Opmerking

Brood- en banketbakkerij Brandehof

Gerrit Jan Brandehof

Gerrit Jan Brandehof (1820-1901) kwam in januari 1862 vanuit Denekamp naar Ootmarsum en vestigde zich aan de Markstraat als bakker. Hij was in 1850 getrouwd met Maria Masselink (1821-1874). Er waren op dat moment zeven kinderen en er zouden er daarna nog twee volgen. Gerrit Jan was de zoon van Lambertus Ottinkhof (1785-1861), die getrouwd was met Maria Gesina Fehr (1790-1880), de weduwe van de landbouwer Gerardus Brandehof (1781-1811). De kinderen van Ottinkhof kregen als achternaam de naam van het erf, Brandehof dus.

De bakkerij was tot dan toe eigendom van bakker Herman Lefert Veer (1802-1864), een broer van Maria Gesina Fehr (1790-1880). Hij zou twee jaar later overlijden, dus een tanende gezondheid zal de reden zijn geweest dat Gerrit Jan Brandehof de bakkerij overgenomen heeft van zijn oom.

Na het overlijden van haar man Lambertus Ottinkhof in 1861, verhuisde moeder Maria Gesina Fehr naar Ootmarsum en trok in bij haar dochter Johanna Brandehof (1827-1893), die al woonachtig was aan de overkant: Marktstraat 9. Herman Lefert Veer (1802-1864) was ook eigenaar van deze kruidenierswinkel, die daarvoor door de gezusters Meijer werd gerund.

Lambertus Brandehof

Hun zoon Lambertus Brandehof (1855-1927) heeft later de bakkerij overgenomen. Hij trouwde in 1885 met Johanna Maria Morselt (1862-1892) en ze kregen vier kinderen. Johanna overleed in 1892 op 29-jarige leeftijd, waarna Lambertus in 1893 hertrouwde met Geertruida Maria van den Berg (1852-1927) waarmee hij nog twee kinderen kreeg, die jong overleden.

Alleen de bakkerij leverde in die tijd niet voldoende op en daarom was Lambertus Brandehof ook nog erg actief als agrariër.

Antoon Brandehof

Zoon Antoon Brandehof (1891-1965) werd de volgende bakker. Hij trouwde in 1921 met Marie Bartels (1898-1973). Zij kregen vijf kinderen. Antoon dreef de zaak tot circa 1960.

Ook hij was naast bakker erg actief als agrariër. Achter de bakkerszaak aan de Gasthuisstraat werd in een schuur, de huidige galerie De Gezusters (voorheen Budde Antiek) een veestapel gehouden. Die bestond uit varkens, koeien en één paard. De varkens kwamen veelal van klanten, boeren uit de directe omgeving, die het brood, beschuit en andere producten uit de bakkerij hiermee betaalden. Daarnaast werd de schuur gebruikt voor opslag van brandhout en takkenbossen om de oven mee te stoken. Antoon en Marie Brandehof kregen vijf kinderen, één dochter en vier zonen.

De zaken liepen goed en daarom waren er ook knechten en meiden die de nodige ondersteuning gaven. Van circa 1930 tot de oorlog waren er twee bakkersknechten, te weten Krabbe uit Denekamp en Gerrie Hesseling uit Rossum. Voor de huishoudelijke werkzaamheden waren vanaf circa 1920 tot circa 1950 achtereenvolgens Lies, Truus en Femie Bossink in dienst.

Jan Brandehof

De oudste zoon, Jan Brandehof (1925-2005), besloot na zijn diensttijd om ook voor het bakkersvak te kiezen en nam in 1960 de zaak definitief over, nadat hij zijn vader al 5 jaar had ondersteund.

Jan Brandehof trouwde in 1955 met Siny Poppink (1929-2003) uit Nutter en trok meteen in de zaak. Het brood, roggebrood en beschuit werden met de transportfiets en ’s winters met de hondenslee in de wijde omtrek bij de klanten thuis gebracht. Later werd er op doktersadvies (dokter Wortelboer) een transportbrommer aangeschaft. Dit leidde soms tot vervelende situaties. Vaak waren de beschuiten die in een jutezak aan de fiets zaten, bepist door de honden van de klanten. Niet elke hond heeft dit ongestraft kunnen doen. Tot 1960 bleven Antoon en Marie aan de Marktstraat wonen en verhuisden toen naar de Parkstraat. Uit het huwelijk van Jan Brandehof en Sinie Poppink kwamen ook 5 kinderen: weer 1 dochter en 4 zonen: Paul, Tonnie, Ria, Theo en Wim (1963-2000).

Tot het bezit van de familie behoorde ook de eendenkooi in ’n Brook, Klein Agelo. Eénmaal per jaar kwamen zonen en schoonzoon bij elkaar om hout te zagen in de eendenkooi. Boeren uit de omgeving maakten takkenbossen voor de oven. In de middag werden de heren voorzien van het nodige brood met koffie en thee. Dit werd gebracht door vader Antoon, op de fiets. In de namiddag en avond werd dit hout opgeladen en door Gait van Dieks (Eertman) naar de schuur aan de Putstraat gebracht. Elke dag werd er dan brandhout (takkenbossen) naar de bakkerij gesleept om daarmee de oven te stoken. Door deze situatie was de bakkerij met meel, warmte en andere ingrediënten een eldorado voor veel ongedierte. Ratten, muizen, kakkerlakken en andere ongewenste gasten waren dan ook vaste bewoners van de bakkerij.

Toen er weer eens een rat in de bakkerij gesignaleerd was, zei Antoon tegen zijn kleinzoon, Paul: "too jong, doot de deur is eam ’n dicht". Hij smeet zich met zijn grote lichaam op de knieën voor de trog en dreef de rat onder de trog in het nauw, greep hem met zijn grote handen en kneep het beest dood. Waste zijn handen en ging daarna gewoon verder met zijn bakkersactiviteiten.

Jan Brandehof besloot al snel om alle agrarische activiteiten te stoppen en startte met de verkoop van kruidenierswaren. Begin jaren zestig van de twintigste eeuw werd een bestelautootje aangeschaft, dat al ras werd vervangen door een Volkswagen-bestelbus. Gerard Brandehof, meubelmaker aan de Molenstraat, maakte in de bus schappen waar de kruidenierswaren in konden staan en zo ging Jan bij zijn klanten langs. Dat een bakker in die tijd voor meer zorgde dan het noodzakelijke brood, blijkt uit het volgende verhaal. Jan Brandehof kwam drie keer in de week bij bijna alle bewoners van de Postelhoek en het Springendal.

Zo ook bij Middelhoes Hanna (Veelers). Jan had zaterdags een lege ’greune foezelfleske’ van Hanna gekregen met het verzoek om deze op paaszaterdag te vullen met wijwater. Maar ’s morgens was de zaak vol met klanten die na de kerk nog de vergeten boodschappen kwamen halen en tevens artikelen van de afgelopen week afrekenden, werd er niet gedacht aan het wijwater voor Hanna Middelhoes. ’s Woensdagmiddags toen de Volkswagenbus weer naar de Postelhoek reed, zag Jan de greune foezelfleske van Middelhoes Hanna weer voor het eerst weer in de auto liggen.

Omdat het in "de stille wek" altijd extra druk was moest zoon Paul helpen bij het venten. Hij kreeg opdracht om bij boer Bonnes in de sloot te springen om de fleske met kloar water te vullen. Jan leverde de fles met ’wijwater’ bij Hanna in en zij heeft er niets vermoedend de gehele boerderij mee besprenkeld. Dit ventwerk deed hij tot 1973. In dat jaar kreeg hij een hartaanval en moest zijn werk opnieuw indelen. Al zijn klanten werden bezocht door Sannie Busscher, werkzaam in de winkel en huishouding en door zoon Paul. De situatie werd uitgelegd en aan de klanten werd gevraagd om in het vervolg aan de winkel te komen om daar het brood en kruidenierswaren te halen. De ventactiviteiten werden teruggeschroefd tot alleen de zaterdag.

Theo Brandehof

In 1976 werd de zaak grondig gemoderniseerd en opnieuw geopend door burgemeester Pleers. Midden jaren tachtig gaf zoon Theo aan dat hij wel ’brood’ zag in een toekomst als bakker. In 1987 werd er een V.O.F. opgericht. In 1989 stopte Jan Brandehof en ging Theo samen met zijn echtgenote Carmen Weustink verder met de exploitatie van de bakkerij. De zaken gingen goed en Theo kocht begin jaren negentig een bakkerszaak in Oldenzaal. De focus werd steeds meer op Oldenzaal gericht, waardoor de activiteiten in Ootmarsum sterk achteruit gingen. In 1993, op 1 juli, kwam er een einde aan een bakkersbedrijf dat meer dan 100 jaar veel inwoners van Ootmarsum en omgeving heeft voorzien van brood, banket en kruidenierswaren. Zoon Theo ging nog enige tijd door. In 1993 werd de zaak gesloten

Paul Brandehof



Herkomst: BMS

Datum: ± 1975
2026-04-08 11:06:33