Wie kent ze nog: De Dodensprong

Oude liedjes en gedichten

Onder het motto “Wie kent ze nog?” zullen we in ons Jaarboekje Heemkunde een plaats inruimen voor liedjes en gedichten van vroeger. We willen op deze wijze laten zien, waarover onze (voor-) ouders vroeger zoal zongen.
Maar we hebben hiermee ook een ander doel voor ogen. We willen, waar dat mogelijk is, graag nog meer van die liedjes en gedichten verzamelen.
Daarom roepen wij iedereen op om contact met ons op te nemen, als u in het bezit bent van liedjes en gedichten “uit grootmoeders tijd”. Op deze wijze kan er een mooie verzameling ontstaan en gaan die kostbaarheden van vroeger niet verloren.
We denken daarbij aan alle soorten liedjes, rijmpjes, gedichten, speel- en slaapliedjes enz. enz.
U kunt contact opnemen met een der redactieleden van dit jaarboekje.
Ter kennismaking volgt hier het eerste liedje. Het moet gezongen zijn in het begin van deze eeuw. (Wie kent de melodie?).

Ben Morshuis

De dodensprong

Zij waren artiesten die beiden
Bedrukt onder de zorg van het vak
Zij hoopten op betere tijden
Gehuisvest hoog onder het dak

Hij draaide zijn salto’s zo prachtig
Zij zong hare lied’ren zo blij
Hij was als van staal, jong en krachtig
Een vrouwelijk schoonheid was zij.

Geluk in het vak was verdwenen
Hij kreeg geen enkel engagement
Niets had hij meer om te belenen
Zo’n tijd had hij nimmer gekend
Zijn vrouwtje zag hij toen verkwijnen
Daar het nodige haar steeds ontbrak
De geluks zon zij wou niet meer schijnen
Voor die twee daar hoog onder een dak.

In wanhoop tot het uiterste gedreven
Heeft hij zich een waagstuk bedacht
Hij sidderde nooit voor zijn leven
Maar vertrouwde steeds op zijn kracht
Een dodensprong wilde hij gaan maken
Uit de nok van het circusgebouw
Misschien maakte hij goede zaken
Het was voor zijn kwijnende vrouw.

De zaak is in orde gekomen
Het contract is getekend, dus klaar
Direct heeft hij voorschot genomen
Om toch iets te kopen voor haar
Hij kocht haar van alles, ook bloemen
En sierde de kamer er mee
Voor het eerst kon hij zich noemen
Geslaagd en gelukkig, tevree.

De directie kon zich geluk wensen
Op de avond van die grote dag
Het plein stond zwart van de mensen
Rijtuigen van allerlei slag
Men verdrong zich voor de loketten
Emoties werden nagejaagd
Zelfs buiten verkocht men biljetten
Voor een mens die zijn leven hier waagt.

De voorstelling is aangevangen
Nu gaat er alles kalm voorbij
Dan wordt de trap uitgehangen
De held van de dag die was hij
Wat treedt hij gestadig naar boven
Wel bewust van hetgeen wat hij doet
Een daverend applaus laat zich horen
En dankend brengt hij zijne groet.

 

Dodensprong
AI-impressie gebaseerd op de tragiek van het gedicht
(dit deel niet zingen)
Hij werkt zich op tot in de nok en met zijn handen samengevouwen staat hij boven op de brug. Maar door het licht der reflectoren heeft hij het aangebrachte doek uit het oog verloren en verpletterd stort hij neer.

Zij was als verpletterd van smarten
Toen men het vertelde aan haar
De dood brak haar het harte
Zij zakte van smart in elkaar
Hij werd door de armen begraven
Alleen door zijn vrouwtje betreurd
Toen zag men de paarden weer draven
In ’t circus of er niets was gebeurd.

Zijn vrouwtje kan niet meer wenen
Ook denken dat kan zij niet meer
Maar eensklaps was ze verdwenen
Op het kerkhof vindt men haar weer
Gestorven door smart niet te noemen
De grond nog bedenkt door haar vocht
Haar handen omklemden de bloemen
Die hij voor het laatst had gekocht.

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1990, pagina 53: Wie kent ze nog: De Dodensprong

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1990 →
Wie kent ze nog: De Dodensprong
2026-10-24 03:28:03