
Denekamperstraat 74
Weghuis
Hier stond voorheen de woning die eigendom was van de ongehuwde landbouwer Berend Weghuijs (1763-1838). Het perceel had het kadastrale nummer C128. Bernardus was de enige zoon van de landbouwer Lucas Weghuis (1733-1811) en Geertruij Touwmaker (1732-1816). Hij had vijf zusters, waarvan alleen de oudste trouwde. Ook was er nog een broer, die waarschijnlijk jong was overleden.
Waarschijnlijk was de boerderij al generaties in de familie. Zijn vader Lucas Weghuis was een zoon van Berent Kienhuijs (*1681) en zijn vierde vrouw Gese Gerritsen.
De naam Weghuis komt uit het huwelijk op 11-1-11 met zijn eerste vrouw Jenneke Ottinck (1686-1718), die eerder getrouwd was met de akkerbouwer Lambert ten Weghuis.
Lees meer over de familie Weghorst op de website van Heemkunde Lattrop-Breklenkamp.
Middelhorst
Na het overlijden van Berend Weghuijs in 1838 wordt de boerderij gekocht door de dagloner Johannes Middelhorst (1803-1848), in 1829 getrouwd met Gesina Heesink (1804-1858). Het echtpaar kreeg zes kinderen, waarvan de oudste zoon Gerrit Jan Middelhorst (1829-1873) de erfopvolger werd. Hij trouwde in 1866 met Johanna Molenhuis (1834-1884). Het echtpaar kreeg vier kinderen. De laatste twee overleden op jonge leeftijd, een zoon en dochter bleven ongehuwd. Na het overlijden van Gerrit Jan Middelhorst hertrouwde Gesina Heesink in 1875 met Albertus Kottink (1844-1917).
Rerink

In 1889 wordt de kleermaker Hermannus Rerink (1853-1908) de nieuwe eigenaar. Hij was in 1878 getrouwd met Maria Niehuis (1853-1936) en er waren op dat moment vijf kinderen.
In 1898 werd er een nieuwe woning gebouwd, die vlak aan de straat werd gebouwd en het kadastrale nummer C1986 kreeg. Na een bijbouw in 1900 werd het kavel in 1901 samengevoegd met omliggende percelen en kreeg het nieuwe nummer C2077. In 1903 en 1909 werd er opnieuw bijgebouwd.
Hun zoon Hermannus Rerink (1883-1912) trouwde in 1911 met Maria Bossink (1890-1969) uit Vasse. Hermannus was net als zijn vader kleermaker en kreeg vanwege zijn beroep de bijnaam Sniedermans.
Hermannus overleed twee maanden na de geboorte van hun dochtertje Maria Gezina (1912-1912), die enkele maanden daarna overleed. Bij het kadaster werd zij aangeduid als herbergierster, een aanwijzing dat het etablissement in 1912 al een horeca functie had.
Rouwers
Maria Bossink hertrouwde in 1915 met Hermanus Rouwers (1886-1956). Bij hun huwelijk werd het beroep van Maria beschreven als vergunninghoudster. De schoonmoeder van Maria (Maria Niehuis) bleef hier wonen. Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren.
In 1951 werd een deel van het perceel verkocht aan de provincie ter verbreding van de weg. De hoek van de woning kwam daarbij bijna op straat te staan. Het nieuwe perceel kreeg het nummer C2524.
In 1957 werd hun zoon Gerard Rouwers (1927-2004) de nieuwe eigenaar. Hij was kantonnier bij de provincie Overijssel. Hij trouwde in 1960 met Truus Steggink (1932-1994) waarmee hij 3 kinderen kreeg.
Na een ruilverkaveling werd er in 1975 achter de woning een nieuw café gebouwd. Het kadastrale nummer werd J96 en later . Hun zoon Herman zette het bedrijf later voort.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020



