
Weerselosestraat 22
Erve Tijink ‘Ti’jman’
Erve Ti’jman aan de huidige Weerselosestraat 22 is al een eeuwenoude naam in Groot Agelo. De oudst bekende vermelding van het erf is te vinden in het bisschoppelijk archief van Utrecht in de periode 1379-1382 onder de naam ’In denTij’ en ’De Thije’. Het is dan een leengoed van de bisschop van Utrecht, destijds een leenheer aan wie grote bezittingen toebehoorden.
In het Schattingsregister van 1499 staat het erf als Tijg vermeld en het werd toen gekwalificeerd als ‘zeer armoedig’. Voor het jaar 1601 is Tijink een horig erf geworden van de Commanderie van Ootmarsum, het latere Huis Ootmarsum. In dat jaar wordt het bewoond door Tyeman, later Ten Tije.
Ten tijde van de Volkstelling Agelo 1748 woont de weduwe van Hermannum Tijinck (*1710), t.w. Gesina Getkotte (*1712), Gese, met drie kinderen op de boerderij. Hermannum, zoon van Jan Sleiderman (*1679), ook Jan Tijman genoemd, en Mette Reininck (*1664) was voor april 1737 overleden.
In 1811 worden de goederen van het Huis Ootmarsum verkocht en wordt 
In 1832 is Harm Jan, ook Jannes Tijink genoemd, nog steeds eigenaar van het erf met kadasternummer B298, en eveneens van het nabijgelegen wonnershuis Oude Tijink (nummer B297). Zijn zoon Hendrikus Tijink (1812-1862), uit zijn eerste huwelijk met Gesina in Oude Reeker (1788-1817) uit Tilligte, neemt de boerderij over. In 1836 trouwt Hendrikus met Aleida Lohman (1812-1888) van erve Loaman. Zij krijgen samen 6 kinderen, waarvan twee kinderen, zoon Hermannus Hendrikus Tijink (1840-1895) en jongste zoon, Bernard Tijink (1856-1934) op de boerderij blijven wonen.
Na het overlijden van Hendrikus komt het erf en zijn bezittingen rond 1872 op naam van de oudste dochter Gezina Tijink (1837-1892), hoewel zij niet meer op het erf woonachtig is. Zij is na haar huwelijk in 1859 ingetrokken bij haar man Albert Jan Reest (1822-1882)op het erve Wiechert. In 1882 koopt broer Hermannus Hendrikus Tijink (1840-1895) bij onderhandse acte de rechten op het erve Tijink van zijn zus Gezina en is daarmee formeel eigenaar van het bedrijf. Het huis en erf, inmiddels uitgebreid met een schuur, heeft dan het kadasternummer B1458. In 1883 wordt het Olde Tijink (perceelnummer B1460, voorheen B297) gesloopt en toegevoegd aan kadasternummer B1458.
Hermannus overlijdt in 1895. Zijn jongste broer Bernard Tijink (1856-1934) wordt de volgende eigenaar van het erf. Hij is inmiddels gehuwd met Elisabeth Maria Holtwijk (1868-1938) en het echtpaar krijgt 10 kinderen. Een van hun dochters Aleida Tijink (1891-1896) overlijdt op 4-jarige leeftijd op tragische wijze aan de gevolgen van hevige brandwonden, nadat haar kleren vlam gevat hadden.
De boerderij wordt in de loop der jaren uitgebreid en enkele keren herbouwd. Zoon Bernard Tijink (1905-1976), Ti’jman, wordt erfopvolger op de boerderij. Hij trouwt in 1945 met Marie Lansink (1913-2012), van het naburige erve Winkelhoes. Bernard heeft in 1950 een voortrekkersrol bij de oprichting van de Coöperatieve Landbouwwerktuigen Vereniging Ootmarsum. Hij draagt de boerderij over aan zijn zoon Bennie Tijink, gehuwd is met Annie Broekhuis. Zij wonen in een nieuw gebouwde woning naast het erf, aan de huidige Heggelkampsweg 3.
Hulsmeijers
Hun dochter Annemarie Tijink (1975) zet samen met haar man Rudi Hulsmeijers uit Breklenkamp het boerenbedrijf voort. Zij wonen op de oude boerderij. Het huidige perceelnummer is Q1069. De naam Tijink wordt door de huidige bewoners niet meer overgedragen aan de volgende generatie, het erf wordt in Agelo echter nog steeds aangeduid met de naam ‘Ti’jman’.
=========================================================================================
B297 Olde Tijink
Op erve Tijink lag tot eind 19e eeuw een kleine woning met erf van 180 m2, die afwisselend Olde Tijink, Oude Tijink of Olde Tije werd genoemd en die in 1832 werd aangeduid met kadasternummer B297. Eigenaar was toentertijd Harm Jan Tijink (1771-1835), landbouwer op erve Ti’jman. Mogelijk was dit ooit een lijftochthuis, d.w.z. dat de eigenaren het erve aan een van hun kinderen afstonden op voorwaarde dat zij hun resterende levensdagen het vruchtgebruik van de boerderij behielden en in het ‘lijftochthuis’ mochten blijven wonen. Na verloop van tijd was er lang niet altijd meer sprake van verwantschap met de bewoners van het hoofderf.
Bij het erve Tijink kwam dit wel voor. Zo trouwt een Berent Tijink op 27 september 1696 met Jenne Wijderink, beide uit Groot Agelo, en wordt hij bij de doop van hun zoon Bernardus op 11 december 1705 Berent in Olde Tijinck genoemd.
De oudste bekende bewoning dateert van 15 september 1692, als volgens het R.K. doopregister Gertrudem in alde Tijinck te Groot Agelo wordt gedoopt. Zij is op 10 september geboren en dochter van Joannes in Olde Tijinck en Bertha.
In de loop der tijd hebben er verschillende gezinnen gewoond. Uitgaande van de volkstelling van 1748 wonen er twee gezinnen in het huis, t.w. Jan int Olde Tijink, vrouw Jenne en Jan, een kind onder de 10 jaar en Hermken, weduwe van Jan Steginck int Olde Thijink met 2 kinderen boven 10 jaar Ale en Lucas en een inwoonster, Gese, die kloppe (religieuze) was. Mogelijk betreft het hier 3 generaties uit 1 familie.
De laatste bewoners van dit plaatsje aan het toenmalige adres GA 48 zijn waarschijnlijk kleermaker Hermen Jan in den Toeslag (1815-1885) en zijn vrouw Euphemia Poppink (1823-1866). Zij krijgen 6 kinderen, waarvan 3 kinderen al op jonge leeftijd overlijden, zo blijkt uit het bevolkingsregister 1861-1880. Rond 1872 wordt het perceel toegevoegd aan het erve Tijink, kadasternummer B1458 en is er geen bewoning meer bekend. Het gezin van Hermen Jan in den Toeslag verhuist rond 1880 naar de huidige Voortsweg, waar hij rond 1880 een stuk heide heeft gekocht van Holtwijk. Hij bouwt er een huisje op, waar hij gaat wonen met zijn gezin.
.
B304 Ter Horst
In 1832 lag aan de huidige Heggelkampsweg achter erve Ti’jman, een klein huis en erf van 90 m2 met kadasternummer B304, dat eigendom is van Hendrika ter Horst, bagijn. Het gaat hier naar alle waarschijnlijkheid om (1785-1837) Hendrika ter Horst in Oude Westenagel (1785-1837), spinster van beroep. Zij is dochter van Jan in olde Schurink (1745-1815), ook Jan ter Horst of Olde Westnage genoemd, en Johanna Getkatte (1748-1837). Afgaande op de naam van de bewoners is deze woning een wonnershuis geweest van het nabijgelegen ‘erve Schurink’.
Haar grootouders Hermen ter Horst, ook Hermen ter Horst int Olde Schurinck genoemd, en vrouw Berentjen, Berentje Tijink woonden al in 1748 met haar vader en 5 kinderen in dit huis, zo meldt de Volkstelling Groot Agelo.
Rond 1855 wordt het plaatsje verkocht aan calicotwever Hermen Jan Lankamp (1819-1879), van Oal Joesboer aan de huidige Enktermorsweg 6. Hermen Jan is in 1838 getrouwd met Hendrika Schoehuis (1808-1888), dienstmeid uit Tubbergen en zij wonen ongeveer sinds 1849 met hun 5 kinderen in dit huis. De kinderen zijn evenals de vader werkzaam in de huisnijverheid als calicotwever. Hermen Jan overlijdt in 1879 en het jaar erop vertrekt het gezin naar de huidige Weerselostraat 18, waar zoon Jan Lankamp (1846-1919) als landbouwer begint. Hij krijgt daar de bijnaam Baas Jan.
In 1886 wordt het huisje aan de Heggelkampsweg gesloopt, waarna het perceel gaardengrond wordt met kadasternummer B1700. In 1974 komt het in de ruilverkaveling. Momenteel is het perceel onderdeel van Q1069, erve Tijink.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


