats waar Budde later zijn winkel zou vestigen. Uit het huwelijk werden zeven kinderen geboren. Hiervan oefenden aanvankelijk twee broers hetzelfde beroep uit: Harry en Theo. Beiden horlogemaker, maar Harry haakte na enige tijd af.

Goud, zilver, klokken en antiek

Het pand aan de Marktstraat werd eigendom van Theo Budde (1889-1959) die weliswaar horlogemaker was, maar die eveneens de nodige gouden en zilveren sieraden verkocht en bovendien na de opkomst van het toerisme allerhande souvenirs aan zijn assortiment toevoegde. De handel in antiek legde hem evenmin windeieren. “Vader had voor dat antiek een klein vertrek links van de ingang ingericht, aan de kant van de Kloosterstraat,” legt Annie Budde-Velthuis (1924-2019) uit. “En dan verkocht hij eveneens brillen. In die tijd gingen de mensen niet naar een oogarts. De man die brillen verkocht was opticien. Werd het zien wat minder dan kreeg je het advies: ’Goat mear eens naar de Bur.’ Vader had een kistje met een hoeveelheid brillen, waarvan een aantal op de klant werden uitgeprobeerd. Totdat deze zei: ’Hier kan ik wat duur zien.’ Dan was de zaak snel beklonken".

De handel in goud en zilver leverde aardig wat op, als bruidjes hun ring, sieraden en mutsenbellen kwamen uitzoeken. “Bij een groot aantal mensen, en dat gold vooral bij grote boeren was het belangrijk dat de bruid, goed in het goud en zilver naar de huwelijksinzegening trok. Aan sieraden, colliers, ringen en (knip-)mutsenbellen mocht het niet ontbreken. De hoeveelheid sieraden bij een bruidje uit de buurt of in de familie was dan vaak de maatstaf. Men wilde niet voor elkaar onderdoen.

Kinderen die de Eerste Heilige Communie moesten doen, kwamen een ringetje uitzoeken en de wat oudere jeugd haalde nogal eens een zilveren rozenkrans.

In Ootmarsum stond Theo Budde bekend als een liefhebber van oude gebruiken, folklore en de Twentse taal. Er wordt tot op de dag van vandaag nog vaak geciteerd uit zijn dichtbundel ‘Ne gapse vol’.

Theo Budde was getrouwd met Marie van Olffen (1892-1964) uit Oldenzaal. “Zij was druk met haar gezin, waarin negen kinderen de aandacht vroegen. Daarom was het werk in de winkel een deel van vaders taak. Was hij echter eens weg, bijvoorbeeld om antiek te kopen, dan moest moeder op de winkel passen. Als er dan een klant kwam om zijn gerepareerde horloge op te halen, hoefde moeder alleen maar in het kastje te kijken waar die horloges door vader Budde waren opgehangen, compleet met naam en rekening. Maar als de klant niet zijn naam maar een bijnaam gebruikte, was Leiden in last. Moeder kende die naam niet en deze kwam ook niet voor op de briefjes bij de horloges.

“Het zal nog niet klaar zijn, kom morgen maar eens terug,” was haar advies. De klant ging dan wel weg, maar mopperde: “De Bur had mie beloofd dat ’t klökske vandaag klaar zol ween.” Als moeder dan ’s avonds haar man ter verantwoording riep, werd de zaak wel opgelost.

Annie herinnert zich ook nog hoe vader elke zaterdagmiddag alle klokken, regulatoren en pendules gelijk zette. “’s Avonds als we in bed lagen, begonnen die klokken dan allemaal tegelijk te slaan. Een prachtig geluid. In de loop van de week echter was van de gezamenlijke tijdmelding niets meer te merken. Dan liet de één na de andere klok zich afzonderlijk horen.”

Zoon Theo

Van de negen kinderen bleek alleen zoon Theo (1923-1978) interesse en aanleg voor het vak van zijn vader te hebben. Hij volgde avondcursussen en werkte overdag bij enkele juweliers, zoals bij Kormelink in Oldenzaal. “Na zijn werk kwam hij eerst op de fiets thuis, at een boterham en ging dan weer op de fiets naar Enschede voor de cursus,” beschrijft Annie.

De specialiteit van Theo was het smeden van gouden en zilveren sieraden, maar antiek bleef eveneens in de zaak. Hiervoor bouwden hij en zijn echtgenote Rie Veldboer (1924-2007) een verkooopruimte aan het eind van de Gasthuisstraat op de plaats van de schuur van Brandehof. Na het overlijden van Theo zette Rie de antiekverkoop daar nog enkele jaren voort. De winkel aan de Marktstraat werd verhuurd aan opticien Hofland uit Denekamp en in 1983 aan juwelier, goud- en zilversmid Bert Mensink. Deze kocht het in 1995 om het in 2000 weer te verkopen aan projectontwikkelaar Vazquez. In 2005 vestigde Hanny Schulten haar winkel Elle & Lui, een zaak in luxe schoenen en accessoires zich in het vakwerkpand, dat dankzij een fraaie beeldentuin extra aantrekkelijk werd.



Herkomst: BMS

Datum: ± 1960
2026-04-02 02:28:28