Opmerking

Weerselosestraat 27

Erve Toenman

Op 28 april 1277 werd het Erve Ostertun gekocht door ‘het Duitsche Huis’, zoals de Commanderie der Duitse Orde ook wel werd genoemd. Deze kocht het van Frederik van Bornike (Beuningen). In 1429 ging het als Erve Oostertuen naar het klooster te Albergen, maar kwam in 1475 terug bij de Commanderie. Toen werd ook aangegeven dat het erve in Groot Agelo lag. De naam veranderde nogal eens: van Aestertuen in 1601 tot Oestertuen in 1642. Het is in dat jaar een eigenhorig erf. Bewoners van zo’n erf, ook hofhorig erf genoemd, waren gebonden aan de boerderij en hadden de verplichting om herendiensten te verrichten voor hun heer. Daarnaast betaalden ze pacht, meestal in natura. In 1696 bracht het erf bij verkoop 541 Caroli gulden op. In 1810 werd het door Albertus Tuninck (1759-1812) gekocht uit de bezittingen van het toenmalige Huis Ootmarsum.

Toenink

Volgens de Volkstelling 1748 woonde de weduwe Joannam Gerrissen in Luks Herms Huijs (*1694) met 8 kinderen op de boerderij. Zij was in 1714 gehuwd met Gerrit Loman (*1685), ook Tuninck genoemd. Volgens het archief Drostambt Twente procedeert dochter Aele Tuninck (*1725) in 1746 tegen Jan Geetkate, die haar zou hebben verleid en bezwangerd. Uit de bewaarde stukken blijkt niet wat zij eist. Er staat geen vonnis vermeld.

Zoals gebruikelijk in het Twentse Hofrecht kwam hun oudste zoon Jan Tueninck (*1727), in 1755 gehuwd met Euphemia Grote Hulst (1737-1810), Fenna, in aanmerking om de boerderij levenslang te bewonen en te bebouwen. Hij moest hiervoor wel een som geld, t.w. fl 700, betalen aan het Huis Ootmarsum en een rosenobel voor de rentmeester, de zogenaamde ‘erfwinning’. In 1772 kocht het echtpaar zich vrij voor 100 rijksdaalder. Een aanzienlijk bedrag, dat mogelijk verklaard kan worden door het grote aantal kinderen dat tevens vrijgekocht werd (bron: H. Dingeldein). Rond 1774 overlijdt Jan.

Uit de Volkstelling 1795 blijkt dat Johanna Toenink op de boerderij woont. Het huishouden bestaat uit 12 personen. Het gaat hier waarschijnlijk om Albertus Tuninck (1759-1812), die in 1788 gehuwd is met Joanna Holtwijk (*1764). Albertus is een zoon van de hierboven genoemde Jan Tueninck en Euphemia Grote Hulst. Mogelijk wonen naast zijn 3 kinderen ook nog zijn ouders, voor zover nog in leven, bij hen in en enkele meiden en knechten.

Gervelman naobers 1832
Erve Toenink en enkele naobers 1832
De boerderij met het kadastrale nummer B276 was in 1832 eigendom van Gerrit Toenink. Hiermee werd bedoeld Gerrit Smidhuis (1788-1846), sinds 1815 de echtgenoot van Gezina Toenink (1791-1839). Zij was de dochter van de eerder genoemde Albertus Tuninck (1759-1812) die in 1812 overleed, twee jaar na aankoop van de boerderij van het voormalige Huis Ootmarsum. Gezina was toen 21 jaar en zal de zorg hebben gehad over haar zes broers en zussen: haar moeder Joanna Holtwijk (*1764) was al eerder overleden.

Smithuis

Gerrit en Gezina kregen 9 kinderen, waarvan er slechts 3 de volwassen leeftijd bereikten. De oudste zoon Albert Smithuis (1818-1890) trouwde in 1856 met Wilhelmina Bulter (1829-1870) en zij kregen hier 4 kinderen, waarvan alleen hun zoon Gerrit Jan Smithuis (1862-1890) volwassen werd. Hij trouwde in 1885 met Gezina Vinke (1861-1939) van erve Tommesboer uit Groot Agelo. Gerrit Jan overleed in 1890 op 38-jarige leeftijd en liet twee jonge kinderen na.

Ribbert

Kadaster B1714Zijn weduwe Gezina Vinke hertrouwde in 1893 met Johannes Ribbert (1867-1933) (van Erve ‘t Ribbert, Vasserweg) waarmee zij nog 4 kinderen kreeg: één dochter en drie zoons.

Het kadaster vermeldt dat in 1890 de boerderij werd herbouwd met het kadastrale nummer B1714. In 1901 werd er verbouwd, waarmee het kadastrale nummer B1753 werd. De gevelstenen vermelden de teksten 1901, JR en GV, wat de suggestie geeft dat de gehele herbouw heeft plaatsgevonden na het overlijden van de eerste echtgenoot Gerrit Jan Smithuis die in 1890 overleed.

Van de kinderen van Johannes Ribbert en Gezina Vinke trouwde zoon Gerrit (1894-1980) met Rika Wigger (1914-1990) en Bernard (1902-1986) met Santje Wigger (1918-2005). Bernard trok bij haar in op het Wiggershoes aan de latere Oppersveldweg 9. Gerrit bleef met zijn vrouw op erve Toenman. Na het overlijden van Gerard in 1980 trekken Bernard en Santje in bij hun (schoon)zuster Rika Ribbert-Wigger op het geboortehuis van Bernard. Bernard overlijdt hier in 1986. Geen van beide echtparen zorgde voor een erfopvolger.

Alberink

Hun knecht Gerrit Alberink (1952-2024), de latere bewoner van Erve Toenman, werd gevraagd het boerenbedrijf voort te zetten. Na het overlijden van Gerrit, heeft zijn neef Roy Alberink, een zoon van zijn broer Henk uit Ootmarsum, de boerderij in 2024 overgenomen.

Rond 2014 is de boerderij afgebroken en zijn daar twee woningen voor in de plaats gekomen: de huisnummers 25 en 27.

De naam Toenman zal niet zo snel verdwijnen in de buurtschap: als die naam wordt genoemd, weet iedereen welke boerderij er bedoeld wordt.

Lees meer in het boek van de BMS: Woar bin ie d’r een van?.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: 24 augustus 2024


2026-06-08 07:24:56