Opmerking

Weerselosestraat 24

Erve Gervelman - Gervelink

Het eeuwenoude erf wordt reeds vóór 1385 genoemd als Gherwenyng in de registers en rekeningen van het Bisdom Utrecht. In 1475 wordt aan het volwaardige erf Gherwening een belasting opgelegd van 2 schilt, oftewel 3 golden rijnse guldens, door David van Bourgondië, de toenmalige Bisschop van Utrecht en landsheer van o.a. Twente.

In 1538 behoort het erf Gerwelinck toe aan het Stift te Weerselo.

Gervelman naobers 1832
Gervelman en enkele naobers 1832

De oudst bekende bewoner is Bernt Gervelingk. Hij wordt genoemd in Het markenboek van Agelo. In 1649 koopt hij zonder toestemming van de landeigenaren een toeslag (ontginning van woeste grond) achter Tuning Pirick, waarvan hij een moestuin maakt.

In 1685 trouwt Jan Gervelink (*1655) met Elisabeth Bossinck (*1660) uit Lattrop. Zij krijgen driekinderen. Na het overlijden van Jan hertrouwt Elisabeth met Hendrik Schrun uit het Duitse Engden. Zij krijgt met hem nog een zoon.

Dochter Aeltjen Gervelinck (*1687) blijft op de boerderij wonen. Zij huwt in 1712 met Berent Schilthuijs (*1685) uit Noord-Deurningen. Zij krijgen voor zover bekend 8 kinderen. Bij de Volkstelling van 1748 wonen nog 3 kinderen Jenne, Gese en Jan (?), allen ouder dan 10 jaar op de boerderij, samen met ’knegt Hermen, een verkenhoeder gehuurt tot kolde kermis en meid Ale Brake’. Het erf wordt dan Garveling genoemd.

Dochter Geeze Gervelinck (*1725) trouwt in 1750 met Gerrit Legtenberg uit Weerselo, die bij haar intrekt op de boerderij. Het gezin krijgt eveneens 8 kinderen. Hun oudste dochter Aleidis Gervelink (1751-1812), in 1772 gehuwd met Hendrik Ottinck (*1745), woont vermoedelijk tot haar overlijden in 1812 op dit erf. Het huwelijk blijft kinderloos.

Schurink

Het Stift blijft eigenaar tot 1812, wanneer in de Franse Tijd het erve Garvelink via openbare verkoop wordt verkocht en een Gervelink kadaster 1832 nieuwe eigenaar krijgt in de persoon van Hendrikus Garvelink, voorheen Henricus Schurink (1782-1832) en neef van Hendrik Ottinck. Hendrikus koopt het erf voor 2650 (franse) francs en de garftiende uit het erve Garvelink voor 2834 francs.

Bij zijn huwelijk in 1813 met Joanna Holtwijk (1787-1839), wordt Hendrikus vermeld als Schuurink nu Garvelink. Joanna Holtwijk is weduwe van Jannes Brookhuis.

De nieuwe eigenaar noemt zich Garvelink, omdat hij al pachter was van het erf. Om het te kunnen aankopen moest hij naar Almelo waar ‘de verkoop bij brandende kaars’ plaatsvond.” Het Erve Gèèrvelman (Gervelink werd Garvelman) is toen bij de derde brandende kaars verkocht,” vertelde Broekhuis in 1991 in het kader van de samenstelling van het boek ‘Veldnamen in de gemeente Denekamp’. Doordat de nieuwe eigenaar zijn naam veranderde in Garvelman, bleef deze historische benaming bestaan. Het erf en huis krijgt in 1832 het kadasternummer B281.

Uit het huwelijk van Hendrikus en Joanna worden geen kinderen geboren. Nadat Hendrikus in 1832 en Joanna in 1839 beiden zijn overleden, wordt de boerderij verkocht.

Broekhuis

In 1848 wordt de landbouwer Johannes Broekhuis (1803-1860) van erve Broekhuis Pikkemaat uit Klein Agelo, de eigenaar van dit erf. Hij is in 1840 gehuwd met Gezina Hanste (1816-1866). Zoon Hendrikus Broekhuis (1851-1918) zet na het overlijden van zijn vader in 1860 het bedrijf voort. In 1883 wordt de boerderij vernieuwd en wordt een schuur bijgebouwd op het erf. Het perceel krijgt kadasternummer B1550. Het jaar erna trouwt Hendrikus Broekhuis met Maria Vinke (1858-1939), van erve De Vink aan de Oldenzaalsestraat in Ootmarsum. Het echtpaar krijgt drie dochters en een zoon.

Vader Hendrikus sterft in 1918 aan de spaanse griep, waarna zoon Jan Broekhuis (1889-1949) het boerenbedrijf voortzet. Hij trouwt in 1921 met Hanna Elberink (1895-1938) uit Reutum. Begin jaren vijftig erft hun zoon Johan Broekhuis (1923-2005), gehuwd met Annie Arkink (1924-2018) uit Bornerbroek het bedrijf. Het gezin krijgt vijf dochters en vier zonen. Eind 1964 wordt de boerderij voor een groot deel door brand verwoest. Op het erf wordt een nieuw woonhuis met achterdeel gebouwd.

Rond 1975 vindt in het kader van de ruilverkaveling in Agelo een herindeling van de verspreid liggende landbouwpercelen plaats. Johan Broekhuis verkoopt het boerenerf aan de Weerselosestraat 24 en verhuist met zijn gezin naar de Voortsweg 11 , waar hij een nieuwe boerderij heeft opgezet. De familie Broekhuis draagt tot op heden de naam Gèèrvelman.

Kamp

Gerard Kamp (1919-2016) en zijn vrouw Marie Wissink (1923-2008) komen in 1975 op het bedrijf wonen met hun 7 kinderen, zijn moeder Gezina Maria Sander (1888-1983) en broer, timmerman Antoon Kamp (1915-2006). Vanwege stadsuitbreiding in Oele was er geen toekomst meer voor hun boerenbedrijf in Oele. Gerard legt zich in Agelo toe op de varkensfokkerij.

Jongste zoon Leo neemt het bedrijf in 1990 over van zijn vader en oom. Hij trouwt dat jaar met Trudy Tijink uit Geesteren. Na enkele jaren begint hij een eigen boekhoudkantoor en houdt alleen hobbymatig nog vee. In 2015 wordt het oude woonhuis vervangen door nieuwbouw met perceelnummer Q933, waar Leo met zijn vrouw en drie dochters momenteel nog wonen.

=======================================================================================

Olde Gervelink (B293)

Aan de rand van het erve Gervelink stond tot 1872 een klein boerderijtje en erf van 240m2 dat in 1832 het kadasternummer B293 kreeg, waarvan Henricus Schurink (1782-1832), ook Hendrikus Garvelink, dat jaar eigenaar was. Na verkoop van het erve Gervelink in 1848 wordt Johannes Broekhuis (1803-1860) de nieuwe eigenaar. Hij overlijdt in 1860 en het perceel komt op naam van zoon Hendrikus Broekhuis (1851-1918). Rond 1872 wordt het huis afgebroken en wordt de grond een een gaard met bomen met kadasternummer B1457.

Olde Gervelink 1832Het is vermoedelijk ooit een lijftochthuis geweest, bedoeld als huisvesting voor de ouders van de jonge boer op het erve Gervelink. Na verloop van tijd zijn er andere familieleden of niet-verwanten in het huisje gaan wonen. Zij pachtten het van de boer, waarbij de huur vaak voor zes jaar werd vastgelegd. Het was in Oost-Nederland tot in de Franse Tijd gebruikelijk dat de bewoners de naam van het wönnershuis aannamen, zolang ze er woonden. De pacht werd voldaan in geld en/of in natura en de bewoners - ook met de naam wonner (=pachter) aangeduid - verplichtten zich de verpachter te helpen indien dat nodig was. Het kwam echter ook voor dat de wonner voor niets woonde en de pacht alleen in de vorm van arbeid betaalde.

Een van de eerste vermeldingen van bewoners van dit boerderijtje is in 1692 bij de doop van Hermannus Braeck In old. Gervelinck (*1692). Hij is volgens de akte een zoon van Harmen Ter Braeck en Ale Meijnerinck, beiden uit Groot Agelo en gehuwd in 1676. De familie Meijnerinck is een naober van Gervelinck . Mogelijk was Ale via Lambert Meijnerinck, in 1668 gehuwd met Aeltien Gervelinck, verwant aan de Gervelincks.

In 1705 heeft het wonnershuis andere bewoners. Vader Jan uit olde Gervelinck en moeder Geertjen uit olde Gervelinck doen op 21 september aangifte van zoon Hermannum uit olde Gervelinck (*1705). Het is niet duidelijk wat hun oorspronkelijke achternaam is. Jan en Geertjen krijgen nog twee kinderen meer met de achternaam uit Olde Gervelinck.

In de periode 1714-1717 zijn er afgaande op de geboorteakten zelfs twee gezinnen in het huisje woonachtig, t.w. Jan uit olde Gervelinck en zijn vrouw Hermken uit olde Gervelinck, alsmede het echtpaar Jan uit olde Gervelinck en Geese uit olde Gervelinck. Mogelijk is er in die tijd sprake van een tweede huisje op het erf.

In 1748 wonen ‘Jan int Olde Garveling, vrouw Phie en dochter Aaltjen jonger dan 10 jaar’ in het huis, zo blijkt uit de Volkstelling. Het betreft hier Jan Kijnhuis, die in 1744 is gehuwd met Fije Gervelinck (*1718) en de naam van het lijftochthuis hebben overgenomen. Zij krijgen er nog vier kinderen.

Twintig jaar later zijn er nieuwe wonners , t.w. Wernerus Raetgerinck en Margareta Laerhuis. Ook zij noemen hun 1761 geboren dochter Joanna int oude Gervelinck (*1761) naar het boerderijtje.

Gervelink en naobers 1832
Garvelink en naobers in Agelo 1832
Zo’n zes jaar later, rond 1766, wonen Hermannus in olde Loëhuiijs (*1733) en Zusanna Niuwhuis in het huis. Zes van hun zeven kinderen krijgen de achternaam Oude Gervelink.

Eind 1776 heeft het gezin plaatsgemaakt voor Jannes int olde Smeijers (*1739), ook ter Brake, en Fenne Morshuis, die op hun beurt de bijnaam in Oude Gervelink aannemen. Rond 1780 trekken Jan Groeneveld (1752-1829) en zijn vrouw Gesina ter Braek (1746-1818), ook Frans genoemd, en zoontje in het wonnershuis. Het echtpaar krijgt er nog vier kinderen, die ook de achternaam in Oude Gervelink krijgen.

Ten tijde van de Volkstelling 1795 woont oud-bewoner Hermen uit t oude Gervelink (*1768), zoon van Hermannus in olde Loëhuiijs en Zusanna Niuwhuis (weer?) in het wonnershuis. Het huishouden van Hermen in Oude Gervelink bestaat dan uit 3 personen. Bij zijn huwelijk in 1798 met Henrica Broekhuis gebruikt hij de achternaam van zijn (groot)vader Terhorst. In 1804 wonen ze er nog, aangezien hun derde kind de naam Janna ter Horst in olde Gervelink (1804-1880) krijgt.

Hermannus overlijdt enkele jaren later, waarna zijn weduwe in 1807 hertrouwt met Bartus Klumpers (1768-1808), die bij haar intrekt op het Olde Gervelink. Binnen 1 jaar na het huwelijk, in maart 1808, overlijdt Bartus, zijn vrouw met drie kinderen uit haar eerste huwelijk nalatende. Bij de Naamsaanneming in de Franse Tijd in 1812 laat het gezin van Henderica zich als Ter Horst registreren.

Mogelijk heeft Henderica nog enige tijd in het huis gewoond. Het is niet bekend wie er in die jaren daarna tot de afbraak in 1872 in het huisje heeft gewoond.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020


2026-05-24 16:13:17