Opmerking

Oppersveldweg 11

Oal Munnik, voorheen Erve Getkotte
Getkotte

Erve Getkotte en naobers in West Agelo. Het Olde Getkotte ligt dicht bij de oude weg Borne naar Ootmarsum.
Bron: Hisgis.nl
Het Erve Getkotte bestaat in 1832 uit twee boerderijen, eigendom van landbouwer Jan Getkate (1774-1839). Het hoofderf, 1700m2 groot met kadasternummer B47, was gelegen aan de huidige Weerselosestraat tegenover het erve Westenoagel. Een kleinere boerderij, 310m2, met kadasternummer B51 lag ongeveer op de plek van de huidige Oppersveldweg 11. Het was waarschijnlijk een lijftochthuis en de bewoners werden tot ver in de 18e eeuw aangeduid met (int) Olde Getkotte .
Erve Getkotte

Het hoofderf Erve Getkotte is een niet meer bestaande boerderij, waarvan de geschiedenis terug gaat tot in de late middeleeuwen. De oudst bekende vermelding is in De registers en rekeningen van het Bisdom Utrecht 1325-1336. Het erve Ghetekote in den kerspel van Ootmarsum is dan eigendom van Godekiin van Wolde, leenheer in Salland.

In 1475 wordt de naam geschreven als Ghertkate. Het erf in Groot Agelo is volgens het Schattingsregister een kathe, een niet-volwaardige boerderij en daarmee 1 s(chilt) ofwel 1½ golden r(ijnse) g(uldens) verschuldigd aan de bisschop van Utrecht die tevens landsheer is van Twente. In 1484 is het in leen als Gettincate bij een zekere Grotenhusz uit Deventer. Na 1644 wordt het erf eigendom van het Huis Ootmarsum.

De oudst bekende bewoners zijn vanaf de 2e helft 17e eeuw terug te vinden in de doop – en trouwboeken van Ootmarsum. Rond die tijd duikt ook in het Markenboek Groot Agelo de naam Getkate op bij een kwestie over het plaggensteken. Een aantal boeren uit Agelo, waaronder Getkate, verzoekt in 1678 om schadeloos gesteld te worden, omdat ze gelast worden om geen plaggen meer te steken op de betwiste plek. De markenrichter en de landeigenaren stemmen in met het verzoek van de boeren. Het gaat hier waarschijnlijk om Geert Beukerinck uit Reutum, die in 1675 is getrouwd met weduwe Swenne ten Getkate en de naam van de boerderij heeft aangenomen.

Zoon Berent ten Getkate (*1687) zet de boerderij voort. Hij trouwt in 1711 met Ale Brahaminck. Het echtpaar krijgt voor zover bekend 7 kinderen. In 1748 tijdens de Volkstelling wonen zij nog op het erf met enkele van hun kinderen. Zo woont hun zoon en erfopvolger Jan Getkotte (1716-1812), in 1746 getrouwd met Siene Moekotte (1765-1834), in 1792 gehuwd met Jan Getkate (1774-1839), zoon van bovengenoemde Jan Getkatte. Het echtpaar Getkotte-Moekotte krijgt zover bekend drie kinderen, die alle drie ongehuwd blijven en al op jonge leeftijd overlijden.

Rond 1810 worden de bezittingen van het huis Ootmarsum via twee openbare veilingen verkocht en wordt het hoofderf en het lijftochthuis verkocht aan pachter Getkate. Als eigenaar Jan Getkate (1774-1839) in 1839 overlijdt, blijft het erf in de familie tot 1864, wanneer het wordt verkocht aan Jan Hendrik Kok uit Berghuizen en aan Johannes ter Horst. Mogelijk is de laatste een nakomeling van Johanna Getkatte (1748-1837).

In 1866 wordt de boerderij gesloopt en wordt het erf hooiland. Momenteel is het perceel na enkele keren doorverkoop eigendom van de familie Vennegoor met kadasternummer Q159.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Olde Getkotte

De kleine boerderij, perceelnummer B51, lag in 1932 op de plek van de huidige Oppersveldweg 11, Het is waarschijnlijk ooit een lijftochthuis geweest, bedoeld als huisvesting voor de ouders van de jonge boer op het hoofderve Getkotte . Na verloop van tijd zijn er andere familieleden of niet-verwanten in het huisje gaan wonen. Zij worden aangeduid worden met de naam (int) Olde Getkotte .

Zo woont vanaf 1729 Rolef Getkotte (*1691), in 1727 gehuwd met Gese Olde Raessinck (*1710) uit Vasse in het Olde Getkotte. Hun eerste twee kinderen, een tweeling, zijn mogelijk nog op het ouderlijk huis geboren, maar hun overige acht kinderen dragen de achternaam (int) olde Getkotte. In 1748 woont Rolef Getkotte, vermoedelijk inmiddels weduwnaar, er nog met twee van zijn kinderen.

Daarna komen rond 1754 Lucas Berhaminck (*1720) en Swenne Lankamp (*1727) enkele jaren op het erf wonen. Twee van hun kinderen krijgen de achternaam Aude/Oude Getkotte.

De volgende bewoners zijn het echtpaar Bernardus Wiegerinck (*1731) van het naburige erve Wiegert en Hindrina Velt (*1732) uit Tilligte, gehuwd in 1760. Hun 5 kinderen zijn, afgaand op hun achternaam, in het Oude Getkotte geboren.

Volgens de Volkstelling van 1795 wonen er 5 personen in het Oude Getkotte met Jan Mulder als hoofdbewoner. Mogelijk betreft dit Joannis Mulders, gehuwd met Joannae Getkotte.

In 1832 is Jan Getkate (1774-1839) eigenaar van het Oude Getkotte. Hij overlijdt in 1839, zijn vrouw en drie kinderen waren al eerder overleden.

Nieuweweme

Het erf wordt in de jaren daarna verkocht aan Johannes Nieuweweme (1809-1871) uit Weerselo, die in 1834 is gehuwd met Gezina Moekotte (1804-1878), noaber van de Getkottes. Daar wonen ze nog rond 1860 met hun gezin, zo blijkt uit het bevolkingsregister (BR) 1861-1880. Rond 1870 neemt hij de ontginning van zijn heidegrond in het nabijgelegen Broekmaten ter hand. Het huis en erf wordt uitgebreid tot 730 m2 met kadasternummer B1425.

Na het overlijden van Johannes in 1878 is oudste zoon en landbouwer Johannes Hendrikus Nieuweweme (1837-1914) erfgenaam. In 1894 verkoopt deze het erf aan Albertus Borggreve (1859-1955) op oude Heuver uit Klein Agelo, maar blijft nog op de boerderij wonen tot 1904, wanneer het gezin Nieuweweme naar Reutum, Tubbergen verhuist, zo meldt het BR 1901-1923. Zij namen de oude erfnaam Getkotte mee. Zo werd zoon Gait Nieuweweme (1889-1978) op latere leeftijd aangeduid als Getkotte ’t Grieze.

Oude Monnink - ‘Oal Munnik’

In 1904 wordt het erf Olde Getkotte verkocht aan Antoon Oude Munnink (1854-1937), in 1889 gehuwd met Gezina Reest (1867-1942) van het naburige erve Wiegert. Zij gaan er vervolgens met hun gezin gaat wonen. Volgens de huidige bewoner, Johan Vennegoor, behoorden er toentertijd een winkel en een gelagkamer bij de boerderij (Bijnamen in en om Ootmarsum) . In 1924 volgt er een verbouwing en in 1925 wordt het erf verkocht aan erfopvolger Jan Oude Monnink (1895-1970), die in 1931 huwt met dienstbode Sina Borggreve (1896-1977) uit Klein Agelo. Het echtpaar krijgt 2 dochters.

Vennegoor

De oudste dochter Siny Oude Monnink (1932-1981) blijft als erfdochter op de boerderij wonen en trouwt eind jaren vijftig met Jan Vennegoor (1928-1999) uit Rossum.

Van hun zes kinderen heeft zoon Johan Vennegoor de inmiddels flink uitgebreide en gemoderniseerde boerderij Oal Munnik, perceelnumme Q159, overgenomen. Hij woont er met zijn vrouw Gea en drie kinderen. In de volksmond wordt de boerderij nog altijd Oal Munnik Jans genoemd.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020
2026-04-09 13:53:11