Opmerking

Dennenkampsweg 2

Erve Wiegert

Het erve Wiegert wordt rond 1385 onder de naam Wijchmoding, te Aglo vermeld in het Register en Rekeningen van het Bisdom van Utrecht. Het behoort daarmee tot de oudste erven van Groot Agelo. Het erf is een hoofdelijke belasting, alsmede 8 schepel rogge, 2 keer 8 schepel gerst, 1 bedewijn en 2 kippen verschuldigd aan het bisdom.

De eigenaren

De boerderij wordt vervolgens als erve Wychering genoemd in het Schattingsregister van 1475 en als erve Wygerinck in het Verpondingsregister van Twente van 1601. Het is dan een hofhorige boerderij, leengoed van het Stift Essen en eigendom van de familie von Reede van het Huis tot Brandlicht bij Rijssen. Rond 1730 komt het erve in het bezit van de familie Hummels uit Oldenzaal. Erfdochter Antonetta Henrica Christina Hummels (1792-1876) treedt in 1812 in het huwelijk met grondeigenaar Theodor Adolph Joseph Von Heijden (1789-1858) uit Heeck (Dld).

Bij de oprichting van het kadaster in 1832 is Theodor eigenaar van het huis en erf, kadasternummer B73, alsmede van twee wunnershuizen, B69 en B70, Dennenkampsweg 4, behorende tot het erve Wiegert. Een oude kadasterkaart van 1832 laat niet alleen de woonboerderij zien, maar ook de ligging van de diverse bijgebouwen, zoals de bakspieker (bakhuis), de wagenschuur, een houtopslag en de grote en imposante hooischuur.

In 1844 wordt het erf in zijn geheel gekocht door de toenmalige bewoners Gerrit Jan Reest (1791-1848) en zijn tweede vrouw Maria Wolkorte (1813-1848). Gerardus was eerder gehuwd met Susanna Wiegerink (1798-1836) en hij was bij haar ingetrokken. Volgens oud Twents gebruik heeft Gerrit Jan toen de bijnaam aangenomen van het erf Wiegerink. Daarna blijft het erf eigendom van de bewoners.

De bewoners
Wijcherinck, Wiegert

De oudst bekende bewoner staat vermeld in het Markenboek Agelo. Op juli 1645 wordt Gerdt Wijcheringh (*1610) uit Groot Agelo, evenals Lubbert Wichman uit Lutken Agelo, aangesteld als toezichthouder. Zij moeten erop toezien dat er geen misbruik wordt gemaakt van het maken van toeslagen (=ontginning van woeste grond) in de marke Agelo. In 1686 wordt Gerdt opnieuw benoemd als toezichthouder.

Een van zijn zonen, Bernd Wicherinck (*1635), heeft vermoedelijk het boerenbedrijf voortgezet. Uit de doop- en trouwregisters valt niet goed op te maken wie het erf daarna heeft overgenomen. Mogelijk betreft het Geert Wijcherinck. Uit zijn huwelijk met Ale ten Have zijn 6 kinderen bekend, waarvan enkele waarschijnlijk ongehuwd bleven en/of jong zijn overleden. De Volkstelling 1748 geeft hiervoor een aanwijzing. Ene "Wiecherink, ongetrouwt met sijn moeije Swenne huijshoudende" woont dan op het erf. Ook worden een aantal inwonende meiden en knechten genoemd, waaronder "Henric Middelhorst niet ter dege wijs voor de kost dienende" en "Fenne, een kloppe (religieuze) in Wiecherincks kamer". Vermoedelijk zijn Wiecherink en zijn moeder niet lang daarna overleden dan wel verhuisd.

Rond 1752 is Gerrit ter Duijsse (*1715) uit Lutken Agelo met zijn vrouw Swenneken Braminck (*1727) op het erf komen wonen en ze nemen de naam van het erf aan. Hun daar geboren kinderen krijgen de achternaam Wiegerink of varianten ervan (Wieginck, Wegginck, Wichhinck of Wiegert), zo blijkt uit de doopregisters.

In 1795 woont hun zoon Albertus Wegginck (1755-1804), gehuwd met Gezina Obbenkotte (1773-1840) uit Volthe, op het erf. Het huishouden Wygherink bestaat dat jaar uit 7 personen, zo meldt de Volkstelling. Na het overlijden van Albert in 1804 neemt zijn jongste broer Gerrit Jan Wiegert (1768-1820) het stokje van hem over als boer op het erf. Gerrit Jan is in juni 1814 als eigengeërfde boer aanwezig bij de markenvergadering Agelo over de verdeling van de markengronden. Gerrit Jan overlijdt in 1820. Hij is ongehuwd en zijn nicht Susanna Wiegerink (1798-1836), dochter van broer Albertus, zet vervolgens de boerderij voort.

Reest

Susanna Wiegerink trouwt een jaar later met landbouwer Gerrit Jan Reest (1791-1848) uit Weerselo. In 1836 overlijdt Susanna niet lang na de geboorte van hun 5e kind, waarna haar weduwnaar in 1838 hertrouwt met Maria Wolkorte (1813-1848) uit Oldenzaal. Het echtpaar krijgt nog 6 kinderen.

In 1844 koopt Gerrit Jan Reest het huis en erve Wiegert, 1820m2 groot met kadasternummer B73, van Theodor Adolph Joseph Von Heijden. Na het overlijden van het echtpaar Reest-Wolkorte in 1848 erft Albert Jan Reest (1822-1882) de boerderij. Hij is de oudste zoon uit het eerste huwelijk van Gerrit Jan. Ook Albert Jan trouwt twee keer. Uit zijn tweede huwelijk met Gezina Tijink (1837-1892), van erve Ti’jman, worden 10 kinderen geboren, waarvan de oudste zoon Hendrikus Reest (1860-1939) de boerderij overneemt. Hendrikus trouwt in 1897 met Maria Hannink (1869-1947) uit Tubbergen. Zij bouwen rond 1900 een bijbouw aan de boerderij en verbouwen de bakspieker. Het nieuwe kadasternummer wordt B1752.

Stevelink

Het echtpaar Reest-Hannink krijgt alleen dochters en van hen blijft Maria Susanna Reest (1902-1986) op de boerderij. Met haar huwelijk in 1930 met Jan Stevelink (1889-1972) van Ewersboer , doet de naam Stevelink zijn intrede, maar ook nu blijft - evenals bij zijn voorgangers - de bijnaam Wiegert bestaan. Deze bijnaam wordt later met ere gedragen door hun ongetrouwde zoon Hennie Stevelink (1931-2006), die tot aan zijn overlijden op de boerderij blijft wonen en de naam op zijn grafsteen laat graveren.

In bouwkundig opzicht vinden er na 1959 een aantal vernieuwingen plaats aan de boerderij en worden enkele percelen samengevoegd tot kadasternummer B2136.

René Stevelink, neef van Hennie, en zoon van broer Gerrit Stevelink (1934-1999) neemt de boerderij over. Met zijn vrouw Annemarie van Wijchen hebben ze de nodige wijzigingen aangebracht op het erf, die passen in het herstel van de oorspronkelijke hoeve. Zo zijn oude schuren gerestaureerd en is het bakhuis in ere hersteld op het erf.

Rene en Annemarie hebben samen drie kinderen die opgroeiden op erve Wiegert.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020
2026-04-02 02:29:12