Gespook in de schöppe
WERKGROEP BUNDELING OUDE VERHALEN.
De activiteiten waren: het bezoeken van enige inwoners, het interviewen en het opnemen op de band. We hebben twee keer een herhalingsgesprek gehad om gegevens te verifiëren. We hebben betreffende deze zittingen vergaderd.
We hadden een schema gemaakt, dat nu enigszins gewijzigd moet worden, omdat de onderwerpen langs andere kanalen zijn gepubliceerd. Verder hebben we gekozen voor die verhalen, die spelen in het verleden, enerzijds nog levend onder de bevolking maar die dreigen vergeten te worden. Wij hebben begrepen dat hier enig archiefonderzoek voor nodig is.
Tenslotte is er een spookverhaal opgetekend, dat op de band was opgenomen en voor de leesbaarheid (en omdat we niet kundig zijn op het gebied van de Twentse spraak) in Nederlands op rijm gezet waar dat mogelijk was en ook weer zonder Twents te verwaarlozen. Dichterlijke vrijheden zijn er wel.
Het is verteld door dhr. Tenniglo, die ’t had gehoord van dhr. H. Voorpostel.
GESPOOK IN DE SCHÖPPE
Kom leu, zet oe um het losse vuur,
Dan ga ik een verhaal vertellen,
Maar blijf niet staan bij plaats of uur;
Wie het aandurft kan mij vergezellen.
Aan de weg naar Oldenzaal
Woonde eens een grote boer;
Hij had een knecht en houten schoer (schuur)
Waar hoog het hout lag opgetast,
Het was gestapeld en lag vast….
Had de knecht daar met de meid gevreeën,
Of was het iets aans wat ze deeën?
In de wilde herfst als de uilen riepen
En stormen over de akkers zwiepen,
Als het langzaam donker en mistig wordt
Had de vrouw in de keuken hout tekort.
”Dat möt ie miej ees efkes doon”.
En de knecht is naar de schoer egaon,
Zoals de boerin hem had gelast,
Want het hout lag d’r zo opgetast.
Hee döt de deur los en mèt,
Rezen ziene hoore onder ziene pet:
Een hout zo hard zo groot, een blok,
Slaat hem in het gezicht en op zien’n kop.
Het was een gespook daar in het roond,
Alsof de duvel zelf daar woont.
De knecht vlucht weg de delle op.
”Boer, boer, het spookt hier in de schöp”.
De boer dach, ”ik goa ees effn kiekn,
Noe kan ik zölf het vuur anstriekn;
De knecht hef misschien een glääske op
Of het mankeert hem in zien’n kop”.
Meer met dat hee de deur inging,
Daar dreunde zwaar het zwarte ding,
Als lag het daar al op de loer,
Op het hoofd van ….. de boer.
Nu moest raad worden gegeven,
Want zo’n duvel in de schuur
Kan alleen door hogere macht verdreven.
Zo kwam mijnheer pastoor, verheven,
Met wijwater en huisgezegen.

Maar het kruusken dat zij vrommig sloegen
Was niet genoeg: mijnheer pastoor, op het hoofd geraakt,
Heeft zich met spoed uit de voeten gemaakt,
Maar wijs bleef hij nog in zijn raad:
”Veur het breken van die duvelsbaan,
Gao mer naor Zenderen op an,
Ik ben tenslot geen kop van jut,
In Zenderen is het zwaor geschut.”
En angstig werd toen afgewacht
Wat of dit alles verder bracht.
De paters, twee was wel genoeg,
Eén, die de zak al bij zich droeg.
Beval met klem en keer op keer;
”Gao in de zak en kom nich weer”.
Daar had men uiteindelijk wat men wou,
het vreemde ding in zak met touw;
En zwaor dat het was, men kon het weten,
Om het naar de es te slepen moest men zweten.
De paters hebben een plek gewezen,
Misschien nog een gebed gelezen:
”Hier, graaf zo diep je kunt een graf
En blijf er dan voor altijd af.
Zorg dat de zak gesloten blijft,
Of regen over de es heen drijft,
Of dat het stormt of zonne schijnt,
Ik wil dat het voor goed verdwijnt.”
Zao wörd’n zegt en ok edaon,
Men is subiet aan het werk egaon.
Men groef een gat, daarop een steen.
Zodat het ding voorgoed verdween.
En om het nog compleet te maken
En er gewis van af te raken,
heeft men er pöppels op gepoot,
Wat wel de veiligheid vergroot.
Dus niet alleen om de es te sieren
Ontstond een bos met populieren.
Toen nogmaals zei de pater hijgend
En hief zijn hand ten hemel, dreigend;
”Laat nooit, wat of dit ook mag kos,
Dit ding van onder de stenen los.”
Wat leert ons lezers dit verhaal?
Ik denk dat ik het goed vertaal:
Wie alle bomen om wil zagen,
Moet zelf maar de gevolgen dragen,
Want essen zonder boom of bos,
Daar is gewis de duvel los.
Werkgroep
Bundeling oude verhalen.
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1988, pagina 14: Gespook in de schöppeDit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1988 →

