Henk Frons: De holenduif

Tijdens de jaarlijkse controle van vogelkasten blijkt iedere keer weer dat menselijke gedachten omtrent een ideale vogelkast nooit volledig met de ideeën van onze gevleugelde vrienden overeen komen.

Regelmatig treffen we kauwtjes aan in bosuilenkasten en boomklevers metselen net zo lang tot een nestkast geheel gerenoveerd is. En wat denkt U van een kleine bonte specht in een mezenkast?

Bij de controle van kerkuilenkasten is het bijna altijd zaak dat deze “gekraakt” zijn door de holenduiven. De woningnood, die bij deze vogel heerst, heeft hem genoopt, om konijnenholen en uilenkasten als woonoord te kiezen. Hij zou liever zijn kroost in een holle boom groot brengen, maar waar vindt men die tegenwoordig nog. De holenduif is kleiner dan zijn neef, de houtduif. Hij heeft een grijs verenkleed met zwarte vlekken op de vleugels. Verder bevindt zich in de nek een groenige vlek, die prachtig metaalachtig glanst.

Aan de nestbouw wordt zeer weinig aandacht besteed. In het gunstigste geval wordt het een onderlaagje van wat dode twijgen of dorre plantedelen. Hierop komen de twee glanzend witte eieren te liggen, die door beide vogels ruim twee weken worden bebroed.

Als de jongen zich uit de porseleinen schalen hebben gewurmd, kan men ze met de beste wil van de wereld niet het predikaat “mooi” geven. Niettemin zijn de ouders wat trots op het kale, blinde tweetal en zij stoppen het vol met duivenmelk. Dit is namelijk het eerste voedsel voor de kleintjes.

Als de jongen na ongeveer een maand uitvliegen wordt er door de ouders nog een tweede en vaak ook een derde broedsel groot gebracht. De productie is dus zeer behoorlijk.

In maart kan men soms al nesten aantreffen, wat vrij vroeg is, maar ook nog wel in de maanden september en oktober.

Duiven eten harde onkruid- en andere zaden. Hun snavel is echter niet hard genoeg om ze eerst uit de zwaar te verteren bolsters te pellen, zoals andere zaadeters dat wel plegen te doen.

Om water te kunnen opnemen drinkt een duif op een heel eigenaardige manier. Hij zuigt het water op doordat hij de spleetvormige neusgaten met vliezen kan afsluiten. De meeste vogels scheppen het water op en gooien dan de kop achterover om de vloeistof naar binnen te laten glijden. Let maar eens op een drinkende kip.

Het gekoer is tamelijk eentonig; wel moet U er aan denken dat duiven met gesloten snavel zingen!

Holenduiven zijn zowel stand- als trekvogels. Onze broedvogels blijven hier in de wintermaanden wel rondhangen, maar krijgen niet zelden visite van troepen uit noordelijke gebieden.

H. Frons

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1987, pagina 14: Henk Frons: De holenduif

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1987 →
Henk Frons: De holenduif
2026-10-24 04:02:56