Opmerking

Kapper Toet

Een bekende naam als over het winkelbestand in Ootmarsum wordt gesproken. Bij toeval ontmoetten we op 3 september 2007 de zoon van de kapper, Cor Toet (*1935), toen reeds bijna 50 jaar woonachtig in Australië. Hij was een paar weken op bezoek in Nederland. Hij kon ons een en ander over zijn familie vertellen.

Jan Toet (1907-1977) stamt uit het geslacht Toet, dat zich in de negentiende eeuw in de persoon van Hendrik Toet (1853-1929) (overgrootvader van Cor) in de voormalige papiermolen van Cramer aan de Uelsersdijk vestigde. Hij werd als wasbaas bij wasserij Cramer, later ’t Springendal aangesteld. Hij trouwde met Beertje Knegt (1851-1922) en samen hadden ze twee zoons: Hendrik (1876-1944) en Egbert Toet (1880-1944). Zoon Hendrik trouwde met Hendrikje Oostijen (1869-1966) en dit huwelijk bracht zes kinderen voort. Daarvan werd zoon Jan Toet (1907-1977) de kapper. Aanvankelijk oefende hij het beroep van kleermaker uit, maar schakelde later over op het kappersvak. Bij zijn baas, Burgwal in Almelo ontmoette hij zijn latere vrouw Jansje Boon (1905-1985).

Na enkele jaren besloot het echtpaar een eigen zaak te beginnen in Ootmarsum en kreeg werk- en woonruimte in het pand van Dirk Jan Frowijn (1860-1945) (nu Bakhoes). Als “inzeper” bij het scheren fungeerde Jan Floot.

Het zal rond 1930 zijn geweest dat Jan Toet zijn intrek nam in het statige huis aan de Schiltstraat, naast de r.k. pastorie. Daar had gemeenteontvanger Hendrikus Albertus Jacobus Eekman (1857-1930) gewoond en eveneens Gerard Kerkhof Jonkman (1893-1974), directeur van de Zuivel fabriek Nooit Gedacht.

Een tijdlang verhuurde hij een deel van het pand aan de onderwijzeres juffrouw Femmie Davids (1910-1945) van de hervormde school.

“Vader richtte rechts van de ingang de herensalon in en links een ruimte als damessalon. Het herenkappen bleef echter de belangrijkste bezigheid,” vertelde Cor Toet. In de damessalon werkte ook een zekere Annie IJland.

Cor Toet kwam na de mulo bij zijn vader in de opleiding. “Maar het klikte niet zo best en het was beter dat ik een andere baas zocht.” Die vond hij onder andere in Rijssen.

Over de zaak van zijn vader weet Cor nog te vertellen dat er allerhande producten werden verkocht: kammetjes, zeep, eau de Cologne. Ook Berkenhaarwater, een middel tegen haaruitval. “Mijn vader verkocht ook Jamato Kruidenhaarwater op alcoholbasis,” herinnert Cor zich. De naam was een samenstelling van Jan Marius Toet en hij maakte het zelf.

In 1953 verhuisde kapper Toet naar Meppel. De laatste paar maanden in Ootmarsum was Cor nog behulpzaam in de zaak. Cor zag het uiteindelijk niet meer zitten in Nederland en vertrok naar Australië, waar hij meer dan één kapperszaak bezat.

Het fraaie pand aan de Schiltstraat viel uiteindelijk ten offer aan de slopershamer en moest plaatsmaken voor een vleugel van het bejaardentehuis Huize Franciscus.



Herkomst: BMS

Datum: ± 1953
2026-04-10 01:22:58