Opmerking

Smithuisstraat 2

Het molenhuisje is het enige bouwwerk dat resteert van de roemruchte Commanderie, die ongeveer 200 jaar geleden is gesloopt.

Bij het molenhuisje, dat eens deel uitmaakte van het Huis Ootmarsum -de vroegere Commanderie- bevond zich een watermolen. Het molenrad werd aangedreven door een beek, die uitmondde in een molenkolk, die aan de overkant van het Oldenzaalsvoetpad lag.

Palthe

Johannes Palthe
Johannes Palthe (1767-1854) was twee eeuwen geleden de eigenaar van de watermolen. Hij was predikant in Oldenzaal en getrouwd met Carolina Bernardina Racer (1778-1857), beide afkomstig uit gegoede families.

Na het overlijden van de beide ouders wordt in 1855 de jongste zoon Carel Hendrik Bernard Palthe (1820-1897) de eigenaar. Hij trouwde in 1859 met Amelie Marie Emérence Michgorius (1832-1868) en na haar overlijden in 1868 met haar zuster Maria Emerencia Michgorius (1839-1915). In 1870 wordt de woning afgebroken en herbouwd.

Hun dochter Guillemette Joanette Palthe (1863-1928) wordt de eigenaresse van de woning, die inmiddels het kadastrale nummer A1663 heeft gekregen.

In 1928 werd de woning aan de Ned. Hervormde Gemeente geschonken en in 1939 ondergebracht in een apart fonds: de Nederduitse Hervormde Gemeente fonds Palthegoed. In 1959 werd het Molenhuisje aangekocht door de gemeente Ootmarsum en in 1968 gerestaureerd.

In 1990 werd het molenhuisje de residentie van de Stichting Heemkunde Ootmarsum (nu Vereniging Heemkunde Ootmarsum).

Bewoners

Tot 1830 is er niet zoveel bekend van de bewoners van het Molenhuisje. Frerik Jan Kelderman (1796-1884) is de eerstbekende molenaar. Hij heeft zich hier rond 1830 gevestigd als molenaar en metselaar. Hij was in 1823 getrouwd met Hendrika Bisschop (1798-1850) die hier in 1850 overleed. Daarvoor overleden hier in 1814 Johanna Zuzanna Hesselink (1809-1814) en Geertruda Lankheit (1764-1814). Hun relatie met deze woning is onbekend.

Na het overlijden van Hendrika Bisschop in 1850 is de woning vanaf 1852 bewoond door de molenaar Evert Rosman (1814-1870) en zijn vrouw Johanna Nieuwenhuis (1822-1899).

In 1863 werd Gerrit Jurrien Betman (1821-1914) hier ook als molenaar geregistreerd. Later dat jaar trouwde hij met Amalia Adelheida Wilhelmina Johanna Brinkhoff (1841-1872) uit Uelsen. Het gezin van Evert Rosman vertrok in 1865 naar Rijssen. Vanaf 1869 noemde Betman zich bleker, het pand had zijn functie als korenmolen verloren en werd herbouwd.

Na het overlijden van zijn vrouw in 1872 hertrouwt hij in 1873 met Johanna Nijhof (1841-1925).

Vanaf 1891 woonde hier ook Gerrit Jan Bouwhuis (1862-1936) bij in. Hij was gemeenteveldwachter.

Na het overlijden van Gerrit Jurrien Betman in 1914 vertrok zijn weduwe Johanna Nijhof in 1922 naar Hengelo.

De woning werd daarna bewoond door de metselaar Hendrikus Johannes Kooken (1879-1944). Hij woonde daar met zijn vrouw Geesje Bosch (1873-1947), zoon Johan Gerrit Kooken (*1910) en moeder Johanna Adolfina Neeltje Koles (1850-1937). In 1935 vertrok het gezin naar Zutphen.

Hierna heeft hier tot ca. 1960 het gezin van Herm Hendrik Koops (1904-1985) en Johanna Esschendal (1895-1988) gewoond. Het waren de opa en oma van Hanneke en Herman Koops.

Latere bewoners waren de familie Stoop, Joke Arends-Schulten en na de restauratie Henk Eweg (1924-2021) en zijn vrouw Annemarie Drughorn (1920-2010) en daarna de familie De Witte.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020


2026-04-20 13:44:12