Waarom geen olmen in onze omgeving?

Verslag Natuurstudiegroep

Naast de mooie excursies o.l.v. J. Westrik van het staatsbosbeheer naar het Asbroek en Punthuizen bij Denekamp, zijn er enkele mooie natuurgebieden die we jaarlijks bezoeken.

Zoals: de oevers van het Almelo-Nordhorn kanaal en de Dinkel, het Springendal en de Vasserheide.

Deze gebieden zijn voor iedereen vrij toegankelijk.

Doordat de groep alles opschrijft, wanneer, waar en welk plantje men heeft gevonden en alles bijhoudt op streeplijsten, weet men wat je kunt verwachten in een bepaald gebied.

Zo ook op een mooie voorjaarsexcursie naar de Dinkel bij Denekamp. Naast de mooie soorten, zoals muskus kruid, speenkruid, witte bosanemonen en de salomonszegel zouden we ook de schedegeelster, een heel klein, zeer zeldzaam plantje (lijkend op een polletje bieslook) kunnen vinden.

Op de werkavonden zijn we bezig alles over bomen, struiken, planten en paddestoelen in het maandblad “Grasduinen” te inventariseren.

Verder zijn we ook dit jaar weer bezig geweest met het onderhoud van het weitje bij het Appellaantje.

Maria Hunder

Waarom geen olmen in onze omgeving?

Iep of Olm

De iep is een boom die vroeger in heel West-Europa sterk het karakter van het landschap aangaf. Een boomsoort die het voornamelijk goed doet in de kuststreek en op de Waddeneilanden. Het is een boom die van natte voeten, harde zilte zeewind houdt en ook tegen een beetje luchtverontreiniging kan. Het zal duidelijk zijn dat men in deze streken extra zuinig is op de iep. Het liedje “De uil zat in de olmen, bij het vallen van de nacht”. Wekt de indruk dat het een boom is die we overal kunnen aantreffen. We kijken de boeken na:

De IepIep, een snelgroeiende boom (tot 40 meter) die weinig gevoelig is voor luchtverontreiniging. Prima, denken we dan, een sterke boom dus die zal deze tijd met al onze smerige lucht wel overleven. Niets is minder waar.

Staan er in Ootmarsum iepen? Nee, buiten de in onze tuinen voorkomende gecultiveerde, veredelde soorten en de mooie Goudiep, niet. Vroeger wel! In verslagen van gemeenteraadsvergaderingen in 1936/1937 kunt U lezen dat men de noodzaak betreurt, van het moeten kappen van de 20 mooie iepen op het Kerkplein. Hun kruin kwam ver boven het dak van de kerk uit. Zie ook de foto in het jaarboekje 1988, waarop houthakkers de door de iepziekte aangetaste bomen kappen.

Volgens de heer G. Olde Meule, vroeger gemeente-ambtenaar, hebben er enkele gewone of Hollandse iepen gestaan in het Molenbeekdal. Deze zijn ongeveer 25 jaar geleden gekapt, vanwege hun ouderdom. Hij weet dit secuur omdat hij vanaf 1977 elk jaar de opdracht krijgt om de iepen in Ootmarsum te controleren op de iepziekte. “Dat was voor ons altijd gemakkelijk want er stonden hier geen iepen meer”. Was zijn commentaar. Straks meer over de iepziekte.

Beschrijving van de iep

De iep of olm hoort tot het plantengeslacht Ulmaceae. Het zijn bomen of heesters. Met 18 soorten, waarvan er ongeveer 9 soorten in West-Europa voorkomen. De bladeren hebben een min of meer scheve bladvoet; zie afbeelding op de pagina hiernaast. De bloemen, die voor de bladeren aan de voorjarige twijgen komen, hebben geen afzonderlijke kelk en kroon, maar een enkelvoudig bloemdek; bij de in ons land voorkomende soorten zijn ze tweeslachtig. De stamper met 2 stempels (vrl), ontwikkelt zich in de regel eerder dan de 4 tot 10 meeldraden (mnl). Dit verschijnsel is duidelijk om zelfbestuiving tegen te gaan. Bestuiving vindt plaats door de wind. De vrucht is een gevleugeld nootje en wordt ook door de wind verspreid.

IepenbladerenDe Ulmus campestris; wilde- of veldiep, komt in Nederland veel voor in zijn uiteenlopende vormen, zoals kurkiep, bonte iep, en de monumentale of duiniep. In tuinen ziet men ook de bergiep. Bastaard van veld- en bergiep is de Ulmus Hollandica of de gewone Hollandse iep, die men vroeger algemeen langs de wegen zag. De iep stelt hoge eisen aan de grond; vruchtbaar en vochtig. Hij verdraagt geen schaduw wel wind; is dus niet geschikt als bosboom.

Toepassingen

Iepehout is zwaar, taai hout, dat niet is te splijten of krom trekt en zeer moeilijk droogt. Het is zeer duurzaam, als het steeds onder water is en dus geschikt voor het maken van boten, bruggen, heipalen, havenhoofden, lekdorpels, doodskisten en allerlei ruw timmerwerk. Ook wordt het gebruikt voor draaiwerk. Het is bestand tegen grote spanningen en wordt gebruikt voor katrolblokken en waterpompen. Vroeger werd het hout ook gebruikt door wagenmakers en voor de betimmering van spoorwagons.

Het zaad is weinig kiemachtig. Voortplanting ontstaat door aflegging of enting. De boom is al sinds de oudheid in trek om zijn geneeskrachtige werking: de binnenbast en de bladeren. De bast werd aan repen gesneden, opgerold en in het donker gedroogd. De bladeren hadden de reputatie zwartgalligheid te genezen; de wortels hielpen naar men zei tegen kaalheid; het vocht uit de gallen werd gebruikt voor oogbehandeling.

De kruidenarts gebruikt vooral de bast en de bladeren. De werking daarvan is niet zeer krachtig, maar bij een juiste toepassing kunnen ze zeer waardevol zijn voor het behoud van schoonheid en gezondheid.

Iepziekte

De iepziekte is de vooral bij de iepen voorkomende dodelijke schimmelziekte, die het transport van voedingssappen verhindert door gomvorming in de vaten; overgebracht door de grote en kleine iepespintkever.

Zowel de verwekker als de verspreider is door Nederlandse geleerden ontdekt. Engelsen noemen de ziekte hierom ook wel “Dutch elm disease”. Sedert 1917 worden de iepen in West-Europa geteisterd door de iepziekte.

De cyclus van de iepziekte

Door schimmelaantasting raken de houtvaten van de iep verstopt. De twijgen sterven af en de schimmel kan zich verder verspreiden. De boom verzwakt en sterft. In dit stadium krijgen de kleine en grote iepespintkever vrij spel. Ze vreten zich door de bast en leggen de eieren. De larve ontwikkelt zich tot kever en deze vliegt (met schimmel) naar de gezonde iep om in de oksels van de twijgen de bast weg te vreten, zodat de schimmelaantasting opnieuw kan beginnen. Daarmee is de cyclus gesloten.

Bestrijding van de iepziekte

Vanaf 1977 wordt er een landelijk bestrijdings-campagne gehouden met als doel bescherming van de gezonde iepen en ruimte maken voor de veredelde soorten. Elke gemeente in heel Nederland, met uitzondering van die in Zuid-Limburg, moest jaarlijks zijn iepen nakijken op de ziekte; zieke exemplaren moesten worden gerooid en verbrand.

In Zuid-Limburg was de toestand al hopeloos door de besmetting vanuit de buurlanden. Hier kon men niet meer spreken van bescherming van de gezonde exemplaren.

In 1985 werd er ook vanwege de bezuiniging een andere regel van kracht. Er werd ruwweg een scheidingslijn getrokken van Zeeuws-Vlaanderen tot aan Groningen. De West-Noord-West kant van deze lijn werd nog gecontroleerd. In dit deel van het land is de iep belangrijk voor het landschap. Door zijn goede eigenschappen zorgt de mooie iep vooral in Zeeland en op de Waddeneilanden voor het landschappelijk karakter.

De rest van ons land kan relatief gemakkelijk andere, mooie soorten aanplanten, omdat daar de omstandigheden beter zijn. De doelstelling van de campagne verandert: niet alleen opruimen van zieke exemplaren, maar ook meer preventief werk. De conditie voor de gezonde bomen verbeteren, juiste snoeimethode, het behandelen van wonden en aantastingen, het bemesten van de boom en tijdige verjonging van het bomenbestand met veredelde soorten.

In 1990 leek het probleem beheersbaar, het infectie-niveau was gedaald. Het ministerie liet het nu aan derden (provincie, gemeente en particulieren o.a. waterschappen) over. Dit ging dus mis. Volgens de plantenziekte-kundige dienst in Wageningen breidt de ziekte zich nog steeds uit. Op dit moment is er een “iepeziekte-beraad” in Amsterdam. Een samenwerkingsorgaan waaraan verschillende betrokken instanties meewerken met als stelling: concrete actie is noodzakelijk!

Goudiep Ulmus carpinifolia Wredei

Komt wel in onze omgeving voor.

Bij de kwekerij kunt U kiezen uit verschillende soorten. Hoog- en laagstam. Het is een prachtige boom met lichtgevende bladeren. U ziet ze steeds meer in de tuinen. Opvallend is dat deze soort zeer gevoelig is voor de iepziekte.

Het is overbodig te stellen dat goede voorlichting over verzorging, snoeimethode, bemesting en wat te doen bij een eventuele zieke bomen, essentieel is. Zeker niet ongeschild als brandhout opslaan, want dat zou een goede broedkamer zijn voor de iepe-spintkever.

 

Geraadpleegde bronnen

Maandblad Grasduinen Jaargang 1982
Jaarboekje Stichting Heemkunde Ootmarsum 1988
Bomen en struiken van Europa Oleg Polunin
Zomer en Keuning boeken B.v. – Wageningen
Gids voor geneeskrachtige planten Reader’s Digest
Winkler Prins algemene encyclopedie S.S. Hoogterp
Geïllustreerde Flora van Nederland E. Heimans, H.W. Heinsius, Jac. P. Thijsse
Nederlandse oecologische Flora
Wilde planten en hun relaties
drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra

Een iep

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1992, pagina 17: Maria Hunder: Waarom geen olmen in onze omgeving?

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.

Ga naar de inhoudsopgave van 1992 →
Waarom geen olmen in onze omgeving?
2026-10-24 03:22:47