
Erve Holtwijk
Er is in de jaren 1381-1391 al sprake van het Erve Ten Holtwijc, zo blijkt uit de Registers en rekeningen van het Bisdom Utrecht. Zo is het erve in 1386 in leen gegeven aan Otto van het Hof to Welevelde, een van de machtigste havezaten in Twente in die tijd. In de loop der jaren verandert de schrijfwijze nogal eens: Holtwyc, Holtwik, Holtwijk. In de 16e eeuw komt het eigenhorige erve in het bezit van het Huis Ootmarsum. In 1811 nemen de toenmalige huurders Herman (1790-1845) en Albert Jan Holtwijk (1786-1860) het boerenbedrijf over, wanneer de bezittingen van het Huis Ootmarsum op twee openbare veilingen worden verkocht.
De stamboom gaat terug tot vòòr 1700, waar Herman Holtwijck (*1694) uit zijn tweede huwelijk met Aeltien Klarink in Oude Albrinck (*1689) een zoon Bernt Holtwijk (*1730) krijgt, die erfopvolger wordt. Uit het huwelijk van Berend met Euphemia in 't Velthuijs (*1726) worden 2 zonen en 6 dochters geboren. Vermoedelijk zijn de zonen al jong overleden. Dochter Aleida Holtwijk (1758-1836) blijft na haar huwelijk met Hermen Jan Maetmans (1750-1817) op het erf wonen. Hun 6 kinderen krijgen daarom allen de achternaam Holtwijk. Uit de Volkstelling 1795 blijkt dat het huishouden van Aleida uit 12 personen bestaat, inclusief knechten en dienstmeiden.
Het zijn hun zonen Herman Holtwijk (1790-1845) en Albert Jan Holtwijk (1786-1860) die de erve in 1811 kopen. Bij de oprichting van het kadaster in 1832 krijgt het huis en erf kadasternummer B240.
Albert Jan blijft ongetrouwd en het huwelijk van Herman met Gezina Smidhuis (1796-1864) blijft kinderloos, dus gaat de boerderij over naar hun jongste broer Lambertus Holtwijk (1796-1853), die in 1838 trouwt met Euphemia Loman (1818-1852). Het echtpaar krijgt samen vier kinderen.
Volgens oud Twents gebruik neemt hun oudste zoon Albertus Johannes Holtwijk (1839-1893) de boerderij over, wanneer zijn vader overlijdt. Albertus is op dat moment pas 13 jaar oud. Hij zal twee keer in het huwelijk treden. Met zijn eerste vrouw Joanna Zusanna Stevelink (1839-1869) krijgt hij drie dochters. Joanna sterft in 1869 in het kraambed van hun derde kind, waarna Albertus in 1870 hertrouwt met Maria Brunninkhuis (1838-1895) uit Reutum. Uit dit huwelijk worden drie zonen en drie dochters geboren.
Hun jongste zoon Hendrik Holtwijk (1879-1950), Holtwikke Hendrik wordt erfopvolger. Volgens de overlevering loopt hij elke ochtend van de Nijenkampsweg naar de kerk in Ootmarsum. Hij trouwt in 1906 met
Johanna Wilhelmina Leferink op Reinink (1882-1947). Tijdens hun huwelijk volgt in de jaren twintig een bijbouw en wordt de boerderij verbouwd. In 1936 worden een aantal percelen, waaronder het huis en erf, samengevoegd tot kadasternummer B2071.
Luttikhuis
Het echtpaar Holtwijk- Leferink op Reinink krijgt 5 dochters. Dochter Marie (1907-1970) trouwt met Gerard Luttikhuis (1899-1984), Gerard van de Roatger, waarmee de naam Luttikhuis zijn intrede doet.
Van hun vijf kinderen blijft zoon Hennie Luttikhuis (1931-2020) op de boerderij wonen en trouwt met Mieke Wissink (1930-2019). In de 70-er jaren van de twintigste eeuw verhuizen ze in het kader van de ruilverkaveling met hun 4 dochters naar de Zonnenbergweg 6. Het bedrijf aan de Nijenkampsweg 5 wordt aangekocht door de familie Wessels.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


