Hans Oude Rengerink: Speurtocht bij Agelo
WERKGROEP ARCHEOLOGIE-GEOLOGIE
We stellen U even deze jonge splinternieuwe werkgroep voor: Hans Oude Rengerink, Adam Haarhuis, Huub Oude Luttikhuis, H. Eweg en leider/rapporteur is H. Oude Elberink.
Deze groep vond honderden fosforieten op de Kuiperberg met daarin vele fossielen. Er is een onderzoek begonnen naar de exacte bouwplaats van de Commanderie. Ook zoekt ze naar voorhistorische stenen gebruiksvoorwerpen op akkers. Hier volgt het verslag van zo’n tocht.
SPEURTOCHT BIJ KLEIN AGELO
Op een ijzigkoude zaterdagmorgen stappen vijf mensen van de werkgroep na een kop koffie in de auto. Doel is het gebied ten zuiden van Klein Agelo, vlak bij het kanaal Almelo-Nordhorn. In dit gebied zijn reeds verscheidene laat-paleolitische vondstconcentraties bekend, maar er komt elk jaar bij het ploegen en andere werkzaamheden, weer nieuw materiaal aan de oppervlakte.
Na enig rondrijden wordt de aandacht gevestigd op ’n veldje dat pas is geploegd en ± een halve hectare groot is. Er bevindt zich een duidelijk zichtbare zandrug; dit zijn meestal hele interessante plekken. De auto stopt en nadat na enig speurwerk de eigenaar is gevonden en toestemming is gevraagd, lopen er vijf man rond te neuzen. Een uurtje later is het al weer gebeurd en totaal verkleumd kruipt men weer in de auto, een zak met vuurstenen rijker.
Eenmaal thuis gekomen is er al weer koffie en wordt de zaak afgespoeld om daarna te worden uitgezocht. Vooral op de flanken en aan de zijkanten daarvan zijn in totaal 37 stuks vuursteen gevonden. Op het eerste gezicht is er voor een leek niet veel te zien, maar wie goed kijkt, ziet, dat er allemaal sporen van menselijke bewerking aan te zien zijn. Er zijn afslagen, klingetjes, kernstukken en andere vuursteenbewerkingsmaterialen bij. De hele hoop wordt, na veel geschuif, verdeeld in drie groepen:
1. bewerkingsafval 31 st.
2. kernstukken 4 st.
3. werktuigen 2 st.
ad.1. Het bewerkingsafval bestaat, net als het andere materiaal uit een grote verscheidenheid aan vuursteensoorten: meest noordelijke vuursteen. Er zijn grove brokken, tot ± 5 c.m. bij, evenals kleine millimetersgrote stukjes. Hierbij ook een flink aantal klingetjes.
ad.2. De kernstukken zijn zo’n 4 tot 5 c.m. groot en vertonen allemaal afslagnegatieven. Dit zijn de resten van de oorspronkelijke vuursteenknolletjes, die over zijn gebleven na bewerking.
ad.3. Er zijn slechts twee werktuigen bij:
= Een klingetje van 34 mm lang en 15 mm breed. Aan beide zijkanten bevindt zich een kerf. Wat de functie hiervan is geweest, is moeilijk te zeggen.
= Een schrabbertje op een cortexafslag¹. Onregelmatige driehoek, lengte 23 mm. Breedte bij de schrabbenretouche² 20 mm.
Op uiterlijke kenmerken bezien, biedt dit materiaal geen enkel houvast voor een datering. Het kan zowel laat-paleolitisch, mesolitisch als ook neolitisch³ zijn. Toch gaat het hier naar alle waarschijnlijkheid om laat-paleolitische vondsten van de Federmesser cultuur, uit het Allerød interstadiaal⁴ van ± 11800 – 10200 B.P. (voor heden).
Vergelijkbaar materiaal dat wel in die tijd gedateerd is, is op grote schaal in deze omgeving gevonden, waaronder ook op de plek waar dit materiaal is gevonden. Dit en de ligging op een gordeldekzandrug ondersteunen de datering van ons materiaal.
Noten:
¹ Cortex is natuurlijke oppervlakte van een vuursteenknol en is meestal grijs-geel-wit en ruw van oppervlak.
² Retouche zijn de bewerkingssporen die na het maken van de afslag, bij de vervaardiging tot werktuig, zijn ontstaan.
³ Respectievelijk Oude-, Midden– en Nieuwe steentijd.
⁴ Een interstadiaal is een warmere periode in een ijstijd. De Allerød fase valt in het Weichseliën, de laatste ijstijd.
H.O.R.
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1986, pagina 31: Hans Oude Rengerink: Speurtocht bij AgeloDit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1986 →

