Waarom geen Stoomtram Maatschappij Ootmarsum gedenkjaar?
Onze oud-voorzitter, D. Nierop is de Stichting Heemkunde nog niet vergeten. Van hem ontvingen we bijgaand verhaal als bijdrage voor ons jaarboekje.
In Nederland hebben gedurende de vorige eeuw (sedert 1839) vele spoorwegmaatschappijen bestaan en het is dan ook pas sinds 1 januari 1938 dat de laatste twee overgebleven organisaties, de Staatsspoor en de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij samensmolten tot de Nederlandse Spoorwegen N.V.
Maar waarom heeft U dan nooit gehoord van de intercity naar Siepelstad of van een tekort op de exploitatierekening van de “Regge & Dinkel Spoorwegen?” Alleen op mijn zolder kunt U een 16,5 mm miniatuurspoorweg aantreffen, die aan vervlogen tijden in het Noordoosten van Twente doet denken, de “Seaple City & Dinckel Creek Railroad”.
Toch heeft het niet ontbroken aan vele goedbedoelde pogingen om Ootmarsum aan een railverbinding te helpen. Dat was o.m. in de jaren 1867, 1882, 1890 en 1908. Alleen van 1903 tot 1936 kon men in Ootmarsum bij de juiste windrichting een stoom- en olielucht opsnuiven van de Nederlandsch-Westfaalsche Stoomtram Mij, die van Gronau via Oldenzaal naar Denekamp liep. Van deze lijn zijn hier en daar in het landschap nog kenmerken aanwezig. Een uitgebreid artikel hierover verscheen in Tubantia van 31 december 1981.
In 1888 is de rechtstreekse verbinding van het Westen en Duitsland via Almelo – Hengelo – Oldenzaal tot stand gekomen. Waarschijnlijk is dit aanleiding een comité te vormen, die probeert een tramverbinding tussen Almelo en Ootmarsum/Denekamp van de grond te tillen. Dit comité bestaat uit de Heren H. Ledeboer, G. Hagedoorn en N. Snel uit Almelo, H.A. Kaufman, J.W\.Th.T. Essink en J.H. Vos uit Tubbergen en uit Ootmarsum de Heren Mr. W\.J. Engels, v. Beverforde, G.H.J. Bloemen en J.K. Oosterwijk.
In de loop van het daaropvolgende jaar is men druk met het vastleggen van het traject, opstellen begroting, subsidie- en concessie-aanvragen.
In de trajectbeschrijving wordt ook melding gemaakt van het koffiehuis “De mooie vrouw”, dat dus zeker ouder is dan 100 jaar.
Voorkeur heeft de lijn via Albergen en Fleringen en niet via Tubbergen, omdat deze lengte 18,5 km bedraagt – via Tubbergen 20 km – en er in Fleringen een cichoreifabriek staat, die vracht zou kunnen opleveren.
De Firma Bendien & Zonen te Almelo is bereid gedurende 20 jaar een subsidie van fl. 200,- (later fl. 150,-) p. jaar te verstrekken.
De lijn zal lopen van Station Almelo door de Spoorstraat, over de brug van het kanaal Almelo – Zwolle en de dijk langs dit kanaal tot de brug over het kanaal Almelo – Nordhorn. Dan de brug over en de kanaaldijk volgen tot aan de grintweg in Tubbergen.
Men denkt nodig te hebben: 3 locomotieven, 3 personenwagens, 2 open en 2 gesloten goederenwagens (1 met postcompartiment) en 2 veewagens.
De totale kosten worden geraamd op fl. 188.000,-.
Alles wordt in een keurig prospectus uiteengezet.
Er is nog advies ingewonnen bij de Heer v. Dedem, die de Dedemsvaartse Tramweg Mij exploiteert.
De Gemeenten Almelo, Tubbergen en Ootmarsum zijn voorzichtiger; zij laten belangstelling blijken, stellen voorwaarden maar zeggen geen subsidie toe. Denekamp haakt direct af.
De subsidieaanvraag wordt in de Almelose Gemeenteraadsvergadering van 9 januari 1890 behandeld. Een verslag hiervan vinden we in een bijvoegsel van de Twentsche Courant van 15 januari 1890. Waarschijnlijk is dit het Waterloo van het gehele plan geworden.
Vele raadsleden onder aanvoering van de Heer H. ter Bracke zijn er op tegen. De voordelen zijn voor Tubbergen en Ootmarsum; de nadelen voor Almelo. Was er een echte Spoorweg naar Duitsland gepland, dan had men geen bezwaar gehad. De vertegenwoordiger van de toenmalige Kamer v. Koophandel zei, dat deze instantie er wel voordelen in zag, maar de arme man werd onmiddellijk neergemaaid met de opmerking, dat bedoelde vergadering maar slecht bezocht was geweest.
Ootmarsum moest eerst maar eens het onderhoud plegen aan de grintweg Ootmarsum – Almelo, want daarin waren ze knap nalatig geweest.
Voordat het Gemeentebestuur een subsidie zou toezeggen moest Ootmarsum niet alleen erkennen, maar ook waarborgen geven, dat de grintweg verbeterd zou worden, want de aanleg van een stoomtram zou geen vermindering van onderhoud betekenen voor die grintweg.
Het Bestuur zag de bui duidelijk hangen en hield de boot af. Men had geen voldoende inzicht in de kosten, te weinig technische gegevens en eerst moest de grintweg op rekening van Ootmarsum verbeterd worden, anders kwam er geen subsidie. Dit voorstel werd aangenomen met 8 tegen 2 stemmen; één tegenstemmer stemde tegen, omdat de eisen niet ver genoeg gingen……. Merkwaardig is, dat Tubbergen niet genoemd wordt.
De concessieaanvraag van Joh. Daniel de Bock, brandassuradeur te Gouda in 1882, liep ook op niets uit. In diens ontwerpvoorwaarden met 20 artikelen dd. 23.9.1882 staat: “De rails loopt van de Markt (Ootmarsum) naar de weg op Denekamp, tot aan de school en langs de school op de weg v. Hardenberg door de Binnen Esch tot aan de Westelijke grens der Gemeente.” Hij vraagt een subsidie van fl. 800,- p. jaar en vrijdom van alle tollen.
Het ging zowel om de verbinding Ootmarsum – Almelo als om Ootmarsum – Oldenzaal.
Verder ligt er een concessieaanvraag van een zekere Heer P. Stornebrink dd. 20.4.1896 voor een stoomtram Almelo – Tubbergen – Ootmarsum – Neuenhaus. Hierover is niets bekend; de grintweg was zeker nog niet verbeterd.
Op 15 februari 1908 vragen de Heren H. Ledeboer en J.A. Roessingh Udinks aan Gedeputeerde Staten v. Overijssel een kruising te mogen maken in de steenslagweg Almelo – Ootmarsum – Denekamp voor een stoomtram Almelo – Denekamp, hetgeen duidelijk op nieuwe plannen wijst.
H. Ledeboer is ongetwijfeld een doorzetter geweest. Hoewel de vergunning werd verleend, is de kruising er nooit gekomen.
Helaas moeten we vaststellen, dat 100 jaar later een adequate openbare verbinding tussen Almelo en Ootmarsum nog steeds tot de vrome wensen behoort.
Mag ik daarom mijn “Seaple City & Dinckel Creek RR” aanbevelen?
D. Nierop
Dalfsen, februari 1990
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1990, pagina 56: Waarom geen Stoomtram Maatschappij Ootmarsum gedenkjaar?Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1990 →

