Beekdalenprojekt

De leerlingen van de derde klas van de Melchior Winhoff Mavo te Ootmarsum, zijn gedurende de hele meimaand tijdens de lessen aardrijkskunde, biologie en geschiedenis intensief bezig geweest met een projekt over de beekdalen in en rond Ootmarsum.

Het initiatief is uitgegaan van het bestuur van de Stichting Heemkunde Ootmarsum, die de school een brief stuurde en daarin vroeg of er belangstelling bestond een onderwerp samen uit te werken.

Uit diverse voorstellen is toen het Beekdalenprojekt uit de bus gekomen, omdat dit onderwerp het beste aansloot op de lessen die in de derde klas moeten worden gegeven.

In het begin van dit schooljaar zijn de eerste besprekingen gehouden en zo kon begin mei met het projekt worden gestart. Hiervoor was eerst nog een roosterwijziging nodig, opdat een gedeelte van de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en biologie op eenzelfde middag konden plaats vinden. Dit was noodzakelijk, omdat er een aantal excursies gepland waren.

In de eerste week vertoonde de heer J. Gerard van de St. Heemkunde dia’s over het ontstaan van de beekdalen en de flora die er nu nog te vinden is. In de tweede week hebben de leerlingen een excursie gemaakt naar de molen van Frans te Mander. Hier zette de heer J. ten Hoopen van de St. Overijssels Landschap uiteen, waarom de molen in het beekdal werd gebouwd en hoe hij bediend moest worden.

Ook werd summier iets verteld van de flora en fauna in de beekdalen, maar dat was ook te zien bij de permanente tentoonstelling in de molen zelf. In de derde week konden de leerlingen een keuze maken: of naar het Rijksmuseum te Enschede (grafvelden), of naar het museum Natura Docet (ijstijden) of naar het museum van de Stichting Heemkunde (opgezette vogels) te gaan. In de vierde week moesten de leerlingen in kleine groepjes langs drie beekdalen lopen en daarbij allerlei opdrachten maken.

Zo moesten ze o.a.:

* de stroomsnelheid van een beek meten
* m.b.v. een loupe de sedimenten onderzoeken uit de beek
* verklaren waarom het opborrelende water uit het Kersbergdal er zo fantastisch schoon uitzag.

Op de andere lestijden van de zaakvakken moesten de leerlingen verslagen maken en bovendien voor elk vak nog speciale opdrachten maken. Voor geschiedenis was dat een tijdbalk, voor biologie moesten ze m.b.v. een flora leren determineren met als v.b. speenkruid en paardebloem. Voor aardrijkskunde moesten ze de vier belangrijkste ijstijden uitleggen met de stuwwallen en de verschillende grondsoorten verklaren.

Als huiswerk mochten de leerlingen van één van deze vakken een speciale opdracht uitwerken, waarin ze het meest geïnteresseerd waren. Voor geschiedenis konden ze zich verdiepen in de watermolens of grafvelden. Voor biologie was dat het maken van een herbarium of een bepaald dier behandelen. Het moest allemaal wel met het beekdal te maken hebben. Voor aardrijkskunde moesten ze dan het verschil van de bebouwing op de stuwwallen uitleggen van vroeger en nu. Ook de relatie grondwaterstand en het gebruik van agrarische grond behoorde tot de mogelijkheden van onderzoek.

Het vak Nederlands werd er ook nog bij betrokken, omdat de leerlingen als opdracht een brief moesten schrijven naar de gemeente. Bij een excursie bleek nl. dat één beekdal behoorlijk verontreinigd was. Tenslotte moesten de leerlingen bij het vak tekenen nog een vrije opdracht maken van een studie naar de natuur en ook hier werden planten of struiken uit de beekdalen als voorbeeld gebruikt.

De projektvorm is als verwerking gekozen, omdat de meeste leerlingen deze vorm van onderwijs op de basisschool hebben gehad en dit zich ook in de toekomst in het voortgezet onderwijs zal manifesteren.

Het doel van het projekt was de leerlingen enerzijds duidelijk te maken dat de vakken veel met elkaar te maken hebben en elkaar overlappen. Dit in tegenstelling met wat ze meestal op school ervaren. Anderzijds hopen we dat de leerlingen de natuur rond hun eigen woonplaats extra leren waarderen en mee zullen helpen om die in stand te houden, want met name de beekdalen worden sterk in hun bestaan bedreigd. Het was dan ook prettig te horen toen een leerling aanbood te helpen om de dalen schoon te maken, c.q. te houden.

H. Oude Elberink.

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1983: Beekdalenprojekt, pagina 30

Dit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast.

Ga naar de inhoudsopgave van 1983
Beekdalenprojekt
2026-09-09 03:47:48