










Foto: Herman Steigstra; 2020
Molenstraat 17
In 1832 lag hier een woning die nog ongenummerd was, met de kadastrale aanduiding A228 en was eigendom van Adolph Keijler (1762-1830). Na zijn overlijden in 1830 werd de woning eigendom van de winkeliersche Gerharda Cramer (1795-1874). De woning werd bewoond door Everwinus Hulshof (1809-1886), in 1840 getrouwd met Jansje Witzand (1818-1879).
Tegenwoordig bestaat het oorspronkelijke perceel weer uit twee kadastrale nummers: links is B431 en heeft de huisnummers 13 en 15, rechts is het B703 met als huisnummer 17.
Kamphuis
In 1869 wordt het perceel verkocht aan de broodbakker Johannes Kamphuis (1833-1874) die in 1832 was getrouwd met Anna Catharina Smudde (1849-1916). De woning werd gesloopt en er werden twee woningen voor in de plaats gebouwd met de kadastrale nummers A1640 en A1641. In 1874 overlijdt Johannes, zijn weduwe Anna Catharina Smudde (1849-1916) hertrouwt in 1876 met de in Oldenzaal wonende arbeider Willem Spit (1849-1889) en het gezin vertrekt op de huwelijksdag naar Oldenzaal.
Nadorp
De in Denekamp geboren en wonende broodbakker Johannes Frederikus Nadorp (1849-1916)wordt de nieuwe eigenaar van de woningen. Hij was in 1877 getrouwd met Euphemia Maria Knippers (1855-1912). Het echtpaar kreeg hier 8 kinderen. In 1896 worden de woningen samengevoegd tot 1 pand onder het nieuwe kadastrale nummer A2089.
In 1908 gaat het pand in eigendom over naar hun oudste zoon Hendrikus Nadorp (1877-1969). Hij werd ook bakker en trouwde in 1915 met Hendrika ter Haar (1887-1956).
In 1924 werd de woning herbouwd en kreeg nu als officiële bestemming huis en bakkerij. In 1943 brandde de bakkerij af en kreeg als tijdelijke bestemming schuur en werd uiteindelijk 1948 ook gesloopt.
In 1952 wordt hier weer een bakkerij gebouwd met het kadastrale nummer A2883.
Het echtpaar Nadorp krijgt drie dochters. De dochters Marie Nadorp (1916-2005) en Riet Nadorp (1926-1992) worden de nieuwe eigenaren en in 1964 wordt de oudste dochter Marie de nieuwe eigenaar. Zij trouwde in 1953 met de bakker Frans Wientjes (1926-1994). Marie kreeg als bijnaam "Marie van de bakker".
In 1985 wordt het perceel weer gesplitst. Links wordt nummer B431 en krijgt de huisnummers 13 en 15. Het wordt gekocht door de chauffeur Ben Eertman (1921-1997), in 1954 getrouwd met Willy Hoekstra (1924-2015).
Het rechterdeel krijgt op dat moment het kadastrale nummer B430 en huisnummer 17. Het blijft eigendom van Frans Wientjes en Marie Nadorp.
Tekst: Herman Steigstra
Foto: BMS; 4 november 1984
Molenstraat 1984
Foto: BMS; 1942
Bakkerij Nadorp / Wientjes
De bakkerij van Nadorp lag gunstig voor de mensen die vanuit Vasse, Ootmarsum binnenkwamen. Op de kadastrale kaart van 1829 is op deze plek nog geen bebouwing te zien. In het midden van de negentiende eeuw zien we voor het eerst een boerderijtje met annex bakkerij op deze plaats. In het begin van de twintigste eeuw werd de bakkerij/boerderij opgekocht door Hendrikus Nadorp (1877-1969) uit Denekamp, die bakker was van beroep. Hij begon naast het bakken van roggebrood, beschuit en gebak ook met het bakken van brood, "grieze stoet en plaatstoet". Aangezien de bakkerij iets buiten de kern van Ootmarsum lag, had hij weinig klanten in de stad, maar daarentegen veel klanten uit Nutter, Hezingen en Oud Ootmarsum. In 1914 trouwde Hendrik Nadorp met Hendrika ter Haar (1887-1956) uit Zenderen. Zij was zuinig en een goede zakenvrouw. Al spoedig werd de winkel van de bakkerij uitgebreid met toentertijd de meest gangbare kruideniersartikelen, zoals suiker, zout, thee, koffie, maïzena en zeepproducten. Na de zondagse kerkgang legden de boerinnen bij Nadorp aan voor de wekelijkse inkopen en ze betaalden de rekeningen. Tegelijkertijd werden ze op de hoogte gebracht van de nieuwtjes van de afgelopen week.
De bakkersovens werden gestookt met takkenbossen. Deze werden in het najaar en in de winter door de bakker zelf gemaakt, maar ook vaak gekocht van boeren. Een takkenbos kostte ongeveer 5 cent. Elke bakker had voor een half jaar aan takkenbossen naast zijn bakkerij opgeslagen.
Brand
Door onachtzaamheid van een bakkersknecht brak in de winter van 1940-1941 brand uit in de bakkerij. De oven was oververhit geraakt. Het gevolg was dat de hele bakkerij en een groot gedeelte van het woonhuis afbrandden. Bakker Nadorp ging niet bij de resterende takkenbossen neerzitten. In hetzelfde jaar werd reeds begonnen met de bouw van een winkel- en woonhuis met aanliggende schuur. Dat er in de voorgaande jaren goed gewerkt was, kon je zien aan het prachtige nieuwe pand. Het was voor die tijd een enorme verrijking voor de Molenstraat. In het pand kwam de eerste machinale bakkerij, de eerste oven die op olie kon worden gestookt. Het machinale deel van de bakkerij bestond uit twee elektrisch aangedreven deegtroggen, een voor het roggebrood en een voor het andere brood. Dit was werkelijk een innovatie in de bakkerswereld van Ootmarsum. Maar goed voorbeeld doet goed volgen en weldra hadden alle bakkers uit Ootmarsum zijn voorbeeld gevolgd. Geen bakker wilde nog langer met blote voeten in de deegtrog ronddanssen.
Wientjes
Hendrik Nadorp en zijn vrouw Hendrika kregen drie dochters: Marie (1916-2005) en Riet (1926-1992); een derde dochter overleed al na twee maanden. Het bakkersbedrijf liep voorspoedig en het arsenaal aan kruidenierswaren werd gestaag uitgebreid. Dochter Marie was voorbestemd om de bakkerij/winkel over te nemen. Riekie ging naar de kweekschool bij Nijmegen (vooral voor dochters uit de middenstand) en werd gegoede middenstand. Het was nu de taak voor Hendrik en Hendrika een goede bakker te vinden, die het bedrijf wilde overnemen. Aan kandidaten geen gebrek. Er waren in Ootmarsum rond 1950 ongeveer tien bakkerszaken. Dus genoeg kandidaten die met Marie het bedrijf wilden voortzetten. De uiteindelijke keus viel op Frans Wientjes (1926-1994), zoon uit een gerenommeerde bakkersfamilie uit Ootmarsum.
Frans Wientjes en Marie Nadorp trouwden in 1952. De bakkerij/kruidenierswinkel floreerde tot ongeveer eind jaren 1960. Het was nu de tijd dat fabrieksbrood zijn intrede deed. Door hevige concurrentie moesten vele bakkers overal in het land, dus ook in Ootmarsum, hun bedrijf sluiten. Frans Wientjes vond een parttime baan in een groot bakkersbedrijf in Almelo en verkocht tevens het daar gebakken en verkochte brood vanuit zijn winkel aan zijn vroegere klanten. Dit waren moeilijke jaren voor vele zelfstandige bakkers.
Frans en Marie kregen 3 kinderen: Henk, Marjan en Jos. Toen de kinderen van Frans en Marie aan het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw te kennen gaven niets in het bakkersvak te zien, werd besloten om volledig met de bakkerij te stoppen. Frans nam een fulltime baan bij de grootbakker, maar Marie hield de winkel nog wel een tijdlang aan. Na het overlijden van Frans werd het pand aan de overbuurman verkocht en het boerderijgedeelte werd omgebouwd tot een woonhuis. Tot aan haar dood heeft Marie hier gewoond. De kinderen hebben Ootmarsum verlaten en hebben zich elders in het land gevestigd.
Tekst: Jos Wientjes & Toon Bökkers
Foto: BMS; 1942
Molenstraat 1942
Woning en winkel bakker Hendrikus Nadorp (1877-1969) en zijn vrouw Hendrika ter Haar (1887-1956).
Tekst: Herman Steigstra
Foto: BMS; 1940
Bakker Nadorp
Foto: BMS; 1935
Molenstraat 1935
Woning en winkel bakker Hendrikus Nadorp (1877-1969) en zijn vrouw Hendrika ter Haar (1887-1956).
Tekst: Herman Steigstra
Foto: BMS; 1935
Molenstraat 1935
Woning en winkel bakker Hendrikus Nadorp (1877-1969) en zijn vrouw Hendrika ter Haar (1887-1956).
Tekst: Herman Steigstra
Foto: Heemhuis; 1930
De koe als trekdier
Nog lang gebruikten veel Ootmarsummers niet alleen de os maar ook de koe als trekdier. Dat is hier te zien in de Molenstraat, waar de oude Hendrikus Nadorp (1877-1969) en zijn vrouw Hendrika ter Haar (1887-1956) een voer mest opladen voor het land. Rechts is nog het winkeltje te zien. Nu woont daar Frans Wientjes (1926-1994), getrouwd met een dochter van Nadorp: Marie Nadorp (1916-2005).
Tekst: G. Klaas




