
Ootmarsumsestraat 190
Erve Bruggink Bruggeman
Het erve Bruggink, in de volksmond Brungman of Bruggeman genoemd, was vanaf de late middeleeuwen tot 1811 eigendom van de Commanderie van Ootmarsum, ook Huis Ootmarsum. Het was een horig erf en de bewoners waren gebonden aan de grond die ze bebouwden. De boerderij wordt reeds vermeld in het Schattingsregister van 1475 van het Bisdom Utrecht. Het is dan een kate, een klein erf. De bewoner Bruggeman is 1 schilt ofwel 1 ½ gouden rijnse guldens bijzondere belasting verschuldigd aan het Bisdom.

Berent Brugginck (*1688), de zoon van Lenard, trouwt in 1712 met Hendrickjen Klarinck (*1691) uit Mander, die later Brugginck wordt genoemd. Hun huwelijk blijft waarschijnlijk kinderloos. In de Volkstelling van 1748 woont Hendrickjen nog op het erf. Haar man Berent was echter al lang geleden overleden en ze was in 1731 hertrouwd met Gerardus Aerninck (*1701) uit Tilligte, die bij haar was ingetrokken. Ook hij heeft de naam Brugginck aangenomen. Hun 3 dochters ’Berendina, Henrica en Aeltjen en knegt Jan’ wonen bij hen in.
Middelste dochter Henrica Bruggink (*1735) wordt de erfopvolgster. Zij trouwt in 1758 met Gerrardus Joannes Heuverhuijs (1730-1810) uit Klein Agelo, die bij haar intrekt en vervolgens Bruggink of Heuver op Bruggink wordt genoemd. Samen krijgen ze acht kinderen. Het huishouden van Gerrijt Brugging blijkt bij de Volkstelling 1795 onder Klein Agelo te vallen en het telt dan 7 personen.
Hun zoon Gerrit Brugginck (1759-1847) neemt de boerderij over van zijn ouders. In 1811 wordt hij tevens eigenaar, als hij bij de boedelveilingen van het Huis Ootmarsum het erve Bruggeman verwerft voor een bedrag van fl 4150,-. Bij de oprichting van het kadaster in 1832 krijgt het huis en erf, 2200m2 groot, het perceelnummer D475. Uit het huwelijk van Gerrit met Henrica Laerhuijs (1774-1820) worden 9 kinderen geboren. Volgens Twents gebruik zet de oudste zoon Jan Hendrik Bruggink (1804-1876), hun 5e kind, de boerderij voort. Hij trouwt in 1841 met Susanna Rasink (1810-1885) en ze krijgen 6 kinderen.
Door de ligging op de grens van Tilligte en Klein Agelo werd het erf in de loop der tijd soms tot Tilligte, dan weer tot Lutken Agelo gerekend. Bij de verdeling van de markegronden klaagt Bruggink in de Holtinkvergadering van de marke Agelo van 11 mei 1843 dat hij niet [ook] tot de marke Agelo gerekend wordt. Dat heeft succes, want rond 1850 krijgt Jan Hendrik Bruggink een zestal percelen heide- en broekgrond uit de marke Agelo toegewezen. Ook uit de marke Tilligte verwerft hij een aantal percelen.
Na het overlijden van zijn ouders erft de oudste zoon Gerardus Johannes Bruggink (1845-1893) de boerderij. Hij huwt in 1877 met Geziena Broekhuis (1858-1893) van erve Gervelman in Groot Agelo. Een half jaar na de geboorte van hun 7de kind overlijdt Gerardus Johannes in 1893, nadat twee jaar eerder al hun twee jongste zoontjes waren overleden. Amper twee maanden later sterft ook Geziena Broekhuis op 35-jarige leeftijd.
Lentferink
De oudste dochter Gesina Susanna Bruggink (1878-1924) blijft met haar jongere broers en zussen achter op de boerderij. Na haar huwelijk in 1902 met Johan Lentferink (1872-1956), geboren op Bek Jens in Nutter, zetten ze samen het bedrijf voort. De naam Lentferink heeft daarmee zijn intrede gedaan op het erve Brungman. In 1905 wordt een stuk aan de boerderij gebouwd en er komt een nieuwe schuur op het perceel, dat nu het kadasternummer D1247 krijgt. Het echtpaar krijgt samen 11 kinderen; de drie jongste kinderen sterven voor hun 2e levensjaar. Niet lang daarna overlijdt Gesina Susanna in 1924.
Zoon Jan Lentferink (1905-1994) neemt het bedrijf rond 1950 over van zijn vader. Enkele jaren later, in 1954, wordt de boerderij als gevolg van kortsluiting door brand grotendeels verwoest. De boerderij wordt herbouwd als een karakteristieke kop-hals-rompboerderij, een type dat vrij ongebruikelijk is in Twente. Een jaar later treedt Jan in het huwelijk met Trees Pelgröm (1916-2000) uit Zwollekerspel. Het echtpaar krijgt drie dochters en een zoon. De laatste, Hans Lentferink, blijft op de boerderij. Rond 1981 gaat hij een maatschap aan met zijn vader en samen zetten ze het gemengde bedrijf om in een melkveebedrijf met ligboxenstal. Hans trouwt met Charlotte A.M. Kempers. Momenteel wonen ze nog op de boerderij met hun twee kinderen. Het perceel heeft nu het kadasternummer K666.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2020


