30 Joar Poaskearl

In Ootmarsum wordt men voor een periode van 4 jaar tot poaskearl gekozen. Men mag dan niet getrouwd zijn en men moet in Ootmarsum zijn geboren. In Nutter is dat anders. De heer Hennie Nijhuis (1932-2006) (Biel’n Hennie) aan de Nutterseweg vertelt hoe hij samen met Bennie Poppink (1930-2003) (Lopp’n Beand) 30 jaar poaskearl is geweest in Nutter.
De buurtschap Nutter begint aan de Vasserweg op het eind van de gemeentegrens Ootmarsum bij boerderij Oude Vrielink (Batsboer). Links er van is het Lädderke de grens en rechts is de Nutterse school de laatste die er bij hoort.
Eigenlijk was Hennie Nijhuis geen poaskearl van Nutter maar van Nieuw Engeland. Dit is een gedeelte van Nutter. Het andere deel van Nutter had zijn eigen poaskearls en eigen paasvuur. Helaas is dit al lang verleden tijd en het paasvuur van Nieuw Engeland heet nu het paasvuur van Nutter.
De heren Nijhuis en Poppink volgden in 1960 Bernard Steggink (1915-1994) (Hutten Bats) en Ben Veelers (1932-1997) (Lois Beand) op als poaskearl. Voor zover de heer Nijhuis weet waren deze twee al heel lang poaskearl. Wie dat voor hen was is bij hem niet bekend.
De taak van de poaskearl in Nutter bestaat uit de zorg voor een mooi paasvuur. In de beginjaren vertelt Nijhuis was het wel eens een probleem om -net als in Ootmarsum- drie wagens met paarden bespannen te krijgen. De twee poaskearls namen zelf hun paard met wagen mee en moesten nog een paard er bij zien te krijgen, want 1 paard kon de vracht niet trekken. Om een derde wagen met twee paarden te vinden was soms een hele opgave, aangezien menige boer een uitvlucht had om zijn paard en wagen niet af te staan. De derde wagen werd op toerbeurt bij de boeren in Nutter gevraagd.
Om 13.00 uur verzamelden de buurtbewoners zich op het erve de Biel. Dit gebeurde ook al voordat H. Nijhuis poaskearl was. Op elke wagen zaten minstens 10 personen, zodat men met een vrij grote groep er op uit trok om de wagens vol te pakken. De meisjes en vrouwen mochten niet mee. Dit is pas de laatste jaren veranderd.
Een vaste plaats om het hout op te halen was er niet. Het was ieder jaar weer een probleem om mooi paashout te krijgen. De bedoeling was dat er alleen dennetakken mochten worden meegenomen. De dennebomen langs de markewegen waren natuurlijk direct aan de beurt, maar dat was nooit genoeg, zodat er hout bij gekocht moest worden. De prijs was meestal een liter jenever. Soms werd het hout op het Springendal gehaald dan weer uit Hezinge en ook wel van de Roezeberg. De naaldbomen verdwijnen steeds meer uit het Twentse landschap en de heer Nijhuis ziet met zorg de toekomst voor de paasvuren in Twente tegemoet. Een paasvuur zonder een vonkenregen van de dennenaalden is geen echt paasvuur.
De drie wagens volpakken was een zwaar maar gezellig werk, omdat er zoveel mensen meehielpen was de wagen echter vrij snel vol. Drank was er vroeger niet bij. Men nam zelfs geen koffie mee. Als er een bakker voorbijfietste met zijn bakkerskorf dan werd deze wel eens aangehouden en werd er een krentenbrood gekocht. Met een zakmes (knief) werd dit dan in stukken verdeeld. Pas de laatste jaren wordt er alkohol meegenomen en wordt er onderweg bij een café gestopt.
De terugweg was vroeger het spannendste gedeelte van de tocht. De zwaar beladen wagens moesten soms over zeer moeilijk begaanbare zandwegen terug. De twee paarden waren niet aan elkaar gewend, zodat herhaaldelijk de wagens in een kuil (knipsgat) vast kwamen te zitten. De volwassen mannen moesten dan achter de wagens of zelfs “in de raar” om de wagens weer vlot te krijgen. Deze romantiek is helaas verdwenen, want de boeren hebben geen trekpaarden meer en nu doen de trekkers het zware werk.
De laatste tien jaren is het aantal mensen dat meegaat paashout halen zelfs toegenomen. Veel mensen die in deze buurtschap zijn geboren en zijn weggetrouwd, komen nu met de kinderen op paaszaterdag terug.
Om de kosten te dekken wachtten de poaskearls vroeger op het goede moment om bij het paasvuur rond te gaan met de kipse (pet). Je kreeg dan hooguit enkele stuivers en dubbeltjes. Tegenwoordig krijgen de dertig gezinnen vlak voor pasen een brief met het verzoek om zich weer om 13.00 uur op de Bielenbelt te verzamelen en dat men een financiële bijdrage moet geven voor de onkosten. Nu komt er voldoende geld binnen, maar vroeger moest men elk jaar rekenen of alle onkosten wel konden worden betaald.
Plaats
Heel lang werd het paasvuur gehouden op de Bielenbelt aan de Helweg tegenover het Los Hoes. Hier woonde Beand van het Los Hoes (1887-1940) met zijn vrouw en kinderen en zij werden ook allen zo aangesproken. Jan van het Los Hoes (Jan Westerhof (1920-2001)) was jarenlang TET-chauffeur.
Het verbouwde huis wordt nu bewoond door het echtpaar Bijvoets. Het huis bezat vroeger een rieten dak en als de wind ongunstig stond (voor de kinderen gunstig) dan was het altijd spannend of er vonken op het dak terecht kwamen. Hier stond geen brandweer bij zoals in Ootmarsum, maar er is nooit iets gebeurd.
Het paasvuur werd door een poaskearl aangestoken met behulp van “ne schoaf stroa”. Autobanden werden er later ingegooid, maar gelukkig is dat niet meer toegestaan aldus de milieubewuste landbouwer Nijhuis. Indien het erg nat is moet het toch m.b.v. een baaltje stro en petroleum worden verbrand. De dinsdag na Pasen moet alles dan weer worden opgeruimd. Vroeger werd er bij het paasvuur wel meer gezongen dan nu, maar als er maar voldoende “alleluja-brieven” zijn, helpt men wel mee. Nog steeds wordt de voor- en achterkant twee maal gezongen aldus de heer Nijhuis, die de twee liederen van buiten kent als de eerste regel maar wordt ingezet. De melodie en tekst zijn hetzelfde als in Ootmarsum.
Na de ruilverkaveling in de zestiger jaren werd de vaste plek, die toch niet erg vruchtbaar was, in cultuur gebracht en moest er een andere plaats worden gezocht. Jarenlang brandde het paasvuur daarna in de weide van Oude Vrielink aan de Vasserweg. Vervolgens werd het tegenover de Nutterseschool aangestoken. De laatste jaren gebeurt dat in een weiland aan de Steenbergweg. De eigenaar krijgt voor de schade aan de grond een liter jenever aangeboden, want dat is nog steeds niet veranderd. Hoe oud het paasvuur van Nutter is, is niet bekend, maar men is wel erg gehecht aan tradities. Ook de tijden van vertrek en aankomst zijn hetzelfde gebleven. Zo moet om 17.00 uur het hout opgestapeld zijn, want dan is het tijd om te melken en daar wordt niet van afgeweken.
Toekomst
Voorlopig hoeft men in Nutter niet bang te zijn dat de traditie van het paasvuur verloren gaat. Men heeft zelfs op dit moment 4 poaskearls. De oudste is B. Poppink, die reeds vanaf 1960 poaskearl is. In 1980 zijn Henk Nijmeijer en Jan Veelers er bij gekomen. In 1990 is Rinus Keupink er bij gekomen, zodat men nu zelfs vier poaskearls heeft en als het aan hen ligt wordt er nog heel lang paashout gehaald en zal de buurtschap Nutter een paasvuur hebben. Het grootste probleem ligt nu eerder aan een gebrek aan dennehout in de toekomst, want er worden wel diverse soorten dennebomen omgezaagd op het Springendal, maar er worden geen nieuwe aangeplant.
Harry Oude Elberink.

