Opmerking

Schoenmaker Hulshof

Hettie Scheper-Hulshof vertelt in het boek "Verdwenen winkels in Ootmarsum" over de geschiedenis van de schoenwinkel.

“In 1882 begon mijn overgrootvader Hendrik Hulshof (1848-1930) afkomstig uit Goor en getrouwd met Clara Ossenvoort (1855-1919)uit Ootmarsum een schoenenzaak in Ootmarsum. Hij vestigde zich toen nog in de Marktstraat. Zijn oudste zoon Jan Hulshof (1883-1961), mijn opa, was degene die verhuisde naar het Poorthuis op de hoek van de Grotestraat en de Westwal. Dit huis bij de Zuiderpoort diende voorheen als poortwachtershuis. Een jongere broer van mijn opa, Theo Hulshof (1886-1957), getrouwd met Gerritdina Maria Braakhuis (1887-1967), nam de zaak aan de Marktstraat van zijn vader over. Het echtpaar had drie dochters, Hetty (1923-2009), Truus (1924-1980) en Thea (1931-1960).

Nadat Theo Hulshofin 1957 was overleden, werd het pand verkocht aan schoenmaker Ben Olde Meule. De weduwe van Theo Hulshof ging bij haar dochter Thea in wonen. Zij was getrouwd met garagehouder Gerrit Heisterkamp (1926-2005). Helaas kwam Thea in 1960 als gevolg van een ongeluk om het leven. Haar moeder verhuisde toen naar haar dochter Hetty Hutten-Hulshof (1923-2009) in Raalte. Truus trok na haar huwelijk naar Wijdewormer.

Mijn opa Johan Hulshof was getrouwd met Rika Weustink (1892-1975) uit Ootmarsum, bouwde snel een goedlopende zaak op en werd later ook wethouder in Ootmarsum. Wellicht dat Ootmarsummers zich hem nog kunnen herinneren hoe hij rondreed op zijn oude ronkende motor. Een hobby waar hij tot op hoge leeftijd plezier aan beleefde.

Wat ik mij vooral van hem herinner is dat hij altijd mensen bij zich in de buurt had: of in de werkplaats bij de kachel of in de erker in de kamer. Zijn kaartvrienden waren Heerink Hein, Hennie Aan de Stegge en Johan Tijhuis. Uitstapjes maakte hij vooral met Pim Silderhuis. Soms mochten wij ook mee. Opa nam mij bovendien regelmatig mee op wandelingen door zijn geliefde Binnenes. Onze jachthond ving op die wandelingen regelmatig egels. Hij haalde deze dan voorzichtig uit Nimroth’s bek om te laten zien dat die ronde bal vol stekels toch echt kon lopen. Voordat er huizen werden gebouwd aan de Wortelboerstraat en Hazelrot hadden wij daar een moestuin. Als wij hielpen aardappels rapen en er kwamen wormen tevoorschijn, moest hij deze natuurlijk uitgebreid aan ons laten zien. Echt boos kon hij op ons worden als we weer eens de stangen rondom de tuin aan de Westwal krombogen door er aan te gaan hangen. Wat ik me verder met plezier herinner, zijn de mooie paarden die hij voor ons tekende.

Mijn oma Rika Weustink (1892-1975), ook wel bekend als Rika van de Rozenstruik, was een krachtige vrouw, die achter de schermen de touwtjes stevig in handen had. Behalve ons in toom houden, kon ze heerlijk koken. Ze las veel en was goed op de hoogte van het laatste wereldnieuws. Ik zie haar nog zo voor me in haar hoekje in de erker. Hetzij met een boek of krant of in gesprek met haar bezoek, zoals mevrouw Kouijzer van het postkantoor.

Mijn vader, Henny Hulshof (1918-1977) is de enige die in Ootmarsum is gebleven. Twee van zijn broers vertrokken als middenstander: Johan Hulshof als kruidenier naar Twello en Gerhard als slager naar Enschede. Ben en Rie bleven in Twente wonen. Eef en Ria verder uit de buurt. Helaas zijn ze inmiddels overleden.

Theo, wonend in Rijswijk en Ank in Zeddam, gingen al jong naar kostschool en vervolgens het onderwijs in. Als ze toentertijd vanuit Den Haag en Arnhem in de schoolvakanties thuis kwamen, mocht ik mee op de Heinkel en op de Vespa. Jo, zuster Marianna, werkte als Medische Missiezuster 30 jaar in Nangina, Kenia. Begin 2008 overleed ze op 86-jarige leeftijd. Een inmiddels in Delft studerende jongen uit Nangina vertelde ons dat er zo’n 30.000 kinderen dankzij haar project toegang hadden gekregen tot het basisonderwijs. Hijzelf was een van de vele jongelui die de kans hadden gekregen om aan een universiteit te gaan studeren. We weten dat ook veel Ootmarsummers tante Jo hebben gesteund door schoolgeld te betalen voor kinderen uit haar project. Veel hulp kwam er van het Katholiek Vrouwen Gilde Ootmarsum.

Mijn vader nam begin jaren vijftig de zaak over. Samen met mijn moeder Annie Hulshof-Hofste (1919-2011) uit Lattrop, geboren op de boerderij, maakte hij er een bloeiende zaak van. Dat begon vooral in 1958 toen de verkooopruimte werd uitgebreid door er een kamer bij aan te trekken. In 1965 werd er weer verbouwd. Er kwam meer etalageruimte aan de Grotestraat en een magazijnruimte annex verkooopruimte voor sportartikelen op de eerste etage. Volgens Henny Luft verkochten we zelfs voetbalschoenen, waardoor hij net zo goed zou gaan voetballen als zijn grote broer. Deze uitbreiding betekende veel traplopen met stapels schoenendozen op je armen. Het was goed voor onze conditie.

Het reparatiewerk werd steeds meer uitbesteed. Eind jaren zestig besloten mijn ouders helemaal te stoppen met de eigen schoenmakerij. Vanaf toen werden de reparaties uitgevoerd door collega Hofhuis uit Albergen. Op de plek van de werkplaats kwam een afdeling presentatie een eigentijdse voorkeur-presentatie met etalages aan de walkant.

Hoewel mijn vader veel plezier ontleende aan de persoonlijke contacten met de klanten, miste hij soms het creatieve van zijn schoenmakersvak. Soms vond je hem dan nog in zijn overgebleven werkplaats in de schuur, onoplosbare reparaties uitvoeren. Aan de jaren dat ik thuis meewerkte in de zaak, bewaar ik veel goede herinneringen. Enkele die er extra uitspringen zijn de vrijdag van de kermis. Op die dag zat tot midden jaren zeventig onze kamer vol met klanten uit Agelo, Nutter en Breklenkamp die de lopende rekening kwamen betalen. Het was altijd gezellig. Tantes hielpen met koffie en eigen gebakken appeltaart rondbrengen. Natuurlijk werd er ook een borrel geschonken. Of op Paaszaterdag, als de vloer op het eind van de dag bedolven lag onder lege schoenendozen.

Als kinderen hielpen mijn zus Marion en ik de schoenen sorteren, lange rijen naast elkaar. Telkens moesten we even naar buiten om te kijken of het paashout al bij Stroot om de hoek kwam. Als het dan eindelijk zover was, gingen we snel naar buiten. We moesten oppassen dat we de grote uitstekende takken niet in ons gezicht kregen. Leuke herinneringen bewaar ik ook aan de modeshows die we in die tijd hadden met Bloemen uit Ootmarsum en “Dames Hesselink” uit Oldenzaal. In al die jaren werden mijn ouders geholpen door fantastische hulpen: Enkele Ootmarsumse namen zijn Rita Heupink, Gerda Oude Nijhuis (nu Oude Weernink), Trees Droste-Hesselink. Bij mijn vader in de werkplaats werkten Frans Snoeijink uit Lattrop, later wonend in Ootmarsum en Toon Hesselink van de Kuiperberg. Niet uit Ootmarsum maar wel voor veel pret zorgde Gerrit Roelofsen uit Oldenzaal.

Helaas werd mijn vader eind 1976 ongeneeslijk ziek en overleed hij een jaar later op 59-jarige leeftijd. Toen ook mijn moeder na enige jaren de nodige problemen kreeg met haar gezondheid, is de zaak begin 1980 gestopt. Het pand werd verkocht aan apotheker A. Scheper. Mijn moeder woonde daarna aan de Denekamperstraat bij de rotonde. Nu, 88 jaar geniet ze al een paar jaar van een welverdiende rust in de Meierij. Mijn zus Marion woont in Oldenzaal en zus Karin in Leuven, België. Na 25 jaar in Oldenzaal, woon ik sinds kort weer in Rossum."



Herkomst: BMS

Datum: 9 oktober 1980
2026-04-07 23:05:45