
Molen Hazelbekke
In 1841 kreeg Gerardus Hazelbekke toestemming voor een windkorenmolen (grondzeiler) op zijn erf aan de Vasserweg / Roezenberg in Nutter, naast een bestaande watermolen.De molen werd gebouwd met een stenen onderbouw, houten romp en rieten kap.Door gebrek aan opvolgers binnen de familie Hazelbekke werd de molen vanaf 1869 verpacht.
Rond 1870 vestigde Johannes Martinus Bolscher (1829-1907) uit Bornerbroek zich in Nutter en huurde daar van boer Hazelbekke een woning, korenwindmolen en bakkerij aan de Vasserweg schuin tegenover het huidige Restaurant De Witte Hoeve. Hij had drie zoons van wie Johannes Gerhardus Bolscher (1869-1927) erfopvolger werd. Deze trouwde met Berendina Booijink (1877-1963) en het echtpaar kreeg vijf kinderen van wie Johannes Hermannus Bolscher (1905-1993) de molen en bakkerij bleef beheren. In de loop der jaren raakte de molen in verval en nadat in 1950 het huurcontract door eigenaar Hazelbekke werd opgezegd, was het lot van de molen bezegeld.
De oudste zoon Jan Bolscher (1900-1987) trouwde met Sien Hesselink (1901-1981) en bouwde een boerderijtje annex café op de hoek van de Vasserweg en Nutterseweg. Jan Bolscher (1900-1987) kreeg in 1928 tevens de functie van molenaar op de maalderij van de Boerenbond aan de Ganzenmarkt in Ootmarsum. Hij werkte daar maar liefst dertig jaar en verwierf mede hierdoor de bijnaam Mullers Jan.
Zoon Gerrit Bolscher (1928-2009) uit het huwelijk bleef op het ouderlijk huis en trouwde met Annie Bos (1929-1997) uit Agelo. Een andere zoon, Jan Bolscher (1926-1992), trad in het huwelijk met Ria Bekhuis (1930-2016) uit Almelo. Hij werd kassier, later directeur van de Boerenleenbank, Rabobank in Ootmarsum. De bijnaam Mullers Jan was toen eigenlijk al in vergetelheid geraakt.
De molen diende als korenmolen (malen van rogge e.d.) en raakte in verval: in 1925 draaide hij nog met vier wieken, later met drie, twee, en uiteindelijk met een dieselmotor.
De molen verdween uiteindelijk rond 1960
DE BAKKERIJ EN HET BAKPROCES
Familie Bolscher combineerde het molenaarschap met bakkerij, vooral bekend om roggebrood (zgn. "twintigponders", grote zware roggebroden).
Per week werden vier keer roggebroden gebakken, plus op zaterdag "zundaagse" (zondagse) broden, en op hoogtijdagen met krenten/rozinijnen.
Uit één "mud" rogge (ca. 40 broden) werden ongeveer acht broden tegelijk gebakken in een oven met capaciteit van 45 broden.
Traditioneel proces (beschreven door dochter Mini Haarhuis-Bolscher, geboren 1944):Maandag: rogge naar de stad (ABTB-molen in Ootmarsum?) om te laten malen.
Dinsdag: oven opstoken met takkenbossen, deeg maken in grote houten trog.
Deeg kneden met de voeten (trappen) in de trog door de bakker en helpers (broer, oom e.d.).
Deeg rusten, vormen en in de hete oven schuiven.
Broden bleven lang in de nagloeiende oven staan tot het vuur gedoofd was.
Volgende dag: broden met paard en wagen rondventen langs boeren in Nutter, Postelhoek, Springendal, Oud-Ootmarsum e.d.
Bron: Bijnamen in en rond Ootmarsum en verdwenen winkels BMS
Herkomst: BMS
Datum: ± 1940


