
Almelosestraat 27
Heupink
Tot 1837 was dit een grote tuin van 15,2 are met het kadastrale nummer A565. In 1837 is het perceel hermeten door het kadaster en kon wever Bernardus Hoepink (1776-1847) hier een kleine boerderij bouwen op het deel met nummer A1353. De tuin werd A1352. Dit deel van Ootmarsum werd destijds ook wel "Doavenhöfte" genoemd.
Bernardus was getrouwd met Anna Maria Graswinkel (1775-1849) en het echtpaar kreeg hier 4 kinderen. Dochter Catharina Heupink (1812-1886) trouwde in 1838 met de houtdraaijer Johannes Lucas (1803-1860) en zij gingen in de woning links op Almelosestraat 25 wonen.
Het perceel werd in 1851 gesplitst. Links werd kadastraal A1446 en rechts A1443. In 1853 gingen de percelen naar de zoons Gerrardus Höepink (1809-1858) (links) en rechts Berend Jan Heupink (1816-1886).
Almelosestraat 27
Zoon wever Gerrardus Höepink (1809-1858) trouwde in 1842 met Johanna Borggreve (1819-1904) en werd in 1853 eigenaar van de woning. Het echtpaar kreeg 7 kinderen, waarvan de oudste zoon Gerhardus Bernardus Heupink (1842-1935) in 1906 de eigenaar werd.
Gerhardus Bernardus was landbouwer en trouwde in 1879 met Maria Pigge (1845-1930). Er werden 6 kinderen geboren. Gerard is hier toen ook het schildersbedrijf begonnen.
Hun oudste zoon, de wever Gerhardus Bernardus Heupink (1881-1958), trouwde in 1903 met Geertruida Johanna Bogers (*1880). Hij wordt in eerste instantie de eigenaar, maar verhuist samen met zijn ongehuwde broer Bernardus Gerhardus Heupink (1881-1958) naar Almelo. De jongere broer Johan Heupink (1883-1952), in 1911 getrouwd met Johanna Hendrika Oude Weernink (1886-1953) werd de nieuwe eigenaar en heeft het schildersbedrijf voortgezet. Het echtpaar kreeg 8 kinderen.
Zoon Gerard Heupink (1919-1975) ("broer") werd na het overlijden van beide ouders de nieuwe eigenaar in 1953. Hij trouwde in 1955 met Riek Hams (1929-2007). Het echtpaar bleef kinderloos. Gerard zette het schildersbedrijf voort samen met zijn broer Tonnie (1931-2023) en begonnen hier ook een Kruideniers- en verfartikelen winkel. Er werd van alles verkocht, er was een tabaksvergunning, maar er werden ook kruideniersartikelen zoals koffie en thee en wasmiddelen verkocht.
In 1988 werd de woning verkocht aan de electrotechnicus Bernardus Gerardus Antonius Deterink en zijn vrouw Euphemia Gezina Maria Weierink. Het achterste deel van de tuin werd betrokken bij de Paaskampstegge.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


