
Laagsestraat 18
Rientjes
Hier stond twee eeuwen geleden de woning met het kadastrale nummer D530 van de bleeker Adolphus Rientjes (1760-1844). Hij was in 1794 getrouwd met Euphemia Vollenbroek (1771-1838) uit Dulder. Het echtpaar kreeg 8 kinderen. Links van de woning lag een gaardengrond (D528) die zeer waarschijnlijk als bleekgrond werd gebruikt, net als de daarachter liggende gaardengronden.
Na het overlijden van Adolphus in 1844 wordt zoon Gerard Rijnkes (1802-1882) de eigenaar en was ook bleker. Hij was in 1842 getrouwd met Joanna Hendrica Eenhuis (1811-1883) uit Zenderen en er werden 8 kinderen geboren.
In 1878 wordt er samen met zoon Adolphus Antonius Rientjes (1842-1898) een vennootschap opgericht: "de Firma Rientjes & zoon". Er wordt een stoomdrogerij gerealiseerd op het perceel achter de woning. De nieuwe kadastrale nummers worden D777 en D778.
Bij het kadaster is kennelijk iets misgegaan bij het inmeten, want kort daarop werd er een nieuwe kaart uitgegeven met wat meer bebouwing en uiteraard een nieuwe kadastrale nummers: D1097 en D1098.
In 1898 werd er verbouwd. In dat jaar overleed Adolphus Antonius Rientjes. Onbekend is wie het bedrijf hebben voortgezet. Op het voormalige perceel D528 werd een waschinrichting geplaatst en het gebouw werd uitgebreid. Het kadastrale nummer werd D1192.
Cramer
In 1907 wordt de fabriek opgeheven en verkocht. Het linkerdeel gaat als schuur naar de landbouwer Gerrit Jan Lentferink (1872-1956). De fabriek en woonhuis gaat naar burgemeester Gerrit Willem Cramer (1842-1920) en krijgt het nieuwe nummer D1266. Het fabrieksgedeelte wordt gesloopt.
Peters
In 1929 wordt de woning verkocht aan de wagenmaker Toon Peters (1900-1973) die in datzelfde jaar getrouwd was met Aleida Johanna ten Velde (1906-1994) uit Tubbergen. Toon werkte daarvoor op de wasserij van Cramer in het Springendal. Hij had het daar tot zijn taak gemaakt om wekelijks de WC ’s, de ‘huuskes’ van de wasserij leeg te halen. Hij kreeg hier de bijnaam van de vorige bewoner: Gortemaker of Göttnmaker.
Op dit adres beoefende Toon Peters het vak van wagenmaker. Het was een beroep, waar in die jaren nog volop behoefte aan was. Veel vervoer gebeurde immers nog met paard-en-wagen. Dat beroep bezorgde Toon Peters zijn tweede bijnaam: Waagnmaker, of Waagnmakers Toon. Had een boer problemen met zijn wagen of moesten er onderdelen worden vernieuwd, dan ging men niet naar Toon Peters, maar naar Waagnmakers Toon.
Kamphuis
In 1949 verkoopt hij de woning aan de gebroeders Kamphuis: Berend (1913-1979) en Gaît (1915-1999). Zij vestigden hier hun transportbedrijf. Zie ook Stoomdrogerij Rientjes.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


