De duiven van de binnenstad
Grote steden, Amsterdam, Parijs, Athene, zijn naast hun vele bezienswaardigheden ook bekend om de vele vogels die pleinen en gebouwen bevolken. Veel toeristen, en wellicht ook veel eigen bewoners, zouden ze node missen. Ze hóren er gewoon…óók in een kleine stad als de onze. Om dat nog eens te onderstrepen werd het hierna volgend gedicht geschreven.
De duiven van de binnenstad
zijn altijd om ons heen
horen bij het stadsbeeld, hoewel
dat vindt niet iedereen.
Ze scharrelen hun kostje op
zelfs eten ze uit je hand
want onze oude binnenstad
is hun luilekkerland.
Ze koeren en ze buigen
hun kopjes naar elkaar
negeren naderend verkeer
zien bijna geen gevaar.
Ze gaan bijvoorbeeld, let maar op,
nauw’lijks voor je opzij
als je toevallig op je fiets
of wand’lend komt voorbij.
Soms vallen ze uit de toren
met twintig tegelijk,
of koesteren zich in ’t zonlicht
in een stille buitenwijk
Bij ’t vallen van de avond
zoeken ze een slaapplaats op
en morgen zijn ze er dan weer
die bedelaars in de dop.
Oorspronkelijke bron
Jaarboek Heemkunde 2004, pagina 38: De duiven van de binnenstadDit artikel toont de tekst van de oorspronkelijke publicatie in het jaarboek. De opmaak kan voor deze webversie licht zijn aangepast. Veel afbeeldingen in deze artikelen zijn 'aanklikbaar', waarna een uitgebreidere beschrijving wordt getoond.
Ga naar de inhoudsopgave van 2004 →
De duiven van de binnenstad

