
Aa Broek 5 - voormalig brugwachtershuisje
Deze werkplaats is het laatste overblijfsel van waar ooit het brugwachtershuis stond. 200 jaar geleden lag hier in het Agelerveld nog een heideveld dat eigendom was van de Marke van Agelo. In 1851 verwerft Jan Borghorst (1783-1867), winkelier in Ootmarsum, een stuk heidegrond B1171, dat na zijn overlijden in 1870 deels wordt gekocht door Bernardus Mensink (1834-1883) uit Groot Agelo. Het perceel wijzigt daardoor in nummer B1432. Rond 1883 volgt wederom splitsing en koopt de Provincie Overijssel in verband met de aanleg van het kanaal Almelo-Nordhorn het stuk grond, perceelnummer B1625. De Provincie bouwt hierop in 1888 het brugwachtershuisje.
Kanaal Almelo-Nordhorn

Het kanaalvak van Almelo tot de grens bij Denekamp wordt in 1886 in gebruik genomen. Het laatste gedeelte, de verbinding met het Eems-Vechtkanaal in Nordhorn, zou pas in 1902 gereed komen. Aanleiding voor de aanleg van het kanaal is een verdrag tussen de Nederlandse en Pruisische regering uit 1876, dat gesloten werd omdat men hoge verwachtingen heeft van verbindingen tussen waterwegen in Duitsland en Nederland.
Het zijn met name turfschepen, die de turf halen uit Vriezenveen, Kloosterhaar en omgeving en die de brandstof door het kanaal brengen bij kopers in o.a. Denekamp, Agelo en Ootmarsum. Aanvankelijk varen er ook passagierstrekschuiten door het kanaal, maar het personenvervoer verdwijnt al snel. Tot drukke scheepvaart komt het nooit, omdat bij de voltooiing van het kanaal de schepen al te groot zijn voor het ondiepe kanaal. Rond het topjaar 1912 varen er dagelijks gemiddeld twee schepen door het kanaal. De vrachtschepen vervoeren nog een tijd lang turf, zware bouwmaterialen en later ook kunstmest. Na de ingebruikname van het Twentekanaal in 1953 neemt ook dat snel af.
In juni 1959 rijdt een Deense truck met oplegger tegen de Agelerbrug, waardoor deze ernstig beschadigd wordt en er geen schepen meer onderdoor kunnen. Er wordt besloten de ophaalbrug niet meer te repareren. Wanneer een enkel schip de brug nog wil passeren, wordt een ingewikkelde takeldienst in werking gesteld. In 1960 vaart het laatste (turf)schip door het kanaal,
In 1963 verdwijnt de ophaalbrug, er worden dammen met duikers geplaatst in het kanaal en de weg over het kanaal wordt verbreed.
Brugwachtershuisje
Het brugwachtershuisje, groot 124 m2 met kadasternummer B1706, lag aan de weg van Ootmarsum naar Oldenzaal bij ophaalbrug nummer 10, in de volksmond de Agelerbrug genoemd. Het is aan de brugwachter om de brug te bedienen. Wanneer een schip passeert, moet de brugwachter eerst over de brug naar de andere kant om van daaruit de brug op te trekken of te draaien. Hij krijgt daarvoor vijf tot twintig cent per schip. De mensen of paarden die het schip voorttrekken, lopen steeds aan de noordelijke kant van het kanaal over het z.g. jaagpad.
Rond 1889 trekt de eerste brugwachter, Jans Dooren (1856-1923), met zijn gezin in het huisje. Jans is afkomstig uit Smilde en was voorheen werkzaam als steenfabriekarbeider. Een jaar later al maakt Jans plaats voor Harm ten Napel (1850-1913) uit Dedemsvaart en zijn vrouw Geertje Schepers (1849-1939). Harm blijft vijf jaar brugwachter in Agelo, dan vertrekt hij weer terug naar Ambt-Hardenberg.
De volgende brugwachter is Gerhardus Johannes Damhuis (1868-1915) uit Fleringen. Hij is in 1895 getrouwd met Maria Mulders (1870-1936) en ze krijgen vier kinderen aan het kanaal. Daarna verhuist hij in 1903 met zijn gezin naar Tilligte.

Na het overlijden van Jan Nijmeijer in 1939 komt Gerhard Burink (1909-1964), Burink Gait uit Groot Agelo, als brugwachter op het huisje. Hij trouwt in 1940 met Santje Damink (1916-1992), Burink Santje uit Klein Agelo. Samen krijgen ze 9 kinderen. Al begin jaren veertig treedt Gait in dienst bij de Heide Maatschappij en neemt Santje de functie van brugwachter grotendeels over. De eerste jaren dat zij als brugwachteres waarneemt, is er nog sprake van behoorlijke scheepvaart op het kanaal, maar in de jaren vijftig passeert er nog maar zelden een schip, meestal een turfschip. Rond 1954 krijgt de familie Burink de aanzegging dat zij de brugwachterswoning moeten verlaten, maar ze krijgen de tijd om rustig naar een ander huis uit te zien.
Burink Gait overlijdt in 1964, nadat er al enkele jaren geen scheepvaart meer is door het kanaal. Zijn weduwe Burink Santje en haar kinderen verhuizen in 1966 naar Ootmarsum. Kort daarna wordt het karakteristieke brugwachtershuisje afgebroken.
Herkomst: Herman Steigstra
Datum: 6 oktober 2024


