
Kapelstraat 18
Op de plaats van deze parkeerplaats stonden twee eeuwen geleden twee woningen. Waar nu de Westwal ligt, lagen toen de restanten van de Stadsgraven. Tussen de twee huizen liep een pad, dat doorliep tot de overkant van de gracht, waarlangs je bij de tuinen aan de westkant van de stad kon komen.
Gezien vanaf de Kapelstraat lag links het perceel met het kadastrale nummer A598, eigendom van Frederikus Rouwers (1799-1884), grutter aan de Grotestraat 8. De woning werd bewoond door de wever Bernardus Hemmelder (1817-1885) en zijn vrouw, de weefster Christina Westerhof (1818-1895).
Het heeft er de schijn van dat er hier een weverij heeft gezeten. Tot 1860 was er nog geen bevolkingsregister, maar werd wel het overlijdensadres vermeld op de overlijdensakte. Daar worden deze wevers vermeld: Berent Jansen, Lambertus van Benthem, Joannes Heesman en Eilt Jurrens Carels.
In 1871 wordt het huis herbouwd tot schuur en wordt het nieuwe nummer A1599. De schuur blijft in de familie Rouwers.
Beukers/Schopbarteld
Rechts lag de woning van de wever Derk Beukers (1787-1848) met het kadastrale nummer A601. Hij was getrouwd met Engelina Kuipers (1788-1847) en zij kregen 4 kinderen. De oudste dochter, Johanna Bökers (1818-1867), erfde de woning in 1848 na het overlijden van de beide ouders. Zij trouwde in 1852 met Frederikus Schopbarteld (1815-1885). Hun enige kind, Berendina Engelina (1853-1858), overleed op 5-jarige leeftijd. Johanna overlijdt in 1867 en Frederikus hertrouwt daarna met Hermina Brinkhuis of Joostink (1822-1902). In dat jaar wordt de woning ook uitgebreid van 62 m2 naar 77 m2 en krijgt het kadastrale nummer A1598.
In 1880 wordt de woning gesplitst in de nummers A1810 en A1811. Afgaande op het bevolkingsregister, zijn de bewoners van het pand A598, Bernardus Hemmelder (1817-1885), zijn vrouw Christina Westerhof (1818-1895) en op dat moment 4 kinderen, na de verbouwing tot schuur in de linker woning gaan wonen. Op het kadastrale kaartje is trouwens goed te zien dat de gracht nog deels intact was.
Rouwers
De familie Rouwers werd later eigenaar van de gesplitste woning. Vanaf 1921 was Bart Rouwers (1880-1968) de eigenaar. In 1922 werden de panden samengevoegd tot het nieuwe perceel A2390 en gebruikt als schuur met een grootte van 320 m2.
In 1962 werd de schuur verkocht aan de gemeente Ootmarsum, die de schuur sloopte. Het grootste deel van het perceel werd weer terug verkocht aan Henk Rozendaal (1916-2000), de echtgenoot van Nats Rouwers (1920-2008) een dochter van Lambertus. Henk heeft hier jarenlang een tuin gehad. Tegenwoordig is het parkeerplaats voor buurtbewoners.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: ± 2023


