Opmerking

Almelosestraat 81

Dit huis is in de jaren zestig gebouwd. Daarvoor stond er een lang, smal huis, vlak bij en loodrecht op de straat. Het is vroeger een tolhuis geweest.

Volgens het kadaster was dit perceel begin 19e eeuw (Denekamp kadastraal A922) een stuk onbebouwde heidegrond, eigendom van Joost Tiethoff (1769-1854), die schuin tegenover aan de overkant van de weg woonde op wat nu Almelosestraat 82 is.

In 1846 worden dit en de omliggende percelen verkocht aan de Markte van Agelo en wordt het terrein ontgonnen. In 1849 worden drie percelen met de nummers A1504, A1505 en A1506 weer verkocht aan Joost Tiethoff.

Tolhuis

De percelen A1505 en A1506 zijn bouwland en hooiland en op A1504 wordt een tolhuis gebouwd ter grootte van 38 m2. In dezelfde periode is ook de straat verlegd; eerst liep deze onderlangs de Kuiperberg, en vanaf dan er boven over heen, vlak langs de Hezeberg. Helaas zijn de kaarten van voor 1850 minder duidelijk. Mogelijk is de tol aangelegd om de wegverbetering te financieren. Op de kaarten ontbreekt de tol vanaf 1926.

De eerste tolgaarder was Hendrik Frowijn (1809-1876), naober bij aangeven van het overlijden op 19 november 1854 van Joost Tiethoff, (’t Onderschoer 2002/1 pag 32). Hendrik Frowijn overleed in 1874. Zijn weduwe Aaltjen Kessen (1813-1889) verhuisde in 1876 naar de Ganzenmarkt 5 in Ootmarsum.

Van 1877 tot 1878 was de timmerman Gerhardus Johannes Rikhof (1842-1917) hier tolgaarder. In 1878 verhuisde hij naar Ootmarsum.

Een volgende bewoner/tolgaarder was vanaf 1880 Johannes van Benthem (1840-1922), op 17 januari 1878 getrouwd met Hendrika Borggreve (1849-1919). Na hun trouwen verhuisde het echtpaar in 1878 naar Groot Agelo, maar nog niet naar het Tolhuis, maar naar de woning met het huisnummer GA10.

Het echtpaar kreeg 10 kinderen, waarvan de negende op 2 april 1890 nog was geboren in Denekamp en op 28 april 1891 overleed in Ootmarsum, nadat het gezin daar in 1890 naartoe was verhuisd. Overigens was Johannes van Benthem ook werkzaam als wegwerker. Meer gegevens over deze familie zijn te vinden in een boekje uitgegeven in 2002 door Wolbert uit Oldenzaal, geschreven door Ben/Frans/Harry van Benthem: (De familie Johannes van Benthem en Hendrika Borggreve).

De volgende (en laatste) tolgaarder hebben we niet kunnen achterhalen.

In 1893 gaat het eigendom over naar de Provincie Overijssel en in datzelfde jaar ook weer terug naar de familie Tijdhoff: Fredericus Tijdhoff (1810-1902) en Maria Adriana Tijthoff (1815-1907) worden de eigenaren, onder de vermelding dat de Provincie Overijssel "Recht van Opstal" heeft. Kennelijk wil de provincie invloed blijven houden op de bestemming. Onduidelijk is of er dan nog tol wordt geheven.

Woning

In 1907 werd dit geheel (grote en kleine boerderij en tolhuis) geërfd door Johanna Tijthoff (1875-1945), echtgenote van de fabrikant Carl Povel (1865-1943) in Nordhorn. (zie verder Jaarboek 2002). In 1909 wordt dit recht bij het kadaster weer afgemeld, waarna het pand als bestemming huis krijgt met het kadastrale nummer A2994.

In 1924 werd er een stuk aan de woning aangebouwd. Vanaf 1926, toen het tolhuis niet meer als zodanig functioneerde woonde er de familie Kamphuis. Jan Herman Kamphuis (1896-1980) trouwde op 8 november 1926 met Hendrika Eertman (1896-1982). Zij kregen 4 kinderen, die heden, net als de ouders, zijn overleden.

In de jaren zestig is de familie Kamphuis verhuisd naar Ootmarsum (Almelosestraat 49a ?) Daarna is het oorspronkelijke tolhuis afgebroken en is verder van de weg af een nieuwe woning gebouwd. Het kreeg in 1965 het kadastrale nummer A3562.

Rond 1975 vond er een ruilverkaveling plaats. Vijf broers en zussen Müller uit Duitsland (nazaten van de familie Povel) werden de eigenaren van het pand met het nummer Q693, samen met het echtpaar Hendrik Kroeze (1912-1978) en Sien Averes (1918-2010). Het echtpaar Kroeze woonde zelf aan de overkant, Almelosestraat 82. Hun dochter Maria Kroeze (1955-2024) werd in 1982 de eigenaresse van de woning. Zij trouwde met Henk Bökkers (1945-2004).

Gerard Borggreve

Gerard Borggreve kan zich herinneren dat het tolhuis ca. 4.5 meter breed en 15 à 20 meter. lang was. De woonkamer/keuken had een voordeur, die niet meer dan 3 meter van de weg af lag, en drie ramen, naar voren, naar links en naar rechts. Daarachter was een soort bijkeuken, waar je met een trapje naar de kelder, en met een andere trapje naar een slaapkamer boven de kelder kon, en een kleine bergruimte aan de andere kant. Daarachter een gang met nog een slaapkamer en dan kwam je op de deel, met ruimte voor een paar koeien en varkens. Hier was ook ergens een toilet.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020
2026-04-09 07:31:17