Gerard Oude Vrielink: Klapekster
Vogelwerkgroep
Onze werkgroep bestaat uit 7 personen en door diverse oorzaken hebben we het afgelopen jaar onze activiteiten moeten beperken. De nestkastjes zijn wel gecontroleerd en daar waar dat nodig was door nieuwe vervangen. Vooral de specht had een aantal kastjes bewerkt alvorens hij er een goed genoeg vond om zelf te gebruiken. Excursies werden gemaakt naar de Waddeneilanden, de Bergvennen en Springendal.
G. Oude Vrielink, rapporteur.
Klapekster (Lanius exeubitor)
Voor velen is de klapekster een onbekende vogel. Hij behoort tot de klauwierachtigen. Als wintergast is hij wat talrijker vooral als het in Scandinavië streng vriest. Ondergetekende heeft op 21 februari 1989 op de Paardenslenkte in het Springendal één exemplaar waargenomen. Dit was voor het eerst in mijn leven.
De klapekster leeft van kevers, sprinkhanen en andere insekten, maar ook kleine hagedissen en kikvorsen staan op zijn menu. Dat er na de wintertijd weinig achterblijven, blijkt wel uit het broedbestand. Volgens aan mij verstrekte gegevens van de Nederlandse Vereniging tot bescherming van broedvogels te Zeist blijkt dat er slechts 18 broedgevallen bekend zijn.
De heer R. Korbee, opzichter van het natuurreservaat het Springendal, deelde mij mee dat er volgens hem aan de Nederlandse kant van de grens geen broedgeval was gesignaleerd, maar vermoedelijk wel aan de Duitse kant.
De klapekster heeft vooral bekendheid gekregen, omdat hij zijn overtollige prooi aan doornen van struiken of bomen vastspiest om deze te bewaren voor slechte tijden.
Als broedbiotoop komen vooral de heidevelden met opslag van berken, eiken of grove den in aanmerking. Plaatselijk kan deze opslag vrij dicht en hoog zijn. Zowel droge als vochtige heide voldoet.
In de herfst vinden de eerste baltshandelingen plaats, gevolgd door paarvorming in de late winter. Vanaf half maart worden de broedplaatsen bezet en het 20 – 100 ha grote territorium wordt dan fel verdedigd.
De balts is er op gericht het grijs-zwarte verenkleed zo opvallend mogelijk tot zijn recht te laten komen. Tijdens de balts wordt de staart gespreid en met de vleugels geflapperd en worden de borst- en rugveren uitgezet. Dit wordt nog geaccentueerd door de Vlaamsegaai-achtige zang door zowel het mannetje als het vrouwtje. Soms gaat het mannetje boven de nestplaats omhoog en staat dan af en toe stil om te bidden.
Beide partners bouwen het nest. De 4-7 eieren worden in april gelegd en overwegend door het vrouwtje bebroed in 17 dagen. Tijdens de broedtijd is de vogel zeer schuw en het is opvallend hoe deze toch wel opvallende vogel zich in het open terrein weet schuil te houden.
G. Oude Vrielink

Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 1990, pagina 14: Gerard Oude Vrielink: KlapeksterDit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 1990 →

